Erik de Vos vertrekt na meer dan twee decennia bij de christelijke zorginstelling Terwille. Foto: Corné Sparidaens
Erik de Vos (63) uit Veendam gelooft radicaal dat er geen hopeloze gevallen bestaan. Iedereen is te helpen en hij is niet bang daarvoor regels te buigen. Bijna 24 jaar stond hij als bestuurder aan het roer van zorginstelling Terwille. Eind deze maand neemt hij afscheid.
Ze zat tijdelijk in een hotelkamer in Deventer. Leefde uit een koffer, had niets meer. De gemeente waar ze ingeschreven stond, wilde haar niet hebben. De gemeente waar Terwille haar beschermd wilde laten wonen, wilde er niet voor betalen.
De vrouw was teruggekeerd uit Noorwegen, waar ze onder dwang in de prostitutie moest werken. Ze had in Noorwegen acht jaar vastgezeten voor bolletjesslikken, vertelt Erik de Vos. Niemand wilde haar hebben.
‘Doe gewoon iets!’
De Terwille-baas is wel bereid te helpen, maar loopt tegen een bureaucratische muur van onwil op. „Ik heb gezegd: betaal me nou gewoon drie maanden”, herinnert hij zich. „Ze mochten zelf het tarief bepalen. Doe gewoon iets!” Maar diezelfde avond krijgt hij een telefoontje: beide gemeenten weigeren.
„Ik zei tegen mijn medewerker: bel die vrouw, we plaatsen haar vanavond nog. De volgende dag kreeg ik een telefoontje van de gemeente, wat ik aan het doen was? Dat leek me wel duidelijk. Hoe ik het ging financieren? Niet. Zij wilden het niet financieren. Ik ging alleen ongelofelijk veel herrie maken. Ik vond het onbestaanbaar.”
Paspoort
Naam: Erik de Vos
Leeftijd: 63
Geboren: Ede, opgegroeid in Amsterdam
Woonplaats: Veendam
Werk: Bestuurder Terwille tot 31 oktober 2025
Mens raakt zoek
Bij Terwille, dat hulp biedt aan mensen met een verslaving of een leven vol gebrokenheid, stoort De Vos zich eraan als instanties om hem heen vooral met regels bezig zijn. Soms valt een cliënt onder vier verschillende wetten, zegt hij verongelijkt. Gemeenten wijzen naar elkaar en zorgverzekeraars kijken naar budgetten. In al dat geweld raakt de mens in kwestie zoek.
Erik de Vos wil meer tijd maken voor andere dingen. Foto: Corné Sparidaens
„We moeten ophouden met al die indicaties. Er loopt een klein leger aan ambtenaren rond die aan keukentafels zitten. We moeten leren dat geld de cliënt volgt, niet andersom. Het gaat mij om het herstel. Wij leveren professionele zorg en daarop ben ik aanspreekbaar. Maar als ik moet leveren, moet er ook voor betaald worden. Soms moet ik daar tweeënhalf jaar op wachten, maar we gaan door.”
Opvang in eigen huis
De Vos groeide op in Amsterdam als zoon van een ondernemer. Een loopbaan in de zorg lag niet voor de hand; hij ging aan de slag als bedrijfsleider in de detailhandel. Dat veranderde toen een verslaafde jongere bij hem aanklopte voor hulp. Eerst vroeg ééntje of-ie tijdelijk bij De Vos en zijn gezin mocht wonen. Toen kwam er nog een. En nog een. En nog een.
„We moesten groter gaan wonen,” zegt De Vos, die inmiddels in Veendam woont. „Op een gegeven moment leefden we met 23 mensen in huis.” Dat ging niet altijd goed: een pop werd in huis opgehangen, een poederblusser leeggespoten. Toch bleef één overtuiging overeind: deze mensen waren niet slecht. „Ik leerde wat een enorm verschil het maakt waar je wieg heeft gestaan. Ze misten veiligheid en vertrouwen.”
Later werkte De Vos bij het Leger des Heils, waar hij de opvang beter leerde kennen. Begin jaren 2000 stapte hij in bij Terwille. Toen nog een kleine organisatie in Groningen met drie medewerkers. De Vos bouwde dat uit - als directeur en later bestuurder - tot een instelling met 125 medewerkers, zeven locaties voor ambulante zorg in heel Nederland en drie veilige woonlocaties.
Hopeloze gevallen
In al die jaren stond bij Erik de Vos één overtuiging centraal: er bestaan geen hopeloze gevallen.
Hij vertelt over een dakloze man die na talloze mislukte kliniekopnames een kans kreeg bij Terwille. Hij kreeg een huis, begeleiding en verantwoordelijkheid, vertelt De Vos. Tegen alle verwachtingen in kreeg de man zijn leven op de rit. „Hij zei later: ‘jij geloofde in mij!’ Nou, dat was eigenlijk niet zo. Maar we gaven hem wel de kans. Dat maakte het verschil. We moeten leren dat zorg begint bij gelijkwaardigheid. We moeten niet zorgen voor, maar zorgen dat.”
Wilskracht of verbinding?
Het Rat Park-experiment van de Canadese psycholoog Bruce Alexander in de jaren 70 versterkt dat gevoel voor hem. Daaruit bleek dat verslaving niet alleen over middelengebruik gaat, maar vooral over isolement. Ratten die in eenzame kooien leefden, raakten verslaafd aan drugs. Ratten die samenleefden niet. De Vos: „Verslaving is geen probleem van wilskracht, maar van verbinding.”
Erik de Vos zit na decennia in de zorg vol anekdotes. ,,Ze wilde haar herstel met me vieren." Foto: Corné Sparidaens
Vanuit die overtuiging startte hij bij Terwille projecten waarin wonen, zorg en onderlinge steun en vriendschap samenkomen, zoals buddyhuizen. De Vos, die ook betrokken is bij Skaeve Huse in Harkstede, hoopt dat dit project eenzelfde resultaat oplevert. Het huis zien als beginpunt van herstel. „Mensen kunnen zich pas ontwikkelen als ze zich ergens thuis voelen.”
Dood aangetroffen
Hoe inspirerend ook, het gaat niet altijd goed. De manier van werken van De Vos brengt risico’s met zich mee. Eén van de vrouwen die hij begeleidde, overleed na een terugval. Ze groeide op in instellingen, raakte verslaafd en werkte in de prostitutie. Steeds weer kreeg ze een kans bij Terwille. Het leek beter te gaan, maar later werd ze dood aangetroffen.
„Dat was heftig”, zegt De Vos. „We hebben met het team besproken of we goed gehandeld hadden. Wij denken van wel. Ze heeft nog anderhalf jaar een menswaardig bestaan gehad. Dat was meer dan ze daarvoor ooit had.”
Dat er geen hopeloze gevallen bestaan, betekent dat hulp altijd mogelijk is. Zelfs als die hulp de dood betekent. „We krijgen ook vrouwen die dood willen. Dan heb je het over enorm complexe problematiek. Als ik dat overdenk, snap ik dat iemand niet meer wil leven. Soms komt er toch een sprankje hoop. In één geval hebben we het hele traject moeten doorlopen. Dat is heel zwaar voor het team.”
De Vos’ DNA in Terwille
Na meer dan vier decennia in de zorg, waarvan de laatste bijna 24 jaar bij Terwille, neemt De Vos afscheid. De keuze om nu te stoppen, maakte hij drie jaar geleden al. De tijd die volgde na z’n besluit was nodig om de zaak goed over te dragen. Zijn overtuiging is in het DNA van Terwille gaan zitten.
Erik de Vos wil van zijn pensioen genieten voordat het te laat is. ,,Ik ga me niet vervelen." Foto: Corné Sparidaens
„De tweede reden om te stoppen was mijn broer”, vertelt hij. „Die werd 61 en was binnen een jaar dood aan kanker. Die had ook altijd hard gewerkt. Zelf wil ik heel graag nog een tijd van mijn leven en pensioen genieten. Ik geniet van mountainbiken, met de camper op pad gaan en ik heb inmiddels acht kleinkinderen. Ik ga me niet vervelen. Ik wil me blijven inzetten voor gelijkwaardige zorg, maar niet meer als bestuurder.”
Moed, ook als het niet mag
In Terwille laat hij een organisatie achter die met hoop, lef en gelijkwaardigheid naar mensen kijkt. Zorg gaat over moed. De moed om te doen wat goed en nodig is, ook als het misschien niet mag.
De vrouw die terugkwam uit Noorwegen? De gemeente die De Vos onder druk zette door gewoon te doen wat nodig was, heeft haar complete zorgtraject betaald. Ze woonde nog meer dan een jaar met een gesloten koffer op haar kamer, omdat ze al die tijd dacht dat ze morgen moest vertrekken, maar het kwam allemaal goed.
„Ik kreeg recent een uitnodiging van haar, of ik met haar wilde eten om te vieren hoe ze is hersteld.”