Heinrich Winter, hoogleraar vreemdelingenrecht aan de RUG.
Foto: Siese Veenstra
De Eerste Kamer buigt zich deze week over de asielwetten van oud‑minister Faber (PVV). Of de wetten, bedoeld om de asielinstroom te beperken, het halen is allerminst zeker. Hoogleraar vreemdelingenrecht Heinrich Winter (RUG) is kritisch: „Geen enkele organisatie verwacht verlichting.”
De route naar de Eerste Kamer verliep gehaast en hobbelig. Voormalig asielminister Marjolein Faber presenteerde in 2024 ingrijpende asielwetten, die onder grote tijdsdruk werden uitgewerkt en behandeld. Adviesprocedures werden versneld, de Raad van State uitte stevige kritiek en vooral het voorstel om illegaliteit — en aanvankelijk ook hulp daarbij — strafbaar te stellen leidde tot veel onrust.
Nu liggen de wetten alsnog bij de senaat: de Wet invoering tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatregelenwet, beide al aangenomen door de Tweede Kamer. De opvolger van Marjolein Faber, asielminister Bart van den Brink (CDA), gaat haar twee wetten maandag en dinsdag verdedigen in de Eerste Kamer.
Centraal staat het herinvoeren van een tweestatusstelsel. Als de wetten worden aangenomen, worden vluchtelingen verdeeld in twee groepen. De eerste groep bestaat uit mensen die persoonlijk worden vervolgd, bijvoorbeeld vanwege geloof, politieke overtuiging of geaardheid. De tweede groep krijgt eveneens bescherming, maar met minder zekerheden. Het gaat om mensen die door oorlog of geweld niet veilig kunnen terugkeren.
Daarnaast worden verblijfsvergunningen korter geldig. Een permanente status verdwijnt; elke drie jaar volgt een herbeoordeling. Ook wordt gezinshereniging beperkt met onmiddellijke ingang, óók voor mensen die al een aanvraag hebben lopen. Illegaal verblijf wordt strafbaar, maar het verlenen van hulp aan mensen zonder verblijfsrecht niet.
Voormalig PVV-minister Marjolein Faber tijdens een bezoek aan Ter Apel. Foto: Marcel Jurian de Jong
Terug naar toen
De bedoeling is helder: asielzoekers afschrikken door rechten af te nemen, en zo het aantal mensen dat asiel aanvraagt in Nederland terugdringen. Ook in de hoop de compleet vastgelopen opvangketen te ontlasten. Maar werkt dat ook zo? Heinrich Winter, hoogleraar bestuurskunde en vreemdelingenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, betwijfelt het.
„Een tweestatusstelsel hadden we in Nederland ook vóór 2000”, zegt hij. „Dat is destijds afgeschaft omdat de verschillende statussen ook verschillende rechten met zich meebrachten, bijvoorbeeld bij gezinshereniging. Dat leidde tot een stroom aan procedures: mensen met een ‘lichtere’ status stapten alsnog naar de rechter om de ‘zwaardere’ te krijgen. Dat onderscheid voeren we nu opnieuw in.”
De Raad van de Rechtspraak verwacht dat 75 procent van de vluchtelingen met een B‑status in beroep zal gaan om alsnog een A‑status te krijgen.
Uitvoerders: complexiteit neemt toe, niet af
Tijdens een deskundigenbijeenkomst in de Eerste Kamer kregen senatoren een lijst praktische bezwaren te horen. Zo verwacht het COA langere opvang en meer procedures, de IND spreekt van uitvoeringsuitdagingen en de VNG en politie vrezen extra druk op gemeenten en capaciteit.
Volgens Winter komt veel kritiek op hetzelfde neer: de nieuwe regels maken het systeem complexer in plaats van eenvoudiger en zwaarder belast. „Iedere organisatie die in de praktijk met asiel te maken heeft, zegt dat dit niet gaat leiden tot minder druk, maar juist tot meer. Terwijl het systeem nu al overbelast is.”
Groningen: illegaal verblijf niet strafbaar
De gemeente Groningen heeft, samen met Amsterdam, Eindhoven en Utrecht, aan de Eerste Kamer gevraagd om illegaal verblijf niet strafbaar te maken. De gemeenten vrezen onder meer dat ongedocumenteerden uit angst hulp zullen mijden.
‘Knelpunt zit vooral bij uitstroom’
De hoogleraar benadrukt dat het huidige opvangprobleem vooral wordt veroorzaakt door stagnatie in de asielketen. „Het echte knelpunt is het tekort aan opvangplekken en aan woningen voor mensen met een verblijfsvergunning. Zolang dat niet wordt opgelost, blijft de druk op Ter Apel en andere opvanglocaties bestaan. Deze wetswijzigingen doen daar vrijwel niets aan.”
Ook laat de asielinstroom zich volgens Winter nauwelijks sturen met nationaal beleid. „Die beweging wordt vooral bepaald door ontwikkelingen buiten Nederland, niet door besluiten in Den Haag.”
Meer effect verwacht hij van het Europese migratiepact, dat op 12 juni 2026 in werking treedt. Dat richt zich onder meer op snellere procedures aan de buitengrenzen van de EU, stevigere grensbewaking en intensievere samenwerking met landen buiten Europa. „Zulke maatregelen hebben vermoedelijk meer impact dan nationale aanscherpingen.”
Stemming in senaat
Maandag en dinsdag debatteert de Eerste Kamer over de wetten. Asielminister Van den Brink staat voor een stevig debat en zal veel vragen moeten beantwoorden over de uitvoerbaarheid, juridische knelpunten en details.
Sommige posities zijn al duidelijk. Senatoren van D66 stemmen tegen. Ook binnen het CDA bestaan bezwaren. Senatoren willen meer duidelijkheid over de strafbaarstelling van illegaliteit, met name de garantie dat alleen vreemdelingen die niet meewerken aan vertrek strafbaar zijn. De marges zijn uiterst klein: zonder steun van het CDA sneuvelen de wetten.
Als de wetten worden aangenomen, worden de „instroombeperkende maatregelen met onmiddellijke ingang van kracht”, aldus Van den Brink. De Eerste Kamer stemt naar verwachting op 21 april over de wetten.