De vermiste slachtoffers worden jaarlijks herdacht bij het monument bij Appèlbergen. Foto: Kees van de Veen
Waar liggen de vijftien vermiste lichamen van Appèlbergen begraven? Het is misschien wel het grootste oorlogsmysterie van het Noorden. Van opgeven willen nabestaanden niet weten. De schep gaat binnenkort opnieuw de grond in. ,,De tijd begint te dringen.”
Ergens in het grote veenmoeras moeten ze in een massagraf gedumpt zijn. De vijftien mensen die in mei 1943 standrechtelijk zijn gefusilleerd door de bezetter (zie kader onderaan dit artikel). Maar waar de lichamen liggen? Op die vraag bijten nabestaanden en onderzoekers hun tanden al sinds de oorlog stuk. Terwijl in de loop der jaren alles van stal is gehaald: van metaaldetectors tot een F16-verkenningsvliegtuig met infrarood-apparatuur aan toe.
Maar alle zoektochten in het uitgestrekte natuurgebied bij Glimmen ten spijt: ook 82 jaar na de kille moorden is het raadsel onopgelost. ,,En dan ga je toch weer denken: liggen ze er wel écht?”, zegt Adrie Kiwiet-Thoma (52). ,,Och, weet je: ik maak mezelf soms helemaal gek. Want alle studies wijzen op Appèlbergen. Opa móét daar begraven liggen. Het kan niet anders. Maar zolang hij niet gevonden is, is de twijfel nooit ver weg.”
Gefusilleerd bij de fabriek
Adrie is voorzitter van de stichting 3 mei Comité Herdenking Slachtoffers April-meistaking Appèlbergen. Haar opa Egbert Thoma wordt op 3 mei 1943 door de Nederlandse politie gearresteerd, nadat de Ordnungspolizei hem heeft bestempeld tot een van de verzetsleiders van aardappelmeelfabriek De Woudbloem. Thoma krijgt de volgende dag net als de broers Hermanus en Eisso Kleefman de doodstraf opgelegd in het gevreesde Scholtenshuis in Groningen. De drie worden gefusilleerd op het terrein van de fabriek in Woudbloem. Veel andere arbeiders moeten toekijken.
Thoma wordt slechts 26 jaar oud en laat een vrouw en zoontje van een half jaar achter. Die zoon, Luit Thoma, is inmiddels 82 jaar. ,,Mijn eerste confrontatie met het lot van mijn opa weet ik nog heel goed”, zegt Adrie. ,,Ik zat op de lagere school en tijdens geschiedenisles ging het over de stakingen. Een plaatje van het doodsvonnis van Egbert Thoma werd als voorbeeld gebruikt. Goh, zei de meester: is dat misschien familie van jou?”
Monument bij Appèlbergen met links de namen van de vermiste slachtoffers. Foto: Kees van de Veen
Ze vervolgt: ,,Ik had geen idee, dus ik heb het thuis meteen aan mijn moeder gevraagd. Het was de vader van mijn vader, zei ze. En toen ging de deur meteen dicht. Potdicht. Niet over praten. Maar op dat moment is er wel een zaadje bij mij geplant.”
Wond met een korst
Haar vader praat nog steeds moeilijk over de oorlog. Duitsers zijn in deze weken ook weer even moffen. ,,Ik gaf laatst nog een gastles op een school in Glimmen. Daar legde ik uit dat deze geschiedenis voor mijn vader een wond met een korstis. En elk jaar weer wordt die korst bij hem hard van die wond getrokken. Het feit dat het lichaam van mijn opa nog steeds vermist is, maakt dat mijn vader het verhaal nooit kan afsluiten. Rond 4 mei is het bij ons weer oorlogstijd. Zaterdag herdenken we in Appèlbergen. En zondag in Woudbloem. Elk jaar weer.”
Adrie onderhoudt daarnaast contact met andere nabestaanden. ,,De tijd begint te dringen. Meerdere nabestaanden hebben al dna afgestaan.Voor het geval het massagraf eindelijk wordt gevonden en er vergelijkingsmateriaal nodig is. Die druk voel ik. Kijk, ik weet dat mijn opa begraven ligt bij Appèlbergen. Daar heb ik vrede mee. Ook als hij nooit gevonden wordt. Maar voor mijn vader is elke mislukte zoektocht een teleurstelling. Zoals dat voor andere nabestaanden ook geldt.”
‘We moeten doorzoeken’
Veel wil ze niet kwijt over de hernieuwde zoektocht. Niemand van de nabestaanden zit immers te wachten op pottenkijkers. Maar na nieuw onderzoek van het International Search & Recovery Team for Missing Person met onder meer drones worden er toch weer verschillende nieuwe locaties in het natuurgebied onder de loep genomen. De schep gaat binnenkort op verschillende plekken weer de grond in, zo laat Adrie weten.
,,Vorig jaar is er een voorbereid massagraf gevonden. Maar dat was leeg. Weer een teleurstelling, dus. Ik zie aan mijn vader hoe dat er inhakt. Met elke nieuwe zoekactie krijgen nabestaanden weer nieuwe hoop. Als er dan tóch weer niemand gevonden wordt, doet dat pijn. Maar we moeten doorzoeken. Al is het misschien naar een speld in een hooiberg.”
Het mysterie van Appèlbergen
In mei 1943 worden in natuurgebied Appèlbergen, een voormalig militair oefenterrein, tientallen noorderlingen geëxecuteerd door de Duitse bezetter. Dit als represaille voor de April-meistaking van 1943, waarbij duizenden Nederlanders protesteren tegen de gedwongen arbeidsinzet. De lichamen van 34 slachtoffers worden begraven in anonieme massagraven in Appèlbergen.
Na de oorlog worden 19 lichamen in een massagraf gevonden, maar de overige vijftien slachtoffers blijven vermist. Ondanks meerdere zoekpogingen, waaronder het gebruik van geavanceerde technologie zoals straaljagers en bodemonderzoek, worden de vermiste lichamen nooit gevonden. De slachtoffers van de April-mei stakingen worden elk jaar herdacht bij een speciaal monument bij Appèlbergen, dat in 2004 is onthuld. ‘Zij liggen in dit veenmoeras begraven, maar zijn nooit gevonden’, is het opschrift bij de lijst met vermiste slachtoffers.
Dit zijn de vermiste slachtoffers
Grietje Dekker. 1917 - 1943
Jogchum van Zwol 1923 - 1943
Harm Bakker. 1917 - 1943
Egbert Thoma. 1917 - 1943
Eisso Kleefman. 1892 - 1943
Hermanus Kleefman. 1894 - 1943
Rienold Terpstra. 1914 - 1943
Paulinus Nieuwold. 1901 - 1943
Gerrit Imbos. 1921 - 1943
Willem Antonie van Rossum. 1924 - 1943
Cornelis Luinstra. 1924 - 1943
Bouke de Vries. 1907 - 1943
Dirk Fokkens. 1917 - 1943
Jan Eisenga. 1908 - 1943
Van Harm Bos (1919 - 1943), het vijftiende vermiste slachtoffer van Appèlbergen, is helaas geen foto vindbaar.