Minister Agema wordt aan het werk gezet in het 3D-lab van het UMCG. Met digitale modellen worden daar mallen gemaakt waarmee chirurgen heel precies kunnen opereren. Foto: Corné Sparidaens
Hoog bezoek in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Fleur Agema, minister van Volksgezondheid, kreeg in het ziekenhuis technieken te zien die de druk op de zorg in de toekomst moeten verlichten.
Welke afdelingen de minister zou bezoeken ging ‘een beetje in overleg’, zegt woordvoerder Lex Kloosterman van het UMCG. Waar is het ziekenhuis trots op, waar is de minister benieuwd naar? De keuze viel op drie afdelingen waarmee het UMCG zich landelijk onderscheidt. Wat was daar te zien?
Organen langer houdbaar
De rondleiding start in een kamer zonder ramen. Agema (PVV) wordt naar een apparaat van ongeveer een meter hoog geleid, in het midden van de ruimte. Chirurg Vincent de Meijer opent de klep van de zogenoemde perfusiemachine: eronder ligt een felrode lever. Meerdere buisjes lopen vanuit het orgaan het apparaat in.
„Kijk, hier komt bloed door naar binnen”, wijst hij, „dat komt er hier weer uit.” Als je goed kijkt zie je het orgaan pulseren, zegt de chirurg. „We hebben hier eigenlijk een mensenlichaam nagemaakt.”
De perfusiemachine houdt organen, zoals deze lever, langer goed voor een aanstaande transplantatie. Foto: Corné Sparidaens
De perfusiemachine van het UMCG is bijzonder: artsen kunnen organen er langer ‘goed’ mee houden voor een aanstaande transplantatie. De techniek betekent niet alleen meer succesvolle orgaantransplantaties, legt De Meijer uit. Het verlaagt ook de druk op personeel. Omdat de organen langer bruikbaar blijven, kunnen meer operaties met iets lagere spoed en dus overdag plaatsvinden. „Iedereen werkt beter overdag.”
Geprinte botten
Door gangen en liften gaat de rondleiding door, naar het 3D-lab. „We maken hier gebruik van de nieuwste technieken”, zegt technisch geneeskundige Peter Pijpker. Artificial Intelligence (AI) bijvoorbeeld, en Augmented Reality (AR).
Zo kan de afdeling 3D-modellen maken van botten. „Daardoor kan je eigenlijk in de computer opereren”, zegt Pijpker. Digitaal is het mogelijk om nauwgezet te bepalen waar tijdens een operatie bijvoorbeeld geboord moet worden, legt de 3D-specialist uit.
In het 3D-lab van het UMCG nieuwe technieken zoals AI gebruikt om de zorg te verbeteren. Foto: Corné Sparidaens
De minister krijgt een model van een scheenbeen en een boor overhandigd. Om het nepbot zit een 3D-geprinte mal met twee minuscule gaatjes erin. „Wilt u proberen te boren?”, vraagt een geneeskundige. De minister boort, precies langs de gaatjes, door het bot heen. Dankzij de mal, gemaakt op basis van een scan van het bot, kan opereren nog preciezer, zegt Pijpker. Op de computer is al precies uitgerekend waar het gaatje moet komen.
Snelle hulp
Door naar de laatste stop, de Critical Decision Unit (CDU). De afdeling ging vorig jaar open. Er worden mensen opgevangen die niet meer op de Spoedeisende Hulp (SEH) hoeven te liggen, maar nog niet direct door kunnen naar een andere afdeling of naar huis.
Bijvoorbeeld als iemand na een ongeluk niet meer in kritieke toestand verkeert, maar er nog wél verder onderzoek gedaan moet worden. Het UMCG is het eerste ziekenhuis van Nederland met een CDU. De afdeling moet de druk op de SEH verminderen, legt internist Jan ter Maaten uit.
De CDU, die vorig jaar werd geopend, moet de druk op de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis verminderen. Foto: Corné Sparidaens
Het is belangrijk dat op die afdeling genoeg ruimte is, want het UMCG vangt ook patiënten op uit regionale ziekenhuizen wanneer de SEH daar overbelast is. „De afdeling geeft ons iets meer tijd”, zegt Ter Maaten. „Op de SEH zijn de professionals gespecialiseerd in snel handelen. Op de CDU is meer tijd voor diagnostiek.”
Innoveren voor de toekomst
Dan is het bezoek rond, en maakt minister Agema in een hal naast de hoofdingang aanstalten om te vertrekken. Ze noemt het bezoek ‘inspirerend’. „Hier staat een ziekenhuis dat met de toekomst bezig is. Een toekomst waar ik me veel zorgen over maak.”
De minister verwijst naar een filmpje dat getoond werd in het 3D-lab, waarop twee collega’s tegelijkertijd de wervels op een scan in kaart brengen. De een handmatig, de ander met AI. De scan met AI was twee keer zo snel en preciezer, benadrukt de minister. „Het extra personeel dat nodig is, als we dat niet kunnen vinden - hoeveel daarvan kunnen we vervangen door techniek en AI?”
Kan de focus dan niet te zwaar gaan liggen op nieuwe technieken, waardoor andere maatregelen uitblijven? „Ik denk dat we niet ver genoeg kunnen gaan”, zegt de minister. „Beter dat voluit laten slagen, dan over een paar jaar moeten concluderen dat we gewoon te weinig mensen hebben.”