In Grolloo werd eind vorig jaar een wooncomplex voor twaalf senioren opgeleverd. Harry Tielman
De vastgelopen woningmarkt kan in beweging komen als er meer wordt gebouwd voor senioren. Dat stelt de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM).
De woningmarkt zit nog altijd muurvast. Er wordt niet alleen te weinig gebouwd, ook worden er de verkeerde huizen neergezet, stelt de NVM in het rapport Bouwen voor ouderen. Volgens de belangenorganisatie zouden er door de toenemende vergrijzing veel meer seniorenwoningen gebouwd moeten worden. Dan komen er huizen vrij voor andere woningzoekenden, zodat er een keten van verhuizingen op gang komt.
De NVM stelt dat er nu vooral startersappartementen worden gebouwd. Dat lijkt logisch omdat vooral veel starters naarstig op zoek zijn naar een dak boven hun hoofd. Nadeel is dat de bouw van compacte appartementen en studio’s geen doorstroming op gang brengt. Deze woningen zijn bijna uitsluitend gewild bij jongeren. Voor ouderen zijn ze niet comfortabel genoeg.
De NVM baseert het rapport op onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waaruit blijkt dat het aantal eenpersoonshuishoudens ook in de toekomst blijft toenemen. Dit komt geheel en al door een stijging van het aantal alleenstaande senioren, ook in het Noorden. Volgens prognoses zijn er in 2040 ruim 550.000 extra huishoudens van 65-plussers. Het aantal alleenwonende jongeren onder de 30 jaar zal tot dat jaar licht dalen. Conclusie: bouw niet voor starters maar voor senioren.
‘Senioren hebben een voorkeur voor ruime appartementen’
Uit onderzoek blijkt volgens de NVM dat veel senioren kleiner willen wonen maar niet té klein. Ze hebben een voorkeur voor ruime appartementen. De locatie is minstens zo belangrijk. Veel ouderen blijven graag in hun vertrouwde omgeving, dicht bij hun sociale contacten. Ook een plek vlak bij winkels en zorg is belangrijk. ‘Ouderen kiezen bewust voor ruimte, comfort en kwaliteit.’
Momenteel komt de bouw van seniorenwoningen nauwelijks van de grond. De vorige kabinetten streefden naar de bouw van 290.000 levensbestendige woningen tot 2030, wat ook nog het doel is van demissionair minister Mona Keijzer (BBB). Uit onderzoek van vakblad Cobouw bleek dat er vorig jaar in het hele land iets meer dan 4000 zijn opgeleverd. Dat is bij lange na niet genoeg om de kabinetsdoelstellingen te halen.
Dat we meer moeten bouwen voor senioren is ‘verstandig’, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar Woningmarkt aan TU Delft. „Niet specifiek omdat ouderen meer dan anderen niet aan een huis kunnen komen, maar ze in de regel grote woningen achterlaten die geschikt zijn voor gezinnen met kinderen.”
‘Nu bouwen we vooral piepkleine appartementen in steden’
Verder kun je volgens hem met geschikte nieuwbouw ervoor zorgen dat er gemeenschappelijke voorzieningen komen, zodat er op zorg bespaard kan worden. „Er is alle reden om in te zetten op meer ouderhuisvesting.”
Boelhouwer beaamt dat we ver verwijderd zijn van de 36.000 seniorenwoningen die het kabinet jaarlijks beoogt. „Maar er zijn wel veel initiatieven, met name in het noorden en het oosten. Nu bouwen we vooral piepkleine appartementen in steden. Die zijn prima voor jongeren en expats. Voor ouderen bouwen we veel te weinig, maar het kan wel als gemeenten ervoor kiezen.”
Als ze de woningen betaalbaar willen houden, moeten gemeenten ook accepteren dat ze niet de hoofdprijs voor de grond kunnen vragen. „De condities en voorwaarden kunnen ze vastleggen in ruimtelijke visies en omgevingsplannen. Als ze willen, dan kan het.”