Melissa Alkema met een van de dode Wildlands-vlinders die ze gebruikt bij de therapie. Foto: Marchje Andringa
Om mensen van hun angst voor vlinders af te helpen, maakt psycholoog Melissa Alkema sinds kort gebruik van dode exemplaren van dierenpark Wildlands in Emmen. Het zijn niet de eerste insecten die ze erbij haalt.
Spinnen, bijen, wespen, hommels, mieren en sinds kort ook vlinders. Het zijn allemaal insecten die ontwikkelingspsycholoog Melissa Alkema (26) gebruikt om mensen van hun angst af te helpen. Stap voor stap laat ze de cliënten wennen aan de gevreesde diertjes.
Maar hoezo is iemand bang voor vlinders? Die doen toch niets? „Dat vraag ik ook altijd. Mensen weten het zelf vaak niet zo goed. Waarschijnlijk heeft het te maken met de onverwachte bewegingen. En dat ze zomaar op je kunnen gaan zitten.”
Waar mensen precies van gruwelen verschilt per persoon. Waar de één snel schrikt van plotselinge bewegingen, heeft de ander een afkeer van kriebelige pootjes of harige lijfjes. Ook de angst om gebeten of geprikt te worden kan meespelen, zelfs bij een fobie voor vlinders. Dat komt vaak door een eerdere nare ervaring.
„Een insectenfobie kan ontstaan wanneer je als kind een keer bent geprikt door een bij of wesp. Of als je iemand kent die dit is overkomen of een eng filmpje hebt gezien. Het is ook niet gek om een beetje bang te zijn. Angst heeft een functie: je brein waarschuwt je voor gevaar. Wat je soms ziet, is dat zo’n angst zich uitbreidt naar andere insecten, zoals vlinders. Dat heet overgeneralisatie.”
Schaamte
Melissa, die in Groningen woont, werkt bij Psychologisch Centrum Leeuwarden. Ze behandelt vooral kinderen en jongeren.
Het is onbekend hoeveel mensen lijden aan lepidopterofobie, zoals de specifieke angst voor vlinders, motten en libellen heet. „Het wordt vaak verzwegen omdat mensen zich ervoor schamen.”
Een lange wachtlijst heeft de Leeuwarder praktijk dan ook niet. „Ik denk sowieso niet dat veel mensen hiermee naar een psycholoog gaan. Ze weten waarschijnlijk niet eens dat dit kan worden behandeld en vermijden gewoon de plekken waar veel vlinders zijn, zoals de vlindertuin van het dierenpark in Emmen. En als ze bang zijn voor spinnen, laten ze hun partner de spin weghalen.”
Behandelen hóeft ook niet altijd. De meeste mensen kunnen prima leven met hun insectenangst. Maar er is een groep voor wie dat niet geldt. Die ramen en deuren dicht houden. Die niet op een terrasje durven te zitten.
„Wanneer de angst voor insecten heel sterk en irreëel wordt en mensen niet meer naar buiten durven, belemmert dat hun dagelijkse leven. Sommige kinderen durven niet meer buiten te spelen.”
Aanraken
Melissa geeft verschillende therapieën. Bij mensen die iets vervelends met insecten hebben meegemaakt, gebruikt ze technieken uit de traumatherapie. Verder is er de zogeheten exposuretherapie, waarbij ze mensen beetje bij beetje blootstelt aan dat waar ze bang voor zijn.
„Met kinderen probeer ik dat op een speelse manier: eerst een collage maken van insecten, plaatjes bekijken en natekenen, leuke weetjes opzoeken en vooral benadrukken hoe nuttig de beestjes eigenlijk zijn. Als dat goed gaat, gaan we een stapje verder door met de ogen dicht voor te stellen dat er insecten op je lichaam zitten. En uiteindelijk werken we met echte diertjes.”
Ook dat gaat stapsgewijs: het insect in een potje bekijken, de vinger erbij houden, kort en daarna lang aanraken (als het natuurlijk geen steekinsecten zijn). „Met elk stapje leren de kinderen dat hun angstige verwachting niet uitkomt. Op een gegeven moment lukt het dan om een insect op hun hand of haar te hebben.”
Melissa laat haar cliënten gaandeweg wennen aan insecten. Foto: Marchje Andringa
‘Je bewaart ze in de vriezer of de koelkast’
Voor de confrontatie met mieren en spinnen neemt Melissa de kinderen soms mee naar buiten. Maar met vlinders had ze wel een uitdaging. „Vliegende insecten zijn lastig. Dan moet je al wachten tot ze voorbij komen. Bij vlinders speelt bovendien mee dat het niet ethisch is om ze aan te raken, omdat je dan de vleugels beschadigt.”
Ze bedacht een creatieve oplossing en benaderde dierenpark Wildlands in Emmen, met de vraag of ze een paar dode exemplaren mocht. En dat mocht.
„Overleden insecten zijn zo handig. Je bewaart ze in de vriezer of de koelkast en kunt ze er elk moment bij pakken. Zo kunnen mensen aan ze wennen zonder dat de insecten bewegen of onverwacht reageren. Een volgende stap zou kunnen zijn om door een vlindertuin te lopen; het is maar net hoever mensen willen gaan. Het doel is niet dat ze vlinders opeens leuk gaan vinden, maar dat ze hun dagelijks leven weer kunnen oppakken zonder dat hun angst bepaalt wat ze wel of niet doen. En dat kinderen weer gewoon buiten kunnen spelen.”