De een is bang voor autorijden, de ander wordt Spaans benauwd van aanrakingen...
Je zal maar bananenfobie hebben. Een ongezonde angst voor bananen, zodanig dat het je gedrag verandert en je ermee geholpen moet worden. Een Zweedse minister heeft het. En de Zweedse overheid helpt haar door bijvoorbeeld alle fruitmandjes in haar omgeving te ontdoen van dit fruit. Zijn er nog meer vreemde angsten waar je op de volgende verjaardag best voor uit mag komen?
Fobieën zijn vaak voorkomende psychische aandoeningen. Het National Institute of Mental Health zegt dat acht procent van de Amerikaanse volwassenen een fobie heeft. Dat zal in Europa ook zo zijn. Vrouwen hebben meer kans op fobieën dan mannen. Typische symptomen zijn misselijkheid, beven, snelle hartslag, gevoelens van onwerkelijkheid en bezorgdheid rond het onderwerp van de angst.
Fobieën kunnen een ernstige impact hebben op iemands leven. De meeste concrete angsten vallen in een van de vier hoofdcategorieën: angsten die betrekking hebben op de omgeving, angsten in verband met dieren, angsten die iets te maken hebben met medische behandelingen of problemen en angsten in verband met situaties.
De American Psychiatric Association zegt dat we alle angsten serieus moeten nemen. Wij vonden deze vijf bijzondere fobieën.
Langewoordenfobie
Angst voor lange woorden bestaat.
Hippopotomonstrosesquippedaliofobie is een fobie voor lange woorden, zoals het woord van de fobie zelf. Hippopotomonstrosesquippedaliofobie is één van de langste woorden van de Nederlandse taal (35 letters). Er zijn een aantal symptomen als de persoon lange woorden ziet. De meest voorkomende zijn misselijkheid, benauwdheid en hoofdpijn.
Er is nog niet veel bekend over deze bijzondere fobie, die veel bij jongvolwassenen voorkomt. De psychologen hebben wel een advies: „Bijna iedereen zal moeite hebben met het lezen en uitspreken van het Latijnse woord dat deze fobie omschrijft en andere lange woorden. Je kunt ze soms gemakkelijker leesbaar maken door er zelf een of meer verbindingsstreepjes in te zetten. Heel vaak zie je ook dat delen van een woord los van elkaar worden geschreven, al is dat geen goed Nederlands, in dit geval: hippo poto monstro ses quippe dalio fobie. Het is vaak het begin van de oplossing.”
Gaatjesfobie
Angst voor gaten.
Krijg je helemaal de kriebels als je kleine gaatjes ziet in bijvoorbeeld een bloem, de huid, zeepbellen, chocolade, een granaatappel of een honingraat? Grote kans dat je last hebt van trypofobie. Wat houdt deze angst voor gaten precies in?
Sommige mensen krijgen kippenvel of jeuk of moeten overgeven bij het zien van objecten vol gaten. Er wordt gesuggereerd dat deze fobie voortkomt uit een overlevingsmechanisme en dat we een verzameling gaten onbewust vergelijken met gevaar of ziektes.
Psychologen dr. Geoff Cole en professor Arnold Wilkins van de Universiteit van Essex vonden het volgende: ons brein zou heftig reageren op bijvoorbeeld de foto’s van een verzameling gaten omdat deze lijken op bijvoorbeeld giftige slangen of spinnen. We zouden onszelf onbewust beschermen. Volgens sommigen zouden gaten ook doen denken aan bacteriën en besmettelijke ziekten. De reactie om er niet bij in de buurt te willen komen zou heel natuurlijk zijn.
De geleerden zijn het niet eens over de vraag of medicatie helpt tegen trypofobie. Medicatie geeft maar een tijdelijk gevoel van rust. Praten met een coach is efficiënter, zeggen zij.
Fobie voor autorijden
De angst om in de file te komen
Druk verkeer op smalle wegen, donkere tunnels, onoverzichtelijke kruispunten. Sommige mensen hebben niet alleen een ongemakkelijk gevoel, maar ook echte angst tijdens het autorijden. Dit heet amaxofobie.
„De getroffenen melden vaak dat de angst hen plotseling overvalt en toeneemt. Het gevoel onmachtig te zijn leidt er uiteindelijk toe dat deze mensen helemaal stoppen met autorijden. Maar als je stopt met autorijden, kun je je angst nooit kwijtraken.”, zegt Ulrich Chiellino, verkeerspsycholoog bij Duitse ANWB die het fenomeen onderzocht.
De oorzaken van rijangst variëren: een traumatische ervaring zoals een ongeval, het bedenken van scenario’s waardoor het fout kan gaan, de angst om anderen in gevaar te brengen of constante werkgerelateerde stress. Veel van de mensen die last hebben, zijn bang om fouten te maken tijdens het autorijden. Het treft zowel mensen die net hun rijbewijs hebben als ervaren chauffeurs. De symptomen zijn onder meer hartkloppingen, snelle ademhaling, zweten, oogtrekkingen en nervositeit.
„Het is belangrijk om je bewust te worden van je rijangst en het probleem onder ogen te zien”, adviseert Ulrich Chiellino. „Eerlijk zijn tegen jezelf, praten met familie en vrienden en een dagboek bijhouden over angstgevoelens kan helpen.”
Om te helpen bij rijangst of angst voor de snelweg kunnen speciale trainingen of rijlessen met professionele ondersteuning worden gevolgd. „Het belangrijkste is dat je de moed niet verliest. Net zoals angsten worden aangeleerd, kunnen ze ook worden afgeleerd”, zegt verkeerspsycholoog Chiellino,
Fobie om aangeraakt te worden
Angst om aangeraakt te worden, beeld ter illustratie.
Hafefobie is de angst om aangeraakt te worden. Deze zeldzame angststoornis ontstaat vaak na een traumatische gebeurtenis die gerelateerd is aan aanraking. De behandeling bestaat meestal uit gedragstherapie, medicatie, ontspanningstechnieken en/of psychotherapie en is zeer kansrijk.
Allodynie is niet hetzelfde als hafefobie. Bij allodynie is een patiënt namelijk echt overgevoelig voor aanraking en doet dit pijn. Bij hafefobie daarentegen worden patiënten bang bij aanraking, zonder dat er sprake is van pijn. Volwassenen met hafefobie ervaren onmiddellijke angst bij aanraking of de gedachte daaraan. Dit kan leiden tot verhoogde hartslag, een droge mond of opvliegers. Hafefobie is vaak moeilijk te begrijpen voor anderen, wat leidt tot misverstanden en gevoelens van afwijzing bij mensen in de omgeving van de patiënt.
Kinderen met hafefobie kunnen sneller huilen bij aanraking of de angst daarvoor. Ze kunnen ook bevriezen, driftbuien krijgen en zich vastklampen aan hun verzorger.
Fobie om te koken
Sommige mensen lijden aan kookangst.
Mageirochofobie is de overmatige angst om te koken. De term mageirochofobie komt van het Griekse „mageiros” wat „kok” of „slager” betekent, en „phobos” wat „paniek” betekent.
Er komt een echte paniekreactie als er wordt gesuggereerd dat iemand wel even achter het fornuis kan gaan staan. Met andere woorden: de anti-kok denkt dus niet dat het gemakkelijker of handiger is om buitenshuis te eten, zeggen de psychologen.
Zij waarschuwen ook dat de angst om te koken deel kan uitmaken van een breder spectrum van angsten die bijvoorbeeld verband houden met de kleine ruimtes die sommige keukens hebben, met de rigide instructies voor sommige recepten, of met eerdere negatieve ervaringen met culinaire gebruiksvoorwerpen. Het kan zich ook voordoen als de angst complexe gerechten in de oven te bereiden.
Over het algemeen zal een lijder aan mageirochofobie weigeren te koken en de keuken mijden. Aangezien mageirochofobie hoogstwaarschijnlijk verband houdt met bredere en complexere angstervaringen, is het belangrijk om ze als een geheel te behandelen. Over het algemeen wordt gedragstherapie aanbevolen.