Hussein A. in de rechtbank van Groningen. Tekening: Heleen van den Broek
Hoofdverdachte Hussein A. uit Winschoten springt compleet uit zijn vel als de mannen die hij vorig jaar neerschoot hem woensdag in de rechtszaal lachend aankijken. De nog altijd sluimerende benderuzie eist zijn tol, even later wordt hij onwel.
,,OMAR!’’, buldert Hussein A. (59) door de rechtszaal. ,,Ik ben niet bang voor jullie!’’ Twee agenten van de parketpolitie klampen zich aan de Winschoter vader vast en voeren hem af naar het cellencomplex. Maar ook op de gang en in de lift zijn de frustraties van A. nog te horen.
Een enorme uitbarsting van de man die tot dat moment rustig uitlegde hoe hij vorig jaar juli twee mannen neerschoot bij de familiegarage aan de Transportbaan in Winschoten. Daar ging het op eenzelfde manier mis. De tot dan kalme vader trok na een kort moment van duwen trekken een wapen en loste vier schoten. Twee raakten de benen van Omar, nog altijd een aartsvijand van Hussein, blijkt woensdag.
De nog altijd woekerende ruzie tussen ‘kamp Omar’ en de familie A. eist voor de vader zijn tol. Na te zijn afgevoerd, zag advocaat Kamil Karakaya in de kelder van de rechtbank hoe het gelaat van de vader grauwer werd en hoorde Hussein verwarrende taal uitslaan. ,,Daar ben ik van geschrokken.’’
Het betekende een tweede obstakel om de zaak tegen Hussein af te handelen; dinsdag werd ook al zijn tolk de wacht aangezegd.
Voorafgaand aan dit alles spreekt de voorzitter minutieus met vader Hussein over de periode na de vechtpartij op het terras van de ijssalon, waarbij Hussein iemand zou hebben neergestoken, tot aan het moment dat hij ‘s avonds een wapen trekt en twee mannen kogels in hun benen jaagt.
‘Ik wilde mijn kinderen beschermen’
Hussein lijkt die middag in paniek. Hij belt naar mensen die hij schaart onder een groep ‘Marokkanen’, om het eerder neergestoken slachtoffer van een aangifte af te houden. Ook krijgt hij bezorgde telefoontjes van mensen uit Winschoten. ,,Ze zeiden dat die mannen zich verzamelden om wraak te nemen op mij en mijn zoons. Ik was bang en wilde ten koste van alles mijn kinderen beschermen.’’
De vader belt twee keer met 112, maar de politie komt niet. Daarop laat hij een wapen bij het bedrijf bezorgen, maar wil niet zeggen door wie. Tegenover de heersende angst van vader A. staan berichtjes die zijn zoon Zeino (20) stuurt naar de mogelijke belagers. Hij maakt ze uit voor ‘kankerratten’ en zegt dat hij niet bang voor ze is.
Habib grijpt zijn vader vast
Even voor 20.00 uur arriveert Omar met een vriend, buiten bij het garagebedrijf van de familie A. Ze zitten met zeven mannen voor hen klaar. Op camerabeelden is het gesprek te zien en te horen. Hussein eist loyaliteit van Omar en vraagt wat ‘de Marokkanen’ tegen zijn zonen hebben.
Maar Omar kiest geen partij, hij veroordeelt wel dat Hussein die middag een man neerstak die op dat moment zijn kindje bij zich had. ,,Dat doe je gewoon niet.’’
Als de mannen het terrein willen aflopen, grijpt zoon Habib (23) zijn vader met beide armen vast. Alsof hij dan al weet wat zijn vader van plan is. Wanneer het buitenhek van het garagebedrijf opengaat, klinken de schoten.
Hussein zegt het eerste schot gelost te hebben als waarschuwing. Omar zet het dan al op een rennen. Toch blijft hij doorvuren. Op de vraag waarom komt woensdag geen antwoord, want even later schiet hij uit zijn slof en eist die emotionele uitbarsting zijn tol bij Hussein, die al vaker heeft gezegd hartpatiënt te zijn.
‘Ik heb pijn in mijn hart’
Als hij na een paar uur nog even terugkeert in de rechtszaal, hangt zijn hoofd bijna op tafel. ,,Ik heb pijn in mijn hart en voel mijn hand haast niet meer. Ik ben moe en wil gaan liggen.’’
Woensdag was het de bedoeling dat het Openbaar Ministerie de strafeisen zou neerleggen tegen Hussein en Habib, maar daar ging een streep door. Alle partijen legden de agenda’s naast elkaar, om te voorkomen dat de zaak op de lange baan wordt geschoven.
Donderdag eist justitie alsnog een straf tegen Habib en op woensdag 4 december wordt het proces tegen Hussein hervat.