Honderden Groningers brainstormden in 2019 mee over het Toukomst-programma van het NPG, maar veel van hen hebben dezelfde bureaucratische ervaring als 'de inwoners van het aardbevingsgebied dagelijks opdoen met de schadeafhandeling of de versterkingsoperatie'. Foto: NPG
Het Nationaal Programma Groningen (NPG) heeft veel mooie initiatieven opgeleverd in het aardbevingsgebied, maar onderlinge samenhang is er nauwelijks en de gehoopte inhaalslag op de rest van het land laat op zich wachten.
Dat blijkt uit een tussenrapportage over de resultaten tot dusver. Het nationaal programma kwam er in 2019 om Groningen nieuw toekomstperspectief te geven na de ellende van zestig jaar gaswinning. Met een pot van 1,15 miljard euro uit Den Haag mocht de provincie daar tot 2030 zelf mee aan de slag.
Daar zijn de regionale overheden en het NPG-programmabureau voortvarend mee aan de slag gegaan. Tot nu zijn bijna 1200 projecten goedgekeurd voor een financiële bijdrage. Dat loopt van een verlengde schooldag in het basisonderwijs tot dorpsommetjes.
Bij de start is er bewust voor gekozen om zo snel mogelijk tastbare resultaten te laten zien, in de hoop dat dit zou helpen bij het herstel van het geschonden vertrouwen van de inwoners in de overheid.
Versterken elkaar nauwelijks
Keerzijde van die aanpak is dat al die initiatieven weinig onderlinge samenhang hebben en elkaar ook nauwelijks versterken. Op lokaal vlak gaat dat beter. Hoewel de volle 1,15 miljard inmiddels vrijwel is verzegd, telt het resultaat nog altijd niet op tot meer dan de som der delen.
Daaruit zijn voor de resterende vier jaar belangrijke lessen te trekken, stellen de drie onderzoeksbureaus die in opdracht van het NPG de tussenbalans hebben opgemaakt. En dat geldt nog sterker voor Nij Begun, waarvoor Den Haag de komende dertig jaar nog vele miljarden meer naar Groningen en Noord-Drenthe sluist.
Gerichte investeringen
Sterker nog, voor Nij Begun zijn die lessen al deels geleerd. Voor dit generatielange herstel- en versterkingsprogramma wordt veel sterker dan bij het NPG ingezet op een samenhangende visie op de ontwikkeling van de regio. Met gerichte investeringen die het gebied blijvend vooruit helpen en de achterstand op de rest van het land in dertig jaar tijd moeten wegwerken.
Daarvan is bij het NPG nog geen sprake, stellen de onderzoekers vast. Waar Nij Begun de overheidsgelden nadrukkelijk inzet om ook investeringen uit ‘de markt’ los te peuteren, deed het bedrijfsleven bij het NPG tot voor kort nauwelijks mee. De Haagse pot heeft wel ander geld losgeweekt, maar dan toch vooral van de regionale overheden. Niet van het bedrijfsleven en ook niet van nationale of Europese subsidiefondsen.
Geen klap verbeterd qua vertrouwen
Dat moet anders, rapporteren de onderzoekers, niet alleen voor Nij Begun maar zeker ook voor de jaren die het NPG nog resten tot 2030. Economische en sociale vooruitgang is ook cruciaal voor het gehoopte herstel van overheidsvertrouwen van de door aardbevingen en bureaucratie getroffen bevolking.
Slechts een kwart van de inwoners van het aardbevingsgebied heeft de afgelopen jaren meer vertrouwen gekregen in de toekomst. Daar staat tegenover dat bij 30 procent het vertrouwen juist is afgenomen, terwijl ruim 40 procent aangeeft dat er wat hen betreft nog geen klap is veranderd.
Baanbrekers
Dat sluit ook aan bij de jongste editie van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe, het jaarlijkse onderzoek naar de stemming in de Nij Begun-regio. Dat laat zien dat de aanhoudende aardbevingen nog altijd vreten aan het vertrouwen in de overheid. Voor écht herstel moet niet alleen de leefomgeving mooier worden, maar ook de werkgelegenheid, de gemiddelde inkomenspositie en het woonaanbod.
Die lessen zijn óók vruchten van het Nationaal Programma Groningen, zegt de vorig jaar aangetreden bestuursvoorzitter Chris Fonteijn. Dat proces is al in gang gezet onder diens voorganger Johan Remkes. Die verlegde de focus de afgelopen jaren al van overwegend leefbaarheidsprojecten naar economische ‘baanbrekers’: groeisectoren als de zorgindustrie, energietransitie en waterstofeconomie, landbouw en voedingsindustrie, recycling en circulaire industrie en toerisme en vrijetijdsindustrie.
NPG zet daar de resterende jaren verder op in en ook steeds meer in wisselwerking met Nij Begun. Beide projectorganisaties kijken inmiddels hoe ze elkaar kunnen versterken, ook letterlijk onder een dak.
Fonteijn ziet progressie. „Toen ik vorig jaar begon schrok ik een beetje van de bureaucratie hier in Groningen.” Hij ziet de tussenrapportage als een aansporing om door te gaan op het pad van samenwerking tussen alle partijen die de regio potentieel verder kunnen brengen. Niet via complexe bureaucratische verbanden, maar flexibel en slagvaardig. „Bél elkaar. Kijk verder dan je eigen erf.”