De Iraanse Donya Ahmadi werkt sinds 2021 als universitair docent Internationale Betrekkingen aan de RUG. Foto: Corné Sparidaens
Duizenden doden, tienduizenden arrestaties en nu een ogenschijnlijke stilte op straat. Hoe moet het nu verder met Iran na weken van bloedige protesten? RUG-wetenschapper Donya Ahmadi (36), afkomstig uit Iran: „Het regime heeft het neerslaan van protesten geperfectioneerd.”
Het kantoor van Donya Ahmadi in het Harmoniegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen hangt vol posters van Iraanse vrouwen die met gebalde vuisten demonstreren. „Het zijn hoopgevende beelden”, zegt ze met een glimlach.
Ahmadi kwam in 2011 vanuit Teheran naar Nederland voor haar studie en is sinds 2021 universitair docent Internationale Betrekkingen aan de RUG.
De protesten in haar thuisland, die eind december begonnen, volgt ze met hoop en vrees. Wat begon als onvrede over de economische situatie groeide uit tot een brede beweging tegen het Iraanse regime. Het harde optreden van de autoriteiten lijkt de demonstraties inmiddels grotendeels de kop te hebben ingedrukt.
Door internet- en telefoonblokkades is het moeilijk vast te stellen wat er momenteel precies gebeurt in Iran. „Ik heb nog steeds niets gehoord van mijn dierbaren”, zegt Ahmadi. „Het is bijna niet te verdragen om geen idee te hebben hoe het met hen gaat.”
Donya Ahmadi onderzoekt onder meer feministische bewegingen in Iran. Foto: Corné Sparidaens
‘Iraniërs rouwen en zijn in shock’
Aan het begin van de protesten was er hoop, vertelt ze. „Even dacht ik: dit is het moment. Het was een intens gevoel. Mensen namen steden over, bestormden politiebureaus en staken moskeeën in brand, symbolen van het regime.”
Inmiddels lijken de protesten sterk afgenomen. Niet omdat de woede is verdwenen, benadrukt ze, maar door het geweld. „De beelden die naar buiten komen zijn onbeschrijfelijk: rijen lijkzakken, demonstranten die met machinegeweren worden beschoten. Iraniërs rouwen en zijn in shock.”
Volgens de Iraanse mensenrechtenorganisatie HRANA zijn sinds het uitbreken van de protesten minstens 4.500 mensen gedood. Daarnaast raakten ruim 5.800 mensen ernstig gewond en werden meer dan 26.000 personen gearresteerd. De werkelijke aantallen liggen mogelijk aanzienlijk hoger.
Het gewelddadige optreden, maar ook het ontbreken van onafhankelijke organisaties zoals vakbonden en politieke partijen, bemoeilijkt verzet, zegt Ahmadi. „Zonder organisaties die het protest kunnen dragen, trekken mensen zich noodgedwongen terug.”
Repressie geperfectioneerd
Wat we nu zien in Iran is volgens Ahmadi een bekend patroon. „De trieste realiteit is dat het regime dit afschuwelijke spel van repressie heeft geperfectioneerd.”
Na elke protestgolf volgt dezelfde reactie: massa-arrestaties, marteling en publieke afschrikking. „Mensen worden gedwongen ‘bekentenissen’ te doen, die op de staatstelevisie worden uitgezonden. Daarna volgen vaak executies.”
Iran behoort al jaren tot de landen met de meeste executies ter wereld. In 2025 werden volgens HRANA minstens 2.063 mensen geëxecuteerd.
Hulp zonder navolging
Tijdens de protesten klampten sommige Iraniërs zich vast aan uitspraken van de Amerikaanse president Trump, die suggereerde dat hulp onderweg was. „Hij gaf valse hoop”, zegt Ahmadi.
Volgens haar werkten Trumps woorden juist averechts. „Als hij zegt: ‘Ik ga jullie helpen’, maar daar niets concreets op laat volgen, geeft hij het regime een vrijbrief om hard op te treden. Door protesten af te schilderen als buitenlandse inmenging rechtvaardigt de Islamitische Republiek het neerslaan ervan.”
RUG-wetenschapper Donya Ahmadi Foto: Corné Sparidaens
Dat beeld werd volgens Ahmadi versterkt door uitspraken uit de VS en Israël over vermeende buitenlandse agenten die in Iran actief zouden zijn. „Dat verhaal helpt het regime om demonstranten weg te zetten als handlangers van buitenaf.”
Militair ingrijpen door externe machten wijst Ahmadi nadrukkelijk af. „Een democratische toekomst kan alleen door Iraniërs zelf worden afgedwongen, van onderaf. Kijk naar Afghanistan en Irak: buitenlandse interventies brachten geen democratie, maar chaos en vernietiging.”
‘Verlangen naar een ‘redder’ gevaarlijk’
Het huidige regime is sinds 1979 aan de macht, na de val van de sjah en het einde van de monarchie. Hoewel de sjah sterk op het Westen was gericht, trad hij hard op tegen politieke tegenstanders.
Zijn zoon, Reza Pahlavi, wordt door sommige demonstranten en Iraniërs in het buitenland genoemd als toekomstige leider. Vanuit ballingschap in de Verenigde Staten roept hij hen op om te blijven demonstreren.
Volgens Ahmadi biedt Pahlavi geen uitweg uit de crisis. Ze begrijpt dat mensen bij gebrek aan alternatieven teruggrijpen op een bekende naam, zeker na decennia waarin vele politieke bewegingen in Iran zijn onderdrukt. Maar het verlangen naar opnieuw een ‘redder’, waarschuwt ze, heeft het land eerder al duur te staan gekomen. „Zo ging het ook in 1979.”
Reza Pahlavi tijdens een persconferentie in Washington DC, 16 januari 2026. Saul Loeb (AFP)
Ahmadi is kritisch op wat zij een anti-democratische beweging rond Pahlavi noemt. Volgens haar krijgt die, mede door ruime media-aandacht, een te dominante rol. „Daardoor raken andere progressieve stemmen op de achtergrond en verdwijnen belangrijke eisen, zoals vrouwenrechten en sociale rechtvaardigheid, uit beeld.”
„Mensen vragen mij: als Pahlavi het niet is, wie dan wel?”, zegt Ahmadi. „Dan antwoord ik: duizenden politieke gevangenen zitten nu onrechtmatig vast in Iraanse gevangenissen. Dat zijn de echte leiders van deze beweging. Hun vrijlating zou bovenaan alle eisen moeten staan.”
Snelkookpan
Hoe het nu verder zal gaan in Iran, laat zich moeilijk voorspellen. Door de beperkte informatiestroom is het onduidelijk in hoeverre de protesten daadwerkelijk zijn weggeëbd. Zelfs als deze protestgolf voorbij is, verwacht Ahmadi dat nieuw verzet onvermijdelijk is. Ze vergelijkt de Iraanse samenleving met een snelkookpan, waarin de druk steeds verder oploopt.
„Elke protestgolf heeft zijn eigen directe aanleiding, of dat nu vrouwenrechten zijn, verkiezingsfraude of economische zorgen”, zegt ze. „Maar mensen gaan nooit voor één thema de straat op. Het gaat steeds om dezelfde diepe onvrede.”
Over de toekomst van de huidige machthebbers is de wetenschapper resoluut. „We zijn op een punt beland waarop er geen hoop meer is dat dit regime kan veranderen. Er kleeft te veel bloed aan hun handen. Iedereen kent wel iemand die is omgekomen, verdwenen of gevangengezet.”
Ahmadi zoekt hoop in de Iraanse samenleving zelf, bij mensen die blijven zoeken naar manieren om zich te verzetten. „De Iraanse bevolking is vaker neergeslagen”, zegt ze. „Maar ze is nooit definitief gebroken. En dat is precies waar het regime bang voor is.”