V.l.n.r. Ahmad, Mahboubeh en Alireza. Ze tonen de oude vlag van Iran, gebruikt voor de Islamitische Republiek (vanaf 1979). Foto: Anjo de Haan
Minstens 2600 doden en 18.000 arrestaties. Terwijl het Iraanse regime de protesten met grof geweld neerslaat, kijken Alireza (33), Ahmad (33) en Mahboubeh (34) in Delfzijl machteloos toe. „Families moeten betalen voor de kogel die hun dierbare heeft gedood.”
Aan de keukentafel in Delfzijl zitten drie Iraniërs uit Teheran stilletjes bij elkaar. Af en toe verschijnt een glimlach, maar de gebeurtenissen in hun thuisland hangen als een schaduw over het gesprek.
Ze praten liever niet te veel over zichzelf. Waar het om gaat, zegt Mahboubeh Bakhtiari Farimani, zijn de mensen in Iran. „Wij moeten hun stem zijn.”
Voor haar ligt een telefoon standby, net als bij de anderen. Haar echtgenoot Alireza Saghafi heeft aantekeningen klaargelegd in het Perzisch. Ze willen zo precies mogelijk vertellen wat er gebeurt in Iran, juist omdat het land is afgesloten van internet en telefoonverkeer.
Wat mondjesmaat via satellieten naar buiten komt, schetst een grimmig beeld: demonstranten op wie met scherp wordt geschoten door veiligheidstroepen, video’s van rijen en rijen lijkzakken.
Mahboubeh (links) en Alireza (rechts) in Delfzijl. Foto: Anjo de Haan
„De laatste nacht dat ze nog internet hadden, belde ik vrienden”, vertelt Ahmad Faraji. „Ze zeiden: ‘We gaan winkelen.’ Dat was hun codewoord voor protesteren. Iedereen weet dat telefoons worden afgeluisterd.” Daarna bleef het stil. „Ik heb hen niet meer gesproken. Nu kijk ik naar video’s van de doden en zoek ik naar hun gezichten, bang dat ik iemand herken.”
Mahboubeh knikt. Contact met haar familie is nauwelijks mogelijk. „Ik heb mijn moeder al een week niet gesproken”, zegt ze bezorgd.
Machteloos in Delfzijl
Alireza en Mahboubeh waren drie jaar geleden op reis in Nederland toen zij hoorden dat het voor hen, om politieke en religieuze redenen, niet langer veilig was om terug te keren naar Iran.
Ahmad kwam ruim twee jaar geleden hier, om redenen die hij liever niet deelt, omdat dat gevolgen kan hebben voor zijn familie in Iran. Alle drie bevinden ze zich in de asielprocedure.
Het drietal raakte bevriend in Ter Apel en verblijft bij een inwoonster van Delfzijl, in plaats van in een azc. „Het is hier stil, zeker als je de drukte van Teheran gewend bent”, zegt Alireza. „Maar die rust is fijn, met alles wat er nu gebeurt. Al voel je je ook machteloos, omdat je niets kunt doen voor de mensen in Iran.”
Waarom Iraniërs demonstreren
De protesten begonnen op 28 december tegen de achtergrond van een al jaren durende roep om verandering. Aanleiding was de economische crisis, nadat de Iraanse munt sterk in waarde daalde en de inflatie verder opliep. Handelaren sloten hun zaken, onder meer op de Grote Bazaar in Teheran.
Al snel draaiden de protesten om meer dan de economie: om politieke onderdrukking, gebrek aan vrijheden en het geweld van het regime. Inmiddels wordt in alle 31 provincies van Iran gedemonstreerd.
V.l.n.r. Ahmad, Mahboubeh en Alireza. Deze vlag nemen ze mee naar demonstraties in Nederland. Foto: Anjo de Haan
Families van doden betalen ‘kogelkosten’
De schattingen over het dodental lopen uiteen. Volgens HRANA, een Iraanse mensenrechtenorganisatie, zijn ruim 18.000 Iraniërs sinds de protesten gearresteerd en meer dan 2600 gedood. Het werkelijke aantal ligt mogelijk vele malen hoger.
„Daar houdt het leed niet op”, vertelt Alireza. Volgens hem moeten families in sommige gevallen betalen om het lichaam van hun overleden familielid terug te krijgen.
„De kogels worden gekocht met overheidsgeld, zegt het regime. Ze beweren dat ze die gebruiken om zichzelf te beschermen. En dus moet de familie betalen voor de kogel waarmee hun dierbare is gedood.” Hij schudt zijn hoofd. „Het voelt alsof het regime zelfs na de dood families wil straffen.”
Families moeten betalen voor de kogel die hun dierbare heeft gedood
Angst zaaien door executies
Tijdens eerdere protesten in 2022 werd Alireza zelf opgepakt. „Ik heb twee dagen vastgezeten. Ik weet niet precies waarom ik ben vrijgelaten, maar ik heb geluk gehad. Sommige anderen werden geëxecuteerd.”
Alireza Saghafi (33) Foto: Anjo de Haan
Alireza waarschuwt voor wat er volgens hem gebeurt zodra protesten zijn neergeslagen en de aandacht verslapt. „Dan volgen huis-aan-huisacties. De autoriteiten hebben namen en beelden, en weten precies wie er op straat was”, zegt hij.
Volgens hem volgen daarop zware straffen. „In sommige gevallen eindigt dat in executies door ophanging. Dat is voor het regime een manier om angst te zaaien en een boodschap te sturen: wie de straat op gaat, riskeert zijn leven.”
Verlangen naar onbekende tijd
Hun generatie Iraniërs heeft geen ander regime gekend dan dat van de ayatollahs. In 1979 grepen zij de macht, nadat de sjah was verdreven. Zijn zoon, Reza Pahlavi, ook wel de ‘kroonprins van Iran’, wordt door demonstranten genoemd als mogelijk alternatief voor het huidige regime.
Vanuit zijn ballingschap in de Verenigde Staten roept Pahlavi Iraniërs op massaal de straat op te gaan en steden te bezetten.
Ahmad Faraji (33) Foto: Anjo de Haan
Aan Ahmads pols glinstert een horloge met in goud de Iraanse vlag zoals die tot 1979 in gebruik was. Een tijd die hij alleen uit verhalen kent, maar die voor hem symbool staat voor wat verloren ging.
Over hoe de toekomst van hun land eruit moet zien, zijn ze het eens. Zij zien in Pahlavi een mogelijke interim-leider, die de weg zou moeten vrijmaken voor democratische verkiezingen.
„Ik hoop dat het wordt zoals hier”, zegt Mahboubeh. „In Iran is het leven voor vrouwen heel moeilijk. Zonder toestemming van je man of je vader kun je niets doen. Als een vrouw vrijheid krijgt, verandert alles. Dat is voor mij de kern van een toekomstig Iran.”
Mahboubeh Bakhtiari Farimani (34) Foto: Anjo de Haan
Zij hopen daarbij op hulp van westerse landen. De Amerikaanse president Trump heeft de bevolking opgeroepen te blijven protesteren en zegt dat ‘hulp onderweg’ is. Hoe die hulp eruit gaat zien, laat hij in het midden. Ook Israël zegt de demonstranten te steunen.
Iraniërs zwaaien met Amerikaanse vlaggen tijdens protesten. Dat gaat volgens Ahmad om een noodkreet. „Ze zien buitenlandse machten als de enigen die het regime kunnen afschrikken. We hebben een gemeenschappelijke vijand: het Iraanse regime dat zijn eigen mensen doodt.”
Volgens Alireza staat er meer op het spel dan alleen de toekomst van Iran. „Zonder internationale druk blijft het regime niet alleen de eigen bevolking onderdrukken, maar exporteert het ook instabiliteit, in het Midden-Oosten en daarbuiten. De duisternis die nu over Iran is neergedaald, zal ook andere landen raken.”