Ecoloog en biologiedocent Rick Middelbos bij de Baggerputten. Foto: Marjorie Noe
Rondom natuurgebied ‘t Roegwold ten oosten van Groningen openen de komende weken vier lange wandelroutes. Dit weekend wordt de eerste route geopend in Slochteren.
De routes zijn duidelijk voor de fanatieke wandelaar. Niet een uurtje over een asfaltweg lopen, maar ruim 20 kilometer dwars door de natuur. Zaterdag en zondag wordt de eerste route, de waterhoenroute, in gebruik genomen. Wat kun je hiervan verwachten?
Dagblad van het Noorden trok de wandelschoenen aan en nam de proef op de som. Dit zijn drie hoogtepunten van de wandeltocht, stukken landschap met een verhaal, waar de geschiedenis dichtbij komt en de natuur nog dichterbij.
1. Ae’s Woudbloem
Ae’s Woudbloem is het meest oostelijke puntje van de lange wandelroute. Het raakt het onderste deel van het langgerekte natuurgebied ‘t Roegwold aan. In dit terrein, dat beheerd wordt door Staatsbosbeheer, komt het verleden samen met het heden.
Vroeger stroomde hier namelijk de Fivel, een rivier die is ontstaan uit de vochtige veenmoerassen in de buurt van Slochteren. De vruchtbare grond die uit de rivier ontstond, werkte als een magneet voer boeren. Vandaag de dag stromen hier twee veenstroompjes, die zorgen voor een moerassig stukje natuur.
Dit deel van de wandeling is een kruising van twee leefgebieden. ,,Aan de ene kant kijk je kilometers over hooilanden, afgebakend door houtwallen. Aan de andere kant bevindt zich een sompig moeras met rietvogels en wielewalen”, zegt ecoloog en biologiedocent Rick Middelbos. ,,Het is een stuk natuur dwars door agrarisch gebied.”
Dit is dé plek om veel verschillende planten en dieren te zien. En te horen.
Akker met op de achtergrond molen de Ruiten. Foto: Marjorie Noë
Er klinken luid kwakende kikkers en trots zingende bosrietzangers, geelgorzen en koekoeken. Maar ook zoemende wilde bijen en hommels die zich verzamelen bij gele lissen. Waar je hier absoluut niet omheen kan, zijn de libellen. ,,Het zijn eigenlijk kleine roofhelikopters, libellen zijn de meest efficiënte jagers”, zegt Middelbos.
Ondertussen wijst hij naar de verschillende libellen, waaronder de vliervlek die daarna overal te zien is. En een roodoogjuffer die wel op een libelle lijkt, maar dat eigenlijk niet is. ,,De ogen van een juffer staan verder uit elkaar”, legt Middebos uit.
2. Slochteren
Het landgoed Fraeylemaborg. Foto: Marjorie Noë
De wandeling gaat niet alleen rondom Slochteren, maar ook door het dorp zelf. Het is een populaire plek voor toeristen en wandelaars, die naar de Fraeylemaborg trekken. Het eeuwenoude statige gebouw kent een rijke geschiedenis die te zien is in het museum dat nu in het pand is gevestigd.
Niet voor niets dat deze witte borg met de opvallende gele kozijnen het startpunt vormt tijdens het openingsweekend. Bijkomend voordeel is dat je hier ook nog iets kunt eten in een van de restaurants, wat geen overbodige luxe is tijdens zo’n lange wandeltocht.
Ook komt de wandeling langs Schildwolde, waar het zeker de moeite waard is om de pas te vertragen en de Juffertoren te bekijken. Deze spitse toren uit de dertiende eeuw is 46 meter hoog, dus niet te missen.
3. Baggerputten
Waterjuffers in de Baggerputten. Foto: Marjorie Noë
De combinatie tussen natuur en geschiedenis is ook terug te zien bij de Baggerputten, ten westen van Slochteren. De baggerputten in het gelijknamige natuurgebied vinden hun oorsprong in de zeventiende eeuw, de eeuw waarin mensen het gebied naar hun hand begonnen te zetten. Het natte laagveengebied op deze plek werd afgegraven om veen te winnen. Dat graven zorgde voor steeds groter wordende waterplassen, die ook wel baggerputten of petgaten werden genoemd.
Nu is het een natuurgebied waar veen, water en bos elkaar ontmoeten. In het midden bevindt zich de baggerput. Of in de woorden van Middelbos: ,,Het is een kleine oase natuur in een agrarische woestijn, een soort postzegeltje overgebleven paradijs.”
Op de wandelpaadjes langs het stille water veren de schoenen met de natte grond mee. Dan schiet vanuit het water plotseling een reiger de lucht in, terwijl het dier hard roept.
Een stukje verderop splits het pad door een takkenril. Tussen de knotwilgen zijn losse takken opgestapeld zodat het een soort muurtje vormt. ,,Goed voor insecten, egels en muizen. In het dode hout groeit van alles”, zegt Middelbos.
Naast het water en de bomen doemt een veldje op dat vol staat met roze pinksterbloemen.
Nog niet uitgewandeld?
In de weekenden na komend weekend worden drie andere routes opengesteld, die elk een ander deel van natuurgebied ‘t Roegwold bestrijken. Het idee voor langere routes kwam een paar jaar geleden vanuit Staatsbosbeheer, vertelt Marleen Godlieb. Ze is directeur van Ontdek Midden Groningen. Dit toeristische bureau nam de opdracht uiteindelijk over.
Luisteren naar de waterhoen in De Baggerputten in Slochteren. Foto: Marjorie Noë
Met haar collega maakte ze het afgelopen jaar een hoop kilometers tijdens de testwandelingen. ,,Je merkt dat het overal anders is. De natuur en de geluiden die je hoort, maken indruk.” De natuurgeluiden wil ze letterlijk versterken in nieuwe kunstwerken, bij deze route kun je je hoofd in eensoort trechter steken zodat je de zingende vogels nog beter kan horen.
Kortom, tijdens deze route kun je een hoop zien en horen. En natuurlijk een flink stuk wandelen. ,,Genoeg te ervaren”, concludeert Godlieb.