Ze bakte taarten als kunstwerken. Foto: eigen foto
Mama Chata heette ze in haar familie. Chata Sillé was een begrip in de Antilliaanse gemeenschap in Groningen. Een feest was pas compleet met de taarten en koekjes van Mama Chata. In februari overleed ze. Ze werd 84 jaar.
Speelde Chata Sillé bingo met andere Antillianen, dan raakte ze op dreef. Dan reageerde ze ad rem en snel; haar opmerkingen waren voor de aanwezigen minstens zo belangrijk als een volle kaart.
Ze was een gangmaker. Dat was ze al op Curaçao waar ze als alleenstaande moeder een barretje begon, dat was ze ook toen ze op latere leeftijd naar Nederland emigreerde en op de Grote Markt in Groningen met Jan en alleman in gesprek ging. Reed de vuilniswagen door haar straat, dan gaf ze de vuilnismannen steevast een blikje drinken. En op haar laatste vakantie naar de Dominicaanse Republiek - ze was toen 82 jaar - kookte ze pap van melk, havermout en rozijnen om uit te delen aan arme kinderen. Wat ze had, deelde ze.
Chata Sillé stierf op 23 februari, op 84-jarige leeftijd.
De scheiding maakte haar zelfstandig
Rosalta Hélène Adriana Sillé werd geboren in een katholiek gezin van 8 kinderen in Willemstad, Curaçao. Een neef woonde bij hen in. Haar moeder Jet stond bekend als een warme, vriendelijke en wijze vrouw. Haar vader werkte bij het postkantoor en was streng. Hij hield z’n kinderen kort.
De jonge sportieve Chata werd verliefd, trouwde en kreeg haar eerste kind, een dochter. Tot haar spijt hield het huwelijk geen stand, omdat haar man als muzikant veel van huis was en de aandacht van andere vrouwen niet kon weerstaan.
De scheiding maakte Chata vastberaden en zelfstandig. Niemand die haar nog voorschreef hoe zij haar leven moest leiden. Ze begon in Willemstad haar eigen bar: de Chi Ku Chá Bar. De naam verwijst naar een houten stok die dienst doet bij het werken met cactussen. Chata kon zich daar wel in vinden, ze was geen kat om zonder handschoenen aan te pakken.
Chata Sillé. Eigen foto
‘Ik zal voor je bidden’
Haar bar werd een hit, Chata een bekend en geliefd gezicht in de omgeving. Als alleenstaande vrouw met een zelfstandig inkomen trok ze de aandacht van verschillende mannen, maar ze hield afstand met haar scherpe tong, haar grappen en grollen. Haar onafhankelijkheid was haar grootste goed. Ze werd een aantal jaren later opnieuw moeder, van een zoon, maar ze deelde haar leven niet opnieuw met een man. Ze woonde met haar kinderen en tal van familieleden samen in een groot familiehuis.
Zo had ze ook de gelegenheid om alleen, of samen met haar kinderen, de wereld te verkennen. Ze vond het belangrijk dat haar kinderen kennismaakten met verschillende culturen en perspectieven. Zelf bezocht ze, als overtuigd katholiek, vooral bedevaartsoorden en plekken die een rol van betekenis hadden in het geloof. Ook trok ze zich af en toe terug in een klooster. En steevast zegde ze haar bezoek gedag met dit zinnetje: ‘Ik zal voor je bidden’.
Van de bar naar de moedermavo
In de jaren tachtig vertrokken twee van haar broers naar Groningen: de een om te werken en de ander om te studeren aan de RUG. Later volgde ook een zus met haar gezin naar Groningen. Ze zochten een betere toekomst en scholingsmogelijkheden voor hun kinderen.
Chata’s dochter groeide deels op binnen dit gezin en bijna vanzelfsprekend ging ze met haar tante mee, even later gevolgd door haar broertje. Chata bleef op Curaçao en sprak naderhand van tropenjaren: het harde werken in haar bar en het gemis van haar kinderen eisten hun tol. Begin jaren 90, toen haar jongste broer in Groningen ongeneeslijk ziek bleek te zijn, nam Chata een besluit: ze verkocht de bar en verhuisde naar Nederland.
Ze vond een huis in Paddepoel, meldde zich bij het arbeidsbureau en was verguld dat ze de kans kreeg zich te ontwikkelen op de moedermavo. Daarnaast vond ze eindelijk tijd voor haar grote liefhebberij: het bakken en decoreren van taarten. Ware kunstwerken maakte ze ervan.
Bruiloften, verjaardagen en communiefeesten
Decoraties haalde ze uit Engeland, drank uit Duitsland. Voor haar Bolo Pretu ( zwarte taart) gebruikte ze gedroogde pruimen die ze lang liet ‘slapen’ in sterke drank waardoor ze lang houdbaar waren. Minstens zo gewaardeerd waren haar koekjes die gasten aan het einde van een feest meekregen en de hele Antilliaanse gemeenschap zweerde bij de taarten die ze bakte voor bruiloften, verjaardagen en communiefeesten.
Vanaf het moment dat haar eerste kleindochter werd geboren, veranderde haar naam in Mama Chata, binnen en buiten haar familie. Ze koesterde grote liefde voor haar familie, maar ze liet dat zelden met woorden blijken. Ze toonde zich soms veeleisend als een directeur en deinsde er niet voor terug mensen de les te lezen.
Haar onafhankelijkheid was haar grootste goed. Foto: eigen foto
Rond het jaar 2000 kwam haar moeder, inmiddels weduwe, naar Nederland om haar kinderen te bezoeken. Ze bleef bij Chata wonen en samen bereidden ze authentieke Antilliaanse hapjes voor Antilliaanse feesten. Zo maakten ze kala, een soort bitterbal gemaakt van bonenmeel. Daarvoor pelden moeder en dochter kleine zwarte boontjes die een nacht in de week hadden gelegen. Het was een arbeidsintensief karwei, tegelijkertijd een waardevol moment van samenzijn, terwijl de emmer met boontjes tergend langzaam leger werd.
Ook na haar 80ste nog volop plannen
Chata herstelde goed van een open hartoperatie, al markeerde die het begin van andere gezondheidsproblemen. Ze verdiepte zich in allerlei alternatieve geneeswijzen, gesteund door haar broer, een gepensioneerd arts. Toen haar diabetes verergerde en behandeling met insuline-injecties noodzakelijk werd, koos Chata ervoor dit niet te doen. Ze volgde haar eigen overtuiging en voelde zich daar goed bij.
Zo goed zelfs dat ze samen met haar zoon een reis naar de Dominicaanse Republiek maakte. Bij terugkomst waren er al plannen voor een tweede reis, waaraan een hartaanval een einde maakte: Chata moest revalideren in Maartenshof en terugkeer naar huis bleek onmogelijk. Haar laatste woonplek werd Residentie De Buitenzorg in Paddepoel waar ze op 23 februari stierf.
Op 3 maart werd Chata herdacht in de Sint Jozef Kathedraal in Groningen waar alle aanwezigen voor haar zongen en baden. Waar ze, grotendeels in het Papiaments, herinnerd werd als een sterke vrouw met een groot hart, een scherpe tong en een onverwoestbare levenswil. Iemand voor wie het leven nooit stil stond en die tot het einde bleef uitkijken naar wat er nog komen kon.
Chata werd gecremeerd en haar as werd uitgestrooid in zee, zoals ze had gewenst. Want de zee, vond Chata, was overal en verbond alles en iedereen.
Dagblad van het Noorden portretteert in Tijd van Leven inwoners van Drenthe en Groningen die afgelopen tijd zijn overleden. Suggesties? Mail naar: tijdvanleven@dvhn.nl.