Iddo Kemp in 2014 toen hij stadsgids was. Foto: Peter Wassing
Hij viel op door z’n ingevallen gezicht, haperende loopje en zijn streken. Door z’n innemendheid ook, z’n verhalen. Voormalig dakloze Iddo Kemp uit Groningen overleed begin januari. Hij werd 64 jaar.
Vertederend beeld: Iddo die vol verwachting bij twee kennissen achterin de auto zit. Hij praat nog meer dan anders. Vandaag is de dag, vandaag gaat hij naar een boerderij in een dorp ergens in het Westerkwartier. Daar ligt een schat verborgen: een nest jonge katjes waaruit Iddo er eentje mag meenemen naar huis.
Hij kiest een grijswit exemplaar dat hij Koukla doopt. Ze is de opvolger van Doerak met wie hij jaren samenleefde in zijn huisje aan de Tellegenstraat in Groningen. Hij koestert zijn huisdieren.
Minder vertederende herinneringen aan Iddo zijn er ook. Dat hij neergestoken werd. Achternagezeten. Dat taxichauffeurs eindeloos bleven toeteren en aanbellen omdat hij zonder te betalen z’n huis in was gevlucht. Dat hij gesnapt werd als hij naarstig op zoek was naar geld. Voor cocaïne, heroïne.
Nieuw leven
Iddo is Iddo Kemp, junk en (voormalig) zwerver in Groningen. Toen hij in 2010 bijna was doodgevroren in de bosjes waar hij woonde - een plantsoentje in de Oosterparkwijk - belandde hij met een zware longontsteking in het ziekenhuis. Waar hij ontwaakte, opknapte en de kans op een ander leven met beide handen aangreep. Hij was de 50 gepasseerd, hij stelde zich voor het eerst open voor hulp, bemachtigde een huurhuisje en accepteerde financiële zorg waardoor hij weekgeld kreeg. Waardoor hij zich nooit meer zorgen hoefde te maken over zijn huur.
Iddo stierf afgelopen januari. Hij was ziek en verzwakt. Hij werd niet meer wakker in zijn stoel bij het raam.
Broer van Manuela Kemp
Hij werd geboren in een kunstenaarsgezin in Amsterdam en groeide op in Kwadijk met zijn zussen Sefanja en Manuela, de latere zangeres en presentatrice. Van een warm gezinsleven was, op z’n zachtst gezegd, geen sprake omdat vader en moeder Kemp belangrijkere dingen aan hun hoofd hadden. Toen Iddo 6 jaar was, gingen zij uit elkaar. De kinderen bleven bij hun moeder, althans: tot ze 12 jaar waren.
„Op je twaalfde werd je eruit getrapt en dood verklaard’’, zegt Iddo daarover in de documentaire Van de straat die Rianne Aalbers uit Groningen in 2023 over hem en twee daklozen maakte. „Mijn moeder is iemand die van puppy’s houdt en niet van honden.’’
Iddo, screenshot uit de documentaire 'Van de straat' uit 2023. Foto: eigen foto
Hij vraagt zich in de documentaire af hoe het zo ver heeft kunnen komen met hem. „Ik heb verdomme een hartstikke goed stel hersens. Ik had er verstandiger mee om moeten gaan.’’ De antwoorden van zijn verval tracht hij te vinden in zijn jeugd. Want toen zijn moeder hem op zijn 12de de rug toekeerde en hij aanklopte bij zijn vader, volgde er geen warm onthaal. Zijn vader woonde samen met zijn nieuwe vriendin in Kloosterburen. „Als je moeder je al niet wil en je vader eigenlijk ook niet, dan kan je wel een beetje verknipt raken.’’
Hij ontdekte het feestelijke nachtleven
Hij belandde in kindertehuizen, zoals De Vijverberg in Haren, en koos uiteindelijk voor de opleiding interieurarchitectuur aan academie Minerva in Groningen. In die jaren ontdekte hij het feestelijke nachtleven. Hij werkte als DJ in De Kar, het muziekcafé in de Peperstraat waar hij niet alleen draaide, maar ook uren danste met zijn grote liefde Marjon. In die nachten maakte hij ook kennis met drank en drugs.
Toen hij de opleiding op zijn 23ste verliet, was hij verslaafd aan cocaïne, later aan heroïne. Een verbroken relatie was het laatste zetje naar zijn zwervende bestaan.
Dat bracht hem van Groningen naar Rotterdam, Leeuwarden, Utrecht en terug naar Groningen. Om aan drugs te komen en in leven te blijven, schroomde hij niet om te stelen, documenten te vervalsen of drugs te smokkelen naar bijvoorbeeld Suriname. Vaak ging het goed, vaak ook niet. Iddo zat meermaals in de gevangenis.
‘Honger, ellendig, eenzaam’
Zijn charme redde hem geregeld. Menig vrouw viel voor zijn bruine ogen, zijn zachte blik. „Hij was knap, hij had donkerbruine mooie ogen en hij was lief: hij deed de boodschappen, kookte graag Indisch, bracht bloemen mee. Een schat van een man, intelligent bovendien. Als we samen de stad in gingen, naar de bioscoop of naar het Paterswoldsemeer, gebeurde het soms zomaar dat iemand tegen me zei: ‘Wat heeft u een ontzettend mooie man’. En ik vond hem betrouwbaar. Maar ja, steeds die terugval’’, verhaalt een vrouw die eind jaren 90 enkele jaren een relatie met Iddo had.
Een terugval betekende dat hij gebruikte. En toen hij ergens in die jaren te horen kreeg dat hij hiv-patiënt was, bestreed hij de onrust in zijn lijf met nog meer drugs. Roekeloosheid lag op de loer. Het ging hard bergafwaarts.
De jaren buiten die volgden, hakten erin. „Ik heb nachten van 20 graden onder nul meegemaakt. Dan moet je wel een paar stukken tapijt en een paar stukken karton om je heen hebben voor iets van warmte’’, zegt Iddo, in de documentaire, over de maanden dat hij buiten sliep. „Dan ben je wel eens echt ellendig. De hele dag gelopen, het heeft geregend of gesneeuwd en je hebt kletsnatte schoenen. Je voeten zijn helemaal vergaan, kapot en blaren en alles. Ja, dan kun je je wel ellendig voelen hoor. Honger, ellendig, eenzaam.’’
Iddo op een goed moment in 2019. Foto: Corné Sparidaens
Hij werd stadsgids met visitekaartje
Aan dat erbarmelijke bestaan kwam een einde toen hij het wonderwel redde na een ziekenhuisopname en aan een soort tweede leven begon. Niet zonder drugs, wel zonder zwerven, want hij kreeg een eigen plek: een huurwoning waar hij zich omringd wist door zijn snuisterijen, boeken, CD-collectie, games en zijn verzameling atlassen.
Hij leerde Ritzo ten Cate kennen die stadswandelingen begeleid door (ex-)daklozen op touw zette. Ook Iddo werd gids; hij liet visitekaartjes drukken waarop hij zichzelf omschreef als kennisvreter, zwendelaar, creatieveling, junk en kletsosoof.
Soms kwam hij niet opdagen, soms te laat, maar bijna altijd zette hij zich over zijn schroom heen en nam zijn luisteraars mee langs de plekken in de stad die voor hen onbekend waren, voor hem gesneden koek. Aan de hand van die plekken vertelde hij honderduit over hoe hij was geworden wie hij was.
En net als tijdens de gastlessen die hij met Ritzo op middelbare scholen gaf, legde hij uit dat mensen voor hem wegduiken, hem toebijten dat hij een vuile junk is. Twee werelden, wist Iddo, waartussen de scheidslijn dun is. „Het is niet zo’n grote stap, hoor. Het kan iedereen overkomen’’, vertelde hij keer op keer.
Om vervolgens terug te fietsen naar z’n huis, z’n kat, z’n buurvrouwen. Daar draaide hij graag Prince, liefst luid. En hij wilde wel 80 worden als het zo mooi ging als nu.
Maar de harde jaren hadden hun tol geëist. Iddo verzwakte en werd op 6 januari niet meer wakker. Hij werd 64 jaar en zo’n 20 mensen, onder wie zijn oudste zus, zeiden hem gedag op de gemeentelijke uitvaart.
Tijd van Leven
Dagblad van het Noorden portretteert in Tijd van Leven inwoners van Drenthe en Groningen die afgelopen tijd zijn overleden. Suggesties? Mail naar: tijdvanleven@dvhn.nl.