Klaas Knot, gezant van de stuurgroep Lelylijn tijdens een bijeenkomst over de Lelylijn in The Hague Conference Center. Foto: ANP/Freek van den Bergh
De Lelylijn kan in 2050 rijden als het kabinet belooft er jaarlijks 400 miljoen euro voor te sparen. Dat is het advies van oud-directeur van De Nederlandsche Bank Klaas Knot.
Knot erkent dat de spoorlijn van Groningen naar Lelystad erg duur wordt doordat hij voor een deel door ‘zompige’ bodem moet. 14,5 miljard euro is de laatste raming. Het voordeel is alleen dat lijn toch pas na 2040 daadwerkelijk aangelegd kan worden. Er is volgens Knot dus tijd genoeg om te sparen.
Knot is na zijn vertrek als directeur van De Nederlandsche Bank door het kabinet aangesteld als Lelylijn-gezant om de plannen voor de lijn levend te houden. Het nu demissionaire kabinet besloot afgelopen voorjaar de gespaarde 3 miljard voor de lijn aan andere projecten te besteden, zoals de Nedersaksenlijn.
De rekensom van Knot komt neer op jaarlijks vanaf afgelopen jaar 400 miljoen sparen door het Rijk. Daarmee is dan zicht op 75 procent van de kosten. Dat laatste is de eis om te beginnen met de zogeheten MIRT-verkenning. Die verkenning kan wat Knot betreft dan ook beginnen als het kabinet die jaarlijkse 400 miljoen belooft te sparen.
Knot heeft ook gekeken naar andere vormen van financiering. De regio en Europa kunnen misschien 5 tot 10 procent bijdragen.
Buitenlandse bedrijven betalen vaak niet
Hij verwacht weinig heil van financiering door het bedrijfsleven, of hoogstens voor onderdelen. Nederlandse partijen zijn niet bereid of in staat zo veel geld op te hoesten. Er zijn wel bedrijven uit het buitenland die beweren dat ze zulke bedragen kunnen bijdragen maar Knot noemt dat niet realistisch. Er zijn volgens hem genoeg ervaringen met bedrijven die uiteindelijk toch niet bleken te betalen.
Volgens Knot is zijn spaarplan een antwoord op het probleem dat de Lelylijn niet ‘uit’ kan volgens normale kostenbaten-analyses. Dan hopen investeringen zich altijd op in de Randstad waar dan ook te veel drukte en knelpunten ontstaan. Nederland moet daarom proberen een landsdeel zoals het Noorden er bij te betrekken, vindt hij.
Lelylijn niet in regeerakkoord
In het regeerakkoord dat gisteren ongeveer tegelijkertijd werd gepresenteerd met het plan van Knot komt het woord Lelylijn niet voor. Dat hoeft volgens Knot geen belemmering te zijn.
Zijn spaarplan noemt hij oerhollands. Het geld zou niet in het normale ‘mobiliteitsfonds’ van het ministerie van Infrastructuur moeten maar in een apart ‘sparend gebiedsfonds’. Voordeel is dat bij mee- of tegenvallers niet meteen ook andere grote projecten onder druk komen. Bovendien kunnen andere partijen zoals de regio ook bijdragen aan dat fonds en daarmee ook medeverantwoordelijkheid dragen. Dat kan ook weer helpen om te voorkomen dat er allerlei extra dure wensen bij komen vanuit de regio, voor mooie tunnels of stations.
Tegelijk met het spaarplan van Knot werd ook het zogenoemde masterplan voor de Lelylijn gepresenteerd. Daarin staan vier scenario’s voor hoe de lijn kan lopen, bij een dalende bevolking, gelijkblijvende of sterk stijgende bevolking van het Noorden.
Puzzel in Groningen, Drachten, Heerenveen en Emmeloord
Er staan ook concrete tracés in voor de steden Groningen, Drachten, Heerenveen en Emmeloord. In die vier plaatsen wordt het een puzzel om de spoorlijn in te passen.
Voor Groningen zijn er drie opties: een boortunnel vanaf het westen van Groningen rechtstreeks naar het Hoofdstation. Wel duur en technisch ingewikkeld. Een andere optie is een lijn op palen langs Hoogkerk en via het nieuwe station Suikerzijde. Een derde optie is een verdiepte ligging door Hoogkerk met een nieuw station De Halm, in Hoogkerk.
Eerder was er nog sprake van aanleg van de spoorlijn in delen, omdat het geheel zo duur is. Dat kan, zegt Knot. Maar de voordelen van de lijn komen pas tot hun recht als de lijn in zijn geheel wordt aangelegd. Alleen dan is er sprake van de veel snellere reistijd Groningen/Leeuwarden-Amsterdam.
Een probleem is Europese financiering. Er is wel wat geld te verwachten in de studiefase omdat de lijn ooit doorgetrokken kan worden naar Duitsland en Scandinavië, of zuidelijk naar Brussel. Maar in praktijk wordt de aanleg van het stuk Lelystad-Groningen zelf toch een Nederlandse aangelegenheid.