Het pand in Groningen waar Jeugdbescherming Noord kantoor houdt. De organisatie ligt onder het vergrootglas van de Inspectie. Foto: Corné Sparidaens
Een kinderrechter in Groningen oordeelt snoeihard over de bescherming van een 13-jarige jongen die zonder diagnose en behandeling op verzoek van Jeugdbescherming Noord (JB Noord) in een gesloten jeugdhulpinstelling zit. Ook wekt een door JB Noord ingebrachte, onduidelijke brief vol spelfouten ergernis.
De kinderrechter grijpt in omdat hij vreest dat de negatieve gevolgen van het opsluiten van de jongen ‘op termijn erger zijn dan het doel dat ermee wordt nagestreefd’. Dat staat in een donderdag gepubliceerde uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland.
Volgens de rechter is het ‘niet acceptabel’ en ‘onmenselijk’ om de jongen in een gesloten instelling te houden als hij geen uitzicht krijgt op terugkeer bij zijn moeder of een andere woonplek. Hij schakelt nu zelf een psychiater in om te onderzoeken wat de oorzaak is van zijn ernstige gedragsproblemen.
Kinderrechters zijn vanaf begin dit jaar in verschillende zaken ongekend kritisch op de werkwijze van JB Noord. Destijds werkte de organisatie ook onder een overbruggingscertificaat van het Keurmerkinstituut (KMI), omdat ze niet genoeg deed om aan wettelijke kwaliteitseisen te voldoen. Op 16 september concludeerde het KMI dat dat weer in orde is. Deze nieuwe uitspraak van 24 september laat echter zien dat het lek nog lang niet boven is bij JB Noord.
13-jarige al half jaar uitzichtloos in gesloten instelling
De jongen zit vanwege gedragsproblemen al een half jaar in de gesloten instelling. Hij heeft maar zeer beperkt contact met zijn moeder en de jonge knul heeft momenteel geen enkel zicht op ‘terugplaatsing of plaatsing op een open accommodatie’, schrijft de kinderrechter.
Die uitzichtloze situatie is bijzonder schadelijk voor de ontwikkeling van een kind. Zo concludeert hij dat de jongen geen passend onderwijs volgt, weinig of geen zinvolle dagbesteding heeft en daardoor niet op een normale manier opgroeit voor een kind van zijn leeftijd.
Dat de jongen langdurig wordt opgesloten haalt volgens de uitspraak ‘de toekomst van een kind onderuit’. Want opsluiting van een kind betekent: weinig contact met andere kinderen, familie en de gewone wereld om zich heen. De kinderrechter merkt dan ook op dat dit slecht is voor de sociale ontwikkeling van de 13-jarige omdat hij nu mist om samen te spelen, te praten en ervaringen te delen met leeftijdsgenootjes.
JB Noord nog steeds geen onderzoek gestart
Jeugdbescherming Noord wil de jongen nu plaatsen in een ouder- en kindhuis, waar zijn moeder en haar gezin op dit moment al wonen. Maar die overplaatsing is volgens de kinderrechter voorbarig: Jeugdbescherming Noord heeft na een half jaar nog steeds niet onderzocht wat de oorzaak is van de gedragsproblemen. Ook is er nog geen enkele behandeling gestart, terwijl de rechter daar al voor de zomer uitdrukkelijk om had verzocht.
De kinderrechter merkt op dat Jeugdbescherming Noord juist vindt dat die behandeling wél is gestart. Dat is hem duidelijk in het verkeerde keelgat geschoten: ‘De kinderrechter begrijpt niet hoe kan worden gesproken van een behandeling zonder dat voorafgaand diagnostisch onderzoek heeft plaatsgevonden’, schrijft hij in de beschikking. ‘Behandeling van wat? En behandeling waarvoor?’, vervolgt hij.
JB Noord onder vergrootglas
Jeugdbescherming Noord is een zogeheten gecertificeerde instelling en voert door de rechter opgelegde maatregelen van jeugdbescherming en -reclassering uit. Het afgelopen jaar ligt de organisatie onder een vergrootglas en ook onder vuur.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vindt de kwaliteit van JB Noord en de veiligheid van de kinderen zelfs zo onder druk staan dat afgelopen zomer de organisatie onder verscherpt toezicht is gesteld. Kinderen en jongeren (en hun ouders) krijgen volgens de IGJ momenteel niet op tijd de bescherming, begeleiding en hulp die zij nodig hebben.
Taalfouten in vage brief van Accare?
Een tijdens de mondelinge behandeling door JB Noord overhandigde brief baart de kinderrechter ook ‘veel zorgen’. Zo stelt hij vast dat de brief is geprint op briefpapier van Accare, de brief niet is ondertekend en dat deze is opgesteld door iemand die niet voorkomt in het BIG-register. Alleen zorgverleners zoals artsen, verpleegkundigen of psychologen die in dit register staan, mogen zelfstandig zorghandelingen verrichten die bij dat beroep horen, zoals bijvoorbeeld injecties geven.
Ook de inhoud van de ‘Accare-brief’ stelt hem niet gerust: „De brief is zodanig slecht van kwaliteit – door het grote aantal taalfouten, de onduidelijke opbouw en onduidelijke inhoud – dat deze niet goed te begrijpen is.”
De jeugdbeschermers zien zelf ook dat de opname in het ouder- en kindhuis niet duidelijk zal maken wat de jongen nodig heeft om gezond en goed op te groeien, concludeert de rechter. Ze doen volgens de rechter hun best en zoeken oplossingen om de veiligheid van de jongen te waarborgen. Toch is dat wat de kinderrechter betreft niet genoeg. Hij schrijft: ‘het is hen tot nu toe niet gelukt om het noodzakelijke onderzoek te laten uitvoeren’.
Het leidt er allemaal toe dat de kinderrechter ‘net zo min als de GI [JB Noord]’ kan vaststellen of de gedragsproblematiek voortkomt uit de 13-jarige jongen zelf ‘of dat de problematiek kan worden verklaard door zijn belaste voorgeschiedenis of de omgeving waar hij nu opgroeit’, schrijft de kinderrechter. Daarover wil hij binnen twee maanden duidelijkheid. Op 5 december komt de zaak weer voor.