Liesbeth Bolt en haar neef Lammert Bolt voor de schelpenzuiger Waddenzee in de haven van Harlingen. Foto: Marco Keyzer
De laatste drie schelpenzuigers kunnen sinds dit jaar de Waddenzee en Noordzeekustzone niet meer op. Ze wachten op vergunningen die uitblijven. De familiebedrijven zijn de wanhoop nabij, zegt Liesbeth Bolt van Waddenzee BV.
„Zo’n mooie sector is dit, het is zo zonde. Dit doet me wat, en niet alleen persoonlijk. Ik moet ervan huilen”, zegt mede-eigenaar Liesbeth Bolt (52) in de kombuis van de schelpenzuiger Waddenzee in de Marconihaven in Harlingen. „Dit bedrijf is 75 jaar geleden door onze opa Tamme Bolt opgericht. Tot voor kort een gezond bedrijf met een prachtig natuurlijk product.”
De schelpenwinning is al honderden jaren oud, vertelt Liesbeth. Sinds bijna 120 jaar gebeurt dat mechanisch. „Maar nu hebben wij het gevoel dat we hard gesaneerd worden”, vertelt de Groningse, met schipper en neef Lammer Bolt (54) uit Zoutkamp aan haar zijde. „We zijn de wanhoop nabij.”
Schelpdoppen voor fietspaden
De schelpenvissers zuigen lege schelpdoppen van de zeebodem. De kleischelpen (merendeels kokkels) die ze uit de Waddenzee en Noordzeekustzone haalden, worden onder meer gebruikt voor fietspaden. Bijna alle Friese gemeenten zijn klant van Waddenzee BV, zegt Liesbeth. Vooral de Waddeneilanden zijn grote afnemers. „Die kunnen we al maanden niet meer leveren.”
Liesbeth zegt dat de drie kleine bedrijven (Waddenzee uit Harlingen, Rousant uit Zoutkamp en Testamare uit Yerseke) het erover eens zijn dat de schelpenwinning verantwoord moet zijn voor het wad en de Noordzeekust. Daarom hebben ze eind vorig jaar een handreiking gedaan aan de Waddenvereniging en Natuurmonumenten, die de schelpenwinning sinds 2019 juridisch aanvechten. „Wij zijn bereid 55 procent van ons wingebied en 25 procent van ons quotum in te leveren. Dat hebben ze afgewezen, omdat ze zien dat ze aan de winnende hand zijn”, zegt Bolt, die erop wijst dat ze op minder dan 1 procent van het wad en de Noordzeekustzone actief waren.
Schone schelpen
De bulten schelpen die op de loswal in Harlingen liggen, bestaan uit schone, gele schelpen. Die zijn opgevist uit de diepere Noordzee en niet geschikt voor schelpenpaden. Ze worden gebruikt voor vogelbroedeilanden, het verharden van dijken, kippenvoedsel en het tegengaan van bodemverzuring in bossen, zegt Liesbeth.
Een bult schelpen in de Marconihaven in Harlingen. Foto: Marco Keyzer
„Dat is toch scheef”, zegt Lammert. „Natuurorganisaties zijn aan de ene kant afnemer en aan de andere kant vechten ze onze vergunning aan.”
Woelige Noordzee
Voor de Noordzee heeft de Harlinger schelpenwinner wel een vergunning. Maar de schelpen liggen daar dieper en veel verder verspreid. De winning daar is niet rendabel en hun ‘slechts’ 45 meter lange schip is eigenlijk te klein voor de woelige Noordzee, zegt Liesbeth. „Natuurlijk is dat voor de natuur ook een veel grotere aanslag. Als je langer onderweg bent, stook je meer gasolie en je beslaat een groter gebied.”
Lammert, die tot vorig jaar garnalenvisser was, herinnert zich nog dat hij als 15-jarige met zijn opa, oom of vader meeging. „Dan hadden we soms in tien, twaalf uur het ruim helemaal vol. Nu ben je daar wel drie dagen mee bezig.”
Lammert Bolt bij het lege ruim van de schelpenzuiger Waddenzee. Foto: LC
Tot eind vorig jaar konden ze nog in de Noordzeekustzone schelpen zuigen. Op de Waddenzee zijn de vissers al drieënhalf jaar niet meer actief. De vergunningen zijn steeds voor drie jaar. Het gaat nu om de periode 2026 tot 2028, die dus al begonnen is. In 2020 lagen de schelpenzuigers al eens twee maanden aan de ketting vanwege de aangevochten natuurvergunning, die de provincie Fryslân heeft afgegeven.
Die procedure is nog steeds niet ten einde. Het hoger beroep bij de Raad van State moet nog dienen. Ondertussen is het wachten op een uitspraak in de aangevochten ontgrondingsvergunning, die Rijkswaterstaat heeft afgegeven. Die wordt in september verwacht. „Tot die tijd kunnen wij geen nieuwe vergunning aanvragen. De provincie en Rijkswaterstaat weten zich er ook geen raad mee”, zegt Liesbeth.
‘Drie hoepeltjes’
„We moeten door drie hoepeltjes springen. Eerst moeten we een quotum krijgen, dat hebben we van Rijkswaterstaat. Dan moeten we een natuurvergunning en dan een ontgrondingsvergunning, en die wil Rijkswaterstaat niet geven. We zitten in een knoop waarvan we niet weten hoe we eruit komen. Onze familiebedrijven gaan zo failliet.”
Reactie Waddenvereniging en Natuurmonumenten
„Wij hebben aangeboden mee te denken over andere locaties om schelpen te winnen, bijvoorbeeld in de Noordzee. Of aan compenseren. Dat aanbod ligt er nog steeds”, reageert jurist Esmé Gerbens van de Waddenvereniging. Volgens haar en Natuurmonumenten is het aan het bevoegd gezag om een natuurvergunning af te geven. Dat is de provincie Fryslân. „Het is niet aan ons.”
De Waddenvereniging en Natuurmonumenten maakten al in 2019 bezwaar tegen de natuurvergunning voor schelpenwinning in de Waddenzee en de Noordzeekustzone. Die vergunning is door de rechtbank vernietigd omdat ecologische effecten niet uit te sluiten zijn, zegt Gerbens. Zo is er onvoldoende rekening gehouden met het effect op beschermde zee-eenden en zijn de gevolgen voor de wadbodem onduidelijk. De zaak is inmiddels in de fase van hoger beroep bij de Raad van State, het hoogste bestuursrechtorgaan.
Volgens Gerbens is schelpenwinning een vorm van ondiepe delfstofwinning. „De Waddenzee is werelderfgoed, Unesco geeft aan dat delfstofwinning daar niet thuishoort.” Vandaar dat de door de schelpenvissers voorgestelde halvering van het wingebied en inleveren van een kwart van de quota heel lastig wordt, zegt Gerbens. „Maar nogmaals, het is aan de provincie om te kijken of de schelpenwinning in kleinere omvang vergunbaar is.”
„Wij vinden dat de overheid door het niet op de juiste manier uitoefenen van haar natuurbeschermingstaken voor onzekerheid heeft gezorgd bij de schelpenwinbedrijven”, vult woordvoerder Fred Prak van Natuurmonumenten hierop aan. „Dat is slecht voor de natuur, maar ook voor het toekomstperspectief van deze bedrijven.”
„We begrijpen zeker de zorgen die daardoor ontstaan, maar als de overheid haar verplichtingen jegens de natuur onvoldoende uitoefent kunnen wij niet anders dan bij de rechtbank daartegen, richting de overheid als vergunningverlener, bezwaar te maken.”
De procedure met vergunningen voor drie jaar is ooit – ergens rond de eeuwwisseling – ingevoerd om de mededinging tussen de schelpenwinners te vergroten, vertelt Liesbeth. „Tot dan werden de quota onderling door de schelpenvissers verdeeld. Toen waren er nog wel tien schelpenvissers.”
Calimero
Volgens de schelpenvissers is het vergunningentraject verlamd geraakt. „Het klinkt misschien als een Calimero-verhaal, maar op de Waddenzee lijkt alles te mogen doorgaan: zoutwinning, baggeren, massatoerisme, militaire oefeningen, garnalen- en kokkelvisserij. Een heel kleine sector lijkt dan een makkelijke prooi. Wij kwamen vrijwillig met een mooi gebaar. Wij zijn ook begaan met de Waddenzee, wij moeten het hebben van nieuwe aanwas van schelpen. En dan willen de andere partijen hun gunstige juridische positie niet opgeven. Heel triest.”
Schelpenzuiger Waddenzee in de Marconihaven in Harlingen. Foto: Marco Keyzer
De schelpenvissers hopen met andere partijen nog altijd tot een oplossing te komen. Tot die tijd is een gedoogvergunning nodig, stellen ze in een noodsignaal aan Rijkswaterstaat, de provincie Fryslân en de ministers van Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. „Wij zijn niet bestand tegen lange, ingewikkelde processen. Het voortbestaan van de sector is ernstig in het geding geraakt.”