Stratenmakers leggen de Stolpersteine voor familie De Vries aan de Oosterstraat 20 in Winsum. Foto Anjo de Haan
Enkele foto’s, een koektrommel, een bakje en een peper- en zoutstelletje: dit was alles wat nog aan Michiel en Agatha De Vries en hun zonen Isie en Vius herinnerde, die in Auschwitz zijn vergast. Tot vrijdag: voor hun huis aan de Oosterstraat 20 in Winsum werd een Stolperstein gelegd.
De familie werd op 12 november 1942 weggevoerd naar Kamp Westerbork. Buren keken toe hoe vader Michiel en moeder Agatha met hun zonen Israël en Sophius vertrokken om de trein van 12.15 uur naar Groningen te halen. Daar stapten ze over op een andere trein die hen naar station Hooghalen, oftewel Kamp Westerbork, bracht. Dorpsveldwachter Kluter controleerde of alle opgeroepen Joodse Winsumers zich meldden. Iedereen kreeg een vergunning en een gratis reisbiljet voor eenmalig gebruik. Binnen een maand waren de meesten vermoord.
Israël en Sophius De Vries werden net als hun ouders vergast in Auschwitz. Bron: Romke Visser.
Er werden in Winsum vrijdag tien Stolpersteine gelegd. Foto Anjo de Haan
De familie Lijnema woonde naast hen. Er was geen heel innig contact; zo ging dat in het verzuilde Winsum, waar men zich, net als in de rest van Nederland, vooral met de eigen zuil – sociaaldemocratisch, protestants-christelijk, rooms-katholiek en liberaal of neutraal – bezighield. „Ze waren vriendelijk naar elkaar, maar ze kwamen niet bij elkaar over de vloer”, zegt historicus Romke Visser, die bij het leggen van de Stolperstein een toespraak hield. „Dat deed men sowieso in die tijd minder. Het leven speelde zich in het oude Obergum (noordelijk deel van Winsum, red.) veel op straat af.”
NSB’er kocht huis van vergaste Joodse familie
De avond voor het vertrek namen de buren afscheid, waarbij de familie De Vries foto’s en andere spulletjes in bewaring gaf. Voor als ze weer terugkwamen. Daarna is er nog één keer contact geweest. Buurvrouw Detje Lijnema stuurde een stapel pannenkoeken naar Westerbork. Ze kreeg een bedankbriefje terug. Daarna werd het stil.
Romke Visser vertelt over de geschiedenis van de familie De Vries die aan de Oosterstraat 20 woonde. Foto Anjo de Haan
De zes woningen van de Joodse families in Winsum werden gekocht door de lokale caféhouder, die eveneens landwachter en lid van de NSB was. Het huis van de familie De Vries was zo nog een poosje het hoofdkwartier van het Nederlandsche Arbeidsfront, de nationaalsocialistische vakcentrale.
Aad wil 27 Stolpersteine voor weggevoerde Winsumers
Visser: „Het toeval wil dat mijn toenmalige partner en ik jaren later, in 1994, dat huis kochten. Naast ons woonde Henk Lijnema, de zoon. Hij had nog gezien hoe de buren werden weggevoerd. Hij sprak hier vaak over: hij wilde niet dat hun verhaal zou worden vergeten. Henk overleed twintig jaar geleden.”
Zijn wens werd vervuld. De spulletjes van de familie De Vries worden nog altijd door zijn nicht bewaard. Visser werkte met replica’s voor een leskist waarmee hij in de voormalige synagoge over de deportatie van de joden in Winsum vertelt. Visser: „En zo wordt Henk ook niet vergeten.”
De leskist van Romke Visser met onder meer replica's van de foto’s, een koektrommel, een bakje en een peper- en zoutstelletje van familie De Vries. Foto: Romke Visser
Dorpsgenoot Aad van der Drift nam het initiatief voor het leggen van de Stolpersteine. „Er liggen er na vrijdag twintig; het doel is 27.” Hij hield vrijdag onder meer een toespraak bij de plaatsing van de Stolperstein aan het Winsumerdiep 6, waar in de oorlog de woonboot van Murco Lamminga lag. „Hier woonde hij met zijn vrouw en drie kinderen. Hij was waterbouwkundige bij de Provinciale Waterstaat. Vanwege de woningnood namen ze hun intrek in het directieschip dat bij de Nieuwe Brug over het Winsumerdiep lag. Hij werd lid van de Knokploeg in Winsum en verzamelde onder meer inlichtingen over het Duitse leger in de regio Delfzijl en Zoutkamp. Ook verborg het gezin onderduikers voor de bezetters.”
Murco Lamminga was lid van een knokploeg en verzamelde onder meer inlichtingen over militaire installaties van de Duitse bezetter. Bron: Aad van der Drift.
Lamminga werd op 16 februari 1945 opgepakt. „De Duitse Sicherheitsdienst hield een razzia en hield in Winsum dertien mensen aan, onder wie Lamminga. Hij kwam in het Scholtenhuis in Groningen terecht en werd uiteindelijk in een veewagen op transport gezet naar concentratiekamp Neuengamme. Hij kreeg de status ‘Tor Sperre’, wat erop neerkwam dat hij ter dood was veroordeeld.”
Murco bezwijkt vlak voor de bevrijding van Stalag X-B
Van der Drift vertelde in zijn toespraak hoe Lamminga in april naar een ander kamp, Stalag X-B in Sandbostel, werd gestuurd. „Door het uitbreken van vlektyfus en dysenterie, gevoegd bij een totaal gebrek aan voedsel en medische zorg, was de overlevingskans voor de al verzwakte gevangenen sterk verkleind. In de nacht van 19 op 20 april vond een wanhopige hongeropstand plaats, waarbij de SS-bewakers met vuurwapens onder de uitgeputte gevangenen een bloedbad aanrichtten.”
De SS-leiding verliet op 20 april het kamp. De gevangenen die nog konden lopen, namen ze mee op een dodenmars. „Lamminga bleef achter in het kamp. Hij bezweek nog dezelfde dag aan tyfus, negen dagen voordat het kamp door Britse soldaten werd bevrijd. Dat is echt ontzettend wrang.”
‘Zes mensen in dit huis? Ik woon hier in mijn eentje’
Zo ook het lot van Reindert Tuitman en Sijbe Wendelaar, voor wie ook een Stolperstein wordt gelegd. „Reindert en Sijbe waren zwagers en woonden met hun gezinnen – zes personen in totaal – in hetzelfde huis. Ik sprak met de huidige bewoner over de Stolperstein. Die zei: ‘Zes mensen? Ik woon hier in mijn eentje en ik vind dit al krapjes.’”
Reinder Tuitman uit Winsum was een 148 Groningers die werd opgepakt na de aanslag van het verzet op de Duitsgezinde rechercheur Jannes Luitje Keijer. Hij overleed vlak na de bevrijding als gevolg van zijn ontberingen. Bron: Aad van der Drift
Sijbe Wendelaar overleefde de oorlog niet. Voor zijn huis werd vrijdag een Stolperstein gelegd. Bron: Aad van der Drift
De zwagers werden opgepakt tijdens een wraakactie van de Duitsers na de aanslag op de Duitsgezinde rechercheur Jannes Luitje Keijer, die door het verzet op 22 april 1944 op het station in Bedum werd neergeschoten. Op 25 april werden de dorpen Bedum, Winsum, Middelstum en Zuidwolde door duizend soldaten en agenten omsingeld. Tijdens de razzia in de vier dorpen werden 148 mensen opgepakt.
De 53-jarige aannemer Jannes Wiebe Formsma uit Bedum was al eerder meegenomen. Hij werd meegenomen naar het Scholtenhuis, het hoofdkwartier van de Duitse Sicherheitsdienst, en na verhoor doodgeschoten. Acht werden vrijgelaten en de rest vertrok eerst naar Kamp Amersfoort. Hier zaten ook gijzelaars uit Beverwijk en Sliedrecht, die eveneens als represaillemaatregel gevangen waren genomen. In totaal vertrokken in juli 1944 650 gevangenen naar werkkampen in Duitsland. De omstandigheden waren verschrikkelijk; honderd bezweken. Van de Groningers keerden er 22 niet terug.
‘Dan overleef je de oorlog en dan gaat het toch nog mis’
Van der Drift: „Wendelaar overleed, maar Tuitman keerde terug naar Nederland. Hij kwam aan in Adorp en stortte door alle ontberingen in. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht en daar overleed hij. Ongelooflijk toch? Dan overleef je dat allemaal en gaat het met de eindstreep in zicht toch nog mis.”
Stolpersteine in Winsum
In Winsum werden Stolpersteine gelegd voor: Jan van der Laan (Kloosterstraat 4), Reindert Tuitman en Sijbe Wendelaar (Kerkpad 5), Michiel en Agatha de Vries en hun kinderen Israël en Sophius (Oosterstraat 20), broer en zus Comprecht en Esther de Vries (Westerstraat thv nummer 12), Murco Lamminga (Winsumerdiep 6).
Tot verbijstering van de huidige bewoner van Kerkpad 5 woonden er in het 'krappe' huis van Reindert Tuitman en Sijbe Wendelaar ooit zes mensen. Foto Anjo de Haan
Gunter Demnig
De Duitse kunstenaar Gunter Demnig nam het initiatief voor de Stolpersteine, die ook struikelstenen worden genoemd. Deze gedenktekens van 10 bij 10 centimeter zijn van beton waarop een messing plaatje is bevestigd dat naam, geboortedatum, plaats en datum van het overlijden toont. Deze gedenktekens liggen in het trottoir bij huizen van slachtoffers van het nationaalsocialisme, zoals Joden, Sinti, Roma, dienstweigeraars en verzetsstrijders.
Gunter Demnig is de bedenker van struikelstenen. Foto: Stichting Stolpersteine Groningen
Hoeveel Stolpersteine zijn er gelegd?
In de afgelopen jaren zijn er in de provincie Groningen honderden Stolpersteine gelegd. Hierbij een overzicht op basis van informatie van gemeenten en Wikipedia.
Eemsdelta: 112
Westerwolde: voor dertig personen (onafhankelijk van het Stolpersteinproject van Gunter Demnig)
Hogeland: 123 (inclusief de Stolpersteine die vrijdag werden geplaatst)