assen : gunter demnig voegt een ontbrekend 'd' toe aan de struikelsteen in de brink.
opdrachtfoto.
kilometers : 8 hilbrand dijkhuizen
Op 13 mei 1939 vaart het passagiersschip St. Louis de haven van Hamburg uit. Aan boord bevinden zich bijna 1000 Joodse vluchtelingen die het Duitsland van Hitler ontvluchten, onder wie de zussen Bertha Unger-Mugdan en Auguste Collin-Mugdan. Ze willen naar Latijns-Amerika, waar hun zoons wonen. Maar ze zouden hun kinderen nooit meer zien.
De vaart naar Cuba, de Verenigde Staten en Canada, maar de regeringen weigeren de vluchtelingen asiel te verlenen. Niemand wil ze. De kapitein zet dan maar weer koers naar Europa en legt uiteindelijk aan in Antwerpen. De vluchtelingen worden verdeeld over Frankrijk, België, Groot-Brittannië en Nederland. Beide zussen komen in Groningen terecht. Ze vinden onderdak in hotel Kiek aan het A-Kerkhof van Fritz Rosenthal, die in de jaren dertig ook uit Duitsland vluchtte. Maar op 31 juli 1940, vlak na de inval van de Duitsers, moet hij het hotel sluiten. De bezetters willen alle Joden uit het bedrijfsleven weren. Rosenthal begint een pension aan de Wassen-berghstraat 24 in de Schildersbuurt en Bertha en Auguste verhuizen mee. Op 28 november 1942 worden zij opgepakt en op transport naar Westerbork gezet. Op 13 maart 1943 worden ze in vernietigingskamp Sobibor vermoord.
Het verhaal van de zussen Mugdan is maar een van de vele die de stichting Stolpersteine Schilderswijk afgelopen jaren verzamelde. ,,In de oorlog zijn hier meer dan 200 Joden en verzetsstrijders opgepakt en naar concentratiekampen gestuurd’’, vertelt Matteke Winkel van de stichting. ,,Mensen die verspreid over 61 adressen hier in de wijk woonden. In huizen waar wij nu wonen. Dat vonden sommigen van ons heel moeilijk. Je kijkt met totaal andere blik naar je eigen huis.’’
‘Ons’ is de harde kern van de stichting bestaande uit circa tien personen die de afgelopen jaren intensief op het internet en in stapels vergeeld papier in de archieven speurde. De leden zijn geen nabestaanden van de weggevoerde Joden en verzetsstrijders. Waarom dan toch een Stolperstein? Winkel: ,,Die mensen hebben hier gewoond. Nu is het net alsof ze er nooit zijn geweest. Maar ze waren hier en zo zijn ze er toch nog een beetje.’’
Het doel van de stichting is voor iedere weggevoerde wijkbewoner een Stolperstein neer te leggen. ,,We beginnen op 8 december met deze 23. Die komen in de Wassenberghstraat.’’
Zoals voor Rita Krammer. Ze is vijf jaar oud als de oorlog uitbreekt. Op de website van de stichting staat een foto van haar: een lachend meisje met een strik in het haar. Ze woont op nummer 53b met haar vader Jacob, moeder Regina en haar broertje die Sandor heet, maar door iedereen ‘Broertje’ wordt genoemd. Haar vader wordt in de oorlog naar een werkkamp in Overijssel gestuurd. Zijn gezin wordt op 3 oktober 1942 naar Westerbork gestuurd en daarna op transport naar Auschwitz gezet. Regina, Rita en Broertje worden hier nog dezelfde maand vermoord. Jacob weet van niks. Hij ontsnapt uit het werkkamp en duikt onder. Pas na de bevrijding hoort hij wat er met zijn gezin is gebeurd.
Jozeph Kroon op 55b is boekhouder en zoon van een godsdienstleraar uit Meppel. Op 14 januari 1943 schrijft de gemeente hem uit, maar niet omdat de boekhouder is verhuisd. Hij is naar het werkkamp Kloosterhaar in Overijssel gestuurd. Waarschijnlijk ontsnapt hij, want uiteindelijk wordt hij tijdens een razzia opgepakt en naar Westerbork gestuurd. Hoewel een voorportaal van de dood, vindt hij hier in Alida Sanders zijn grote liefde. Ze is de dochter van Eduard Sanders, een rondreizende fotograaf. Maar ook Jozeph verdwijnt naar Auschwitz om nooit meer terug te komen.
Op nummer 57 woont Casper Naber, die in de Gelkingestraat een bedrijf voor gereedschappen en ijzerwaren bezit. Hij zit in het verzet. Zijn bijnaam is Clou, wat Frans is voor spijker. In zijn bedrijf heeft hij een geheime zender, Beatrix genaamd, waarmee hij onder meer informatie aan Engeland doorgeeft. Maar in november 1944 wordt hij verraden. In het Scholtenhuis, het hoofdkwartier van de Duitse Sicherheitsdienst, besluit hij zelfmoord te plegen. Hij is bang dat hij onder de zware mishandelingen niet volhoudt en andere verzetsstrijders verraadt. Het is een zware beslissing voor de katholieke Naber, die ook een gezin met drie jonge kinderen heeft. Maar hij neemt hem. Op een ochtend springt hij uit het raam en is op slag dood. Na de bevrijding krijgt hij postuum het Bronzen Kruis. Op de plek waar het Scholtenhuis stond, komt later de Naberpassage die ( verdwenen) naar hem is vernoemd.
Nederland, Groningen, 29-11-'16; Initiatiefnmers van Stolpersteine in de Schildersbuurt poseren voor een huis aan de Wassenberghstraat 24.
Vlnr: Titia Hemminga, Henk Ludolphy, Ben Stulp, Matteke Winkel, Jan van Maalen, Jantien Daling, Koos Bakema, Lucie Dijksterhuis, Mart Coenders, Maria Sluiter en Gerrit Zock.
Foto: Kees van de Veen Kees van de Veen
Op 8 december worden elders in de stad nog eens 4 Stolpersteine onthuld. Voor Otto Tichelaar bijvoorbeeld. Hij is student in Delft als de oorlog uitbreekt. ,,Hij weigerde de loyaliteitsverklaring te ondertekenen en dook onder’’, vertelt zijn nicht Paulien Tichelaar. ,,Hij kwam in Groningen terecht en sloot zich aan bij het verzet. Hij was betrokken bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers.’’ Haar oom stapt op den duur over naar de Inlichtingendienst. Hij wordt uiteindelijk opgepakt door de Duitsers en opgehangen in Neuengamme.
,,Mijn vader was zijn jongere broer en keek tegen hem op. Zijn dood was een grote klap.’’ Haar vader overleed enkele jaren geleden. ,,Tussen zijn spullen vond ik een kistje met daarin onder meer een dagboek van mijn oom en een vals persoonsbewijs uit de oorlog. Zeg maar gerust een schatkist. Daarna kwam ik op het idee voor een Stolperstein.’’ Deze komt voor de Helperbrink 15a.
Anda Kerkhoven studeert medicijnen als de oorlog uitbreekt. Ze komt uit een bekende Indische familie die in de thee zit. ,,Het boek van Hella Haasse is op de geschiedenis van mijn familie gebaseerd’’, vertelt haar neef Vincent Kerkhoven. Hij is erbij als op 8 december haar Stolperstein aan de Ranitzstraat wordt onthuld. Zijn tante sluit zich al snel aan bij het verzet. ,,Ze hield zich onder meer bezig met het vervalsen van voedselbonnen en persoonsbewijzen. Maar ze werd verraden.’’ Ze komt in het Scholtenhuis terecht. Een ooggetuige beschrijft na de oorlog hoe ze werd gemarteld. ‘.’
Kerkhoven: ,,Maar ze sloeg niet door.” Anda wordt ten slotte in Glimmen gefusilleerd. Haar naam staat op een gedenkteken in het Quintusbos. Kerkhoven bezat jarenlang een schilderij van zijn tante dat door Ploeg-schilder Johan Dijkstra was gemaakt. ,,Ze was in die tijd een exotische verschijning in de stad.’’ Hij schonk het schilderij uiteindelijk aan het Groninger Museum.
Roosje van Dam leeft alleen in de Sledemennerstraat. ,,Haar vader handelde in lompen en metalen’’, vertelt Ria Pool. De Joodse Roosje is ‘de zus van haar overgrootvader aan moederszijde’. Ze sterft in Auschwitz in 1943. Pool: ,,Ze heeft geen kinderen of kleinkinderen die haar kunnen herdenken. Daarom doe ik het.’’ Achter elke naam op het messing van elke Stolperstein schuilt een boek aan informatie. Op de website www.stolpersteineschilderswijkgroningen.nl zijn 23 levens beschreven. Nog zeker 177 te gaan.