Prins Carnaval Ferry Oostema (rechts), die zich dit jaar Ferry I mag noemen en zijn adjudant Bas van der Maar. Foto: Anjo de Haan
Raketten, mammoeten, slangen: de meest fantastische creaties dreven in het 55-jarig bestaan van carnavalsvereniging Oldeclooster door een zee van toeschouwers in de straten van Kloosterburen.
Een groepje inwoners van Kloosterburen verzamelt zich op 20 maart 1970 voor een speciale vergadering in café-restaurant Willibrord van Cees van Noort, een zoon van het zuiden die in de jaren zestig naar het platteland van Groningen verhuisde. Acht mannen en een vrouw buigen zich, zo blijkt uit de notulen, over punt een van de agenda: Is het noodzakelijk om te komen tot de oprichting van een carnavalsvereniging?
Een kladblokje uit 1970 met een berekening van de bouw van een praalwagen. Foto: Anjo de Haan
Het allereerste carnaval
De vraag komt niet uit de lucht vallen. Van Noort organiseerde al eerder feestavonden voor de plattelandsjongeren, waarbij vooral de thema-avonden met carnaval aansloegen. Na een lange, en volgens de notulen ook ‘hevige’ discussie luidt de conclusie: jazeker. Carnavalsvereniging Oldeclooster is een feit. Kloosterburen en de omliggende vier dorpen worden in tien wijken ingedeeld. 1800 inwoners sleutelen, timmeren en lassen in hun vrije tijd in boerderijschuren en loodsen. Het resultaat rijdt op zondag 21 februari 1971 door het dorp: de allereerste praalwagens.
Een van de praalwagens die op 21 februari 1971 tijdens de eerste carnavalsparade door Kloosterburen reed. Bron Frans Hegeman
In Galerie Gewaagd, gevestigd in een oude zaaddrogerij in Hornhuizen, hangt 55 jaar carnavalsgeschiedenis van Kronkeldörp, zoals Kloosterburen elk jaar tijdens carnaval heet, aan de muren. Erik Werkman (51) loopt als lid van de Raad van Elf in vol ornaat langs de vitrines, steken, foto’s en kostuums.
De kettingen met medailles en penningen om de nek van de Major Domo rinkelen zachtjes bij elke stap. De immense hoeveelheid metaal zou straatzanger Jan de Roos (1896 – 1979) nog in verlegenheid brengen. Werkman groeide op met carnaval. „Mijn vader zat bij de oprichtingsvergadering van de vereniging. Ik was denk ik vier toen ik met de eerste praalwagen, volgens mij was het de Berenboot, meeliep.”
Carnaval in het Noorden: kan dat?
De voorbereidingen nemen veel tijd in beslag. „Het hele jaar door zijn we met het carnaval bezig. Voor de Raad van Elf gaat er gigantisch veel vrije tijd inzitten. Vergaderen, regelen, overleggen. Ja, alles voor die paar dagen per jaar. Voor een buitenstaander zal dat wellicht wat merkwaardig overkomen. Maar echt, het is zo geweldig om te doen.”
Erik Werkman bij de Cevano-beker, genoemd naar medeoprichter Cees van Noort, die elk jaar aan de bouwers van de mooiste praalwagen wordt uitgereikt. Foto: Anjo de Haan
Carnaval in het Noorden: is dat toch niet enigszins een contradictio in terminis? De schrijver Godfried Bomans schreef op zijn eigen onnavolgbare wijze al eens over hoe hij als naar onder de rivieren afreisde om het carnaval eens mee te maken. Dacht hij net leuk mee te doen, werd hij vriendelijk doch dringend verzocht te vertrekken, omdat hij ‘drukkend op zijn omgeving begon te werken’.
Werkman schudt glimlachend zijn hoofd, het kwastje van zijn steek bungelt heen en weer. „Hier in Kloosterburen vieren we echt carnaval. Dat gevoel is hetzelfde als in het Zuiden.”
Het wordt druk in de galerie van Tally en Hans Kosmeier. Een mevrouw komt met een fotoboek binnen waarin de oude glorie van bijna vergeten carnavalsvieringen in jaren zeventig en tachtigkleuren zijn vastgelegd. Tim Blomsma (39), eveneens een lid van de Raad van Elf, bestudeert een blauwwit danspak dat te midden van de rood-witte kostuums van de dansmariekes nogal opvalt. Blomsma is de enige dansjonker in de geschiedenis van Oldeclooster. „Dat pak is van mij. Nee, ik vond het nooit vreemd dat ik de enige jongen was. Ik vond dansen gewoon leuk.”
Wat was de mooiste praalwagen?
Oud-prins Harry Bottema (79) kijkt naar een foto van zijn jongere ik die onderdeel is van de fotocollage met prinsen. „Dat was in 1985”, mijmert hij. Helemaal linksboven staat de foto van Jan Bos, die in 1970 tot Prins Jan I werd gekozen. Hij overleed op 27-jarige leeftijd na een verkeersongeluk op 26 februari 1971, vijf dagen nadat de eerste officiële praalwagens door het dorp reden.
Tim Blomsma, de enige dansjonker in de geschiedenis van Oldeclooster, bij zijn danskostuum dat hij in zijn jeugd droeg. Foto: Anjo de Haan
Meer en meer bezoekers lopen de galerie binnen. Hans schenkt vele koppen koffie en thee voor de mensen die de voorwerpen die al decennialang in dozen op zolders stonden, met een lichte glimlach bekijken. Anderen bestuderen de fotoboeken napluizen. „Daar sta ik!”, zegt een vrouw van middelbare leeftijd die zichzelf als een jeugdige dansmarieke herkent.
Zoveel carnavals, zoveel praalwagens. Wat was nu de mooiste? Werkman: „Die wordt elk jaar weer gemaakt.”
Carnavalskraker
Nieuwsblad van het Noorden besteedde in januari 1971 veel aandacht aan de eerste, echte carnavalsoptocht. De verslaggever interviewde onder anderen twee ‘autochtonen’ – Arnold Ernens en Gerard Leegte – die een ‘hitrijpe swingende meezinger’ componeerden. De tekst luidt als volgt:
Ziet hier een clubje voor u staan
Het danst en springt van lol
Hoempa hoempa hoempapa
Hoempa hoempapa
Het carnaval heeft welgedaan en maakt ons stapeldol
Hoempa hoempa hoempapa
Hoempa hoempapa
Het Carnaval blijft steeds bestaan in kwaliteit en top
De hele boel is van de wijs en staat recht op z’n kop
RefreinO ja o ja o ja ’t Is Carnaval
’t Is Carnaval een feest als nooit gehoord
’t Is Carnaval ’t Is Carnaval en Klooster heeft het woord