Vastelaovend vieren bij Iris in Venlo (2023): In Limburg is iedereen kleurig geschminkt Foto: Suus Boschloo
Voor carnavalvierend Nederland start morgen het nieuwe feestseizoen. En de rest? Die kijkt elk jaar niet begrijpend naar de tv als ze gekleurde pruiken en hossende menigtes voorbij zien komen op het journaal. Hartstikke herkenbaar voor journalist Suus Boschloo: ze groeide op in Leeuwarden en studeerde in Groningen. Maar door de liefde kwam ze tóch onder de rivieren terecht.
‘11 november is de dag, dat mijn lichtje, dat mijn lichtje…’ Het zijn de klanken die horen bij de eerste 25 Sint Maartens van mijn leven: eerst zelf met een lampion langs de huizen, daarna deed ik altijd graag open als er weer een groepje kinderen voor de deur stonden.
Dat 11 november ook iets anders kan betekenen, leerde ik daarna. Carnaval: ergens in het begin van het jaar zie je het op het journaal, een enorme optocht en straten vol uitgedoste mensen, voornamelijk in het zuiden van ons land. Ook in onder meer Sneek, Kloosterburen, Ter Apel Barger-Oosterveld en Barger-Compascuum en Bakhuizen wordt het fanatiek gevierd. Voor hen is de elfde van de elfde de start van een heel seizoen aan festiviteiten.
Je leeft er echt naartoe
„In de basis is het een feest, maar het is breder dan dat”, vertelt Jan Eijsermans. Hij kan het weten, want hij is een soort carnavalsduizendpoot: zanger van de groep Veul Gère, commercieel directeur van de Brabantse kruidenlikeur Schrobbelèr en afgelopen jaar de prins van Kruikenstad (Tilburg). „Je leeft er echt naartoe. Het begint eigenlijk niet eens nu, al maanden vóór november zijn verenigingen bezig met liedjes maken, wagens bouwen en evenementen organiseren.”
Ook Maud du Chatinier uit het Limburgse Geleen is allang bezig met de voorpret. „Die begint al eerder, want als je zelf een pak knutselt, moet dat nu af zijn. En dat terwijl het nu één dag of één weekend is dat we de start vieren, en daarna ligt het weer een beetje stil tot het écht zover is.”
Als prins kwam Eijsermans erachter dat dat maar zo lijkt. Veel mensen gaan in de tussentijd naar één evenement van hun eigen carnavalsvereniging, maar als prins gaat hij naar zo’n beetje al die bijeenkomsten. „Dan zie je dat het veel groter is dan alleen maar het zichtbare feest in de stad. Ik kwam bijna wekelijks op feestjes waar ik nog nooit van had gehoord. En ook in verzorgingshuizen en buurtkroegjes. Dan zie je voor hoeveel mensen dat verenigingsleven echt een groot onderdeel van hun bestaan is.”
Het wisselt per stad, dorp en provincie wat de gebruiken zijn
Zelf ging ik vijf jaar geleden voor het eerst mee met mijn vriend. Naar Tilburg, de stad waar hij het al jaren viert. Dus ging ook ik aan de knutsel voor een outfit. Het wisselt per stad, dorp en ook provincie wat de gebruiken zijn. In onder meer Eindhoven en Breda gaan mensen vaak verkleed ‘als’ iets. Als bakker, kat of een BN’er. In bijvoorbeeld Roosendaal, Den Bosch en Tilburg is het gebruikelijk om een boerenkiel of jas te dragen met veel strijkemblemen en versieringen in de kleuren van de stad.
Nóg een jas maken, met Friese details Foto Suus Boschloo
Ik riep de hulp in van mijn studievriendin Iris en haar moeder, Monique Hagoort-Hamming, die niet alleen goed kan knutselen, maar ook een ervaringsdeskundige is. Want hoewel Iris jaarlijks vanuit Groningen teruggaat naar haar ouders die in de buurt van Venlo wonen, komt zij daar niet vandaan. „Ik kom uit de buurt van Rotterdam. Ik herinner me dat ik voor mijn werk een keer een cursus deed bij een opleiding waarvan het hoofdkantoor in Limburg zat. Ik moest nieuwe spullen hebben en belde ze op een maandag, en toen hoorde ik op zo’n bandje: „Wegens carnaval zijn wij maandag en dinsdag gesloten.” Ik weet nog dat ik toen dacht, die gaan gewoon twee dagen dicht, wat een flauwekul!”
Carnaval is niet alleen maar een zuipfeest
Een paar jaar later verhuisde ze vanwege het werk van haar man. „Ja, en nu zit je er zelf in, nu is het heel gewoon dat bedrijven dicht zijn.” En ook dat ik langs mocht komen om aan mijn jasje te werken. Ze legden me geduldig uit hoe ik het beste met een lijmpistool aan de slag kan en hoe ik van tule een grote stroken rok kon maken. Van Iris kreeg ik een Spotify-lijst opgestuurd met alle Limburgse liedjes die ik maar beter van tevoren alvast kan luisteren.
Jasje en rok maken bij Monique thuis. Foto: Suus Boschloo
„Zo is het bij ons ook min of meer gegaan toen we hier kwamen. Een collega sleurde ons overal mee naartoe. Daarna hebben we cd’s en lp’s gekocht zodat we thuis het meezingen met de muziek konden oefenen”, vertelt Hagoort-Hamming. Want carnaval is echt niet alleen maar een zuipfeest, benadrukt ze. „Natuurlijk wordt er gedronken, maar het is vooral een heel gezellig feest. We staan met z’n allen op straat, er is muziek, er wordt gedanst.”
Net als kerst
„Ja, misschien vinden Noorderlingen het wel een beetje gek dat we ons verkleden en zo de straat op gaan”, grijnst Du Chatinier. „In Limburg is iedereen ook nog eens geschminkt en zijn alle liedjes in het dialect.” Ze maakt zelf ook muziek, haar liedje Es de lempkes zjweije - als de lampjes zwaaien - werd afgelopen jaar uitgeroepen tot carnavalskraker van het jaar door radiozender 3FM. „Maar meer nog gaat het uiteindelijk om een gevoel. Van saamhorigheid en nostalgie. Het leukste is om overal mensen tegen te komen die je al lang niet hebt gezien.”
Eijsermans: „Ik weet gewoon dat als ik op zaterdagmiddag op het Piusplein sta, dat ik dan mensen tegenkom met wie ik op de middelbare school heb gezeten. Sommigen wonen niet meer in Brabant, die komen speciaal terug. Dus die zie ik één keer per jaar.”
Zijn carnavalsgroep Veul Gère ziet hij vaker: “Door het jaar heen komen we maar eens per twee maanden bij elkaar, vaak voor een optreden. Nu is het echt de tijd van het jaar. Mensen zeggen het over kerst, maar het geldt misschien nog wel meer voor carnaval: we trekken onze mooie kleren aan en komen samen, net als dat je met kerst met je familie samenkomt.”
En dat het seizoen dan nu al begint en carnaval geen drie maar vaak 5 of zelfs 6 dagen wordt gevierd? Du Chatinier: „Dat is ook net als met kerst, waar sommige mensen een derde, vierde of vijfde kerstdag achteraan plannen. Je wilt niet dat het stopt!”
‘Bovensloters’ zijn welkom
Dat gevoel herken ik inmiddels. Ook ik kom vrienden en bekenden tegen, heb praktisch een vast schema van activiteiten met een fijne groep vrienden en zelfs eigen terugkerende rituelen. Maar toch weet ik dat ik er nooit écht bij hoor. Mijn pak verraadt het ook: ik ben een Fries en dus een ‘bovensloter’. In Brabant klinkt soms het nummer Ik schup ze allemaal terug over de Maas en dan denk ik: dat gaat over mij.
Niet nodig, zeggen Eijsermans, Du Chatinier en Hagoort-Hamming: ook Noorderlingen zijn hartstikke welkom. „Zolang je respect hebt voor het feest”, stelt Du Chatinier. „Als je alleen maar komt om te drinken, weet ik niet of het iets voor jou is.”
Eijsermans: „We hebben in Tilburg het geluk dat we niet op een directe treinverbinding zitten. Je hoort het over Oeteldonk [Den Bosch, red.] en Breda vaker, dat ze overspoeld worden door Randstedelingen. Dan snap ik wel dat ze wat geslotener zijn en het niet aanmoedigen.”
Handen over je bier, anders valt er confetti in. Foto: Suus Boschloo
In ‘zijn’ Kruikenstad is dat niet aan de orde. „Nee joh, we vinden het leuk als mensen het hier komen vieren. Zolang je je maar gedraagt natuurlijk. En de waardering wordt alleen maar groter als je je echt goed en mooi uit dost met een originele outfit. Dan word je met nog opener armen ontvangen.”
Dat herken ik, met mijn pak paste ik er direct tussen. Met dank aan ervaringsdeskundige Hagoort-Hamming. Ze vult aan: „Net als jij, zorg dat je al een paar liedjes kent. Ik spreek ook geen Limburgs, maar dat maakt niet uit. Als je een beetje kunt meebewegen is het al gauw goed.”
De laatste tip komt wederom van Eijsermans, misschien ook dit seizoen wel weer de belangrijkste persoon van Tilburg: Begin overdag als je voor het eerst komt vieren. Het echte gevoel maak je niet mee als je pas ‘s avonds de stad in komt, maar juist al om twaalf uur ‘s middags. Met elkaar buiten zijn, van plein naar plein verplaatsen, de inhaal van de prins meemaken. Dat zijn de momenten die je dan samen met de traditionele carnavalsvierders meemaakt. Daar zit een ander gevoel bij dan alleen maar in de kroeg.”