De optocht in Kloosterburen is een grote traditie. Foto: Archief/Anjo de Haan
Het carnavalsseizoen bereikt dit weekeinde zijn hoogtepunt. Niet alleen in het zuiden maar ook in Groningse dorpen. Daar is het feest diep geworteld.
Grote optochten met praalwagens en loopgroepen, bont getooide mensen die zich als zotten gedragen, bier dat rijkelijk vloeit. Carnaval staat voor de deur en wie dat feest wil vieren, hoeft niet af te zakken naar het zuiden des lands. In Groningen regeert op verschillende plekken Prins Carnaval ook.
Epische centra
En dan met name in Ter Apel, Kloosterburen en Barnflair. Wellicht gaan op meer plekken in de provincie mensen helemaal ‘los’ maar die drie dorpen zijn de ‘epische centra’. Daar is carnaval al vele decennia diep geworteld en is het een bron van vreugde voor heel veel mannen, vrouwen en kinderen.
Carnaval kreeg in Groningen als eerste echt vaste voet aan de grond in Ter Apel, in het midden van de jaren 60. Kapelaan Dirk ten Dam van de rooms-katholieke Willibrorduskerk nam daar het initiatief. Dat was niet verwonderlijk. Carnaval is immers met name een katholiek feest waarbij mensen vlak voor de Vastentijd nog even lekker eten en drinken. Vandaar ook de kracht van het feest in het Zuiden.
Van kerkelijk tintje geen sprake
Ten Dam kreeg enkele jongeren in het dorp enthousiast. Hein Bokel, Enno Schaver, Mans Westen, Ben Winkel. Namen die legendarisch zijn in Ter Apel. Zij richtten de carnavalsvereniging De Kloosterwiekers op en vierden de eerste feesten in een plaatselijk hotel. Feesten die voor iedereen waren, van een ‘kerkelijk tintje’ was geen sprake.
De eerste optocht was in 1968. Over het water van het Stads-Ter Apelkanaal dreef een praam met daarop de Raad van Elf, over de weg liepen schoolkinderen mee. Zo maakte Ter Apel, heel schuchter nog, zijn echt debuut als carnavalsdorp. Én schreef het zo geschiedenis in Groningen.
De allereerste carnavalsoptocht in Ter Apel in 1968, met de Raad van Elf in een praam. Foto: Archief Arnold Winkel
Diepe wortels in het dorp
Die schuchterheid verdween in de jaren en decennia die volgden. De Kloosterwiekers verlieten het water, de optocht ging uitsluitend over land en werd groter en groter. Het carnavalsprogramma werd ook voller en voller en zo raakten steeds meer mensen in Ter Apel en omgeving er bij betrokken. Zo kreeg het carnaval diepe wortels in het dorp.
Dat zal komende zaterdag weer blijken, als om klokslag 14.00 uur tientallen praalwagens en loopgroepen beginnen aan hun tocht door het dorpscentrum en duizenden mensen langs de kant staan te kijken. En als ‘s avonds in enkele tenten het feest wordt voortgezet.
Cafébaas uit Limburg
In dat jaar 1968 begon het ook aan de andere kant van de provincie, in Kloosterburen. Cees van Noort had daar een café. Hij was een Limburger en zo opgegroeid met carnaval. Het feest zat diep in hem en hij kreeg voor elkaar dat het ook in Kloosterburen gevierd ging worden. In 1970 werd de carnavalsvereniging Oldeclooster opgericht.
Die vereniging groeide uit tot een begrip in het dorp en omgeving en kleurt de winters van heel veel mensen. Frans Hegeman is de voorzitter en kan honderduit vertellen over de manier waarop het feest leeft in Kloosterburen, over de feesten die voor en na de optocht worden gevierd, in de volgorde die ook carnavalsverenigingen in Limburg aanhouden. Oldeclooster is namelijk aangesloten bij de Bond van Carnavalsverenigingen in Limburg, de BCL.
Waar in Ter Apel de optocht traditioneel op zaterdag wordt gelopen, gebeurt dat in Kloosteburen en omgeving op zondag. De stoet start in het kleine dorp Kleine Huisjes, trekt dan naar Molenrij om dan Kloosterburen binnen te lopen en te rijden. Ook daar wemelt het van de kijklustigen aan de kant.
De Bultruters
Van Kloosterburen weer terug naar de andere zijde van de provincie. Naar Barnflair, Munnekemoer en Roswinkel, dorpen en dorpjes nabij Ter Apel. Daar zag in 1978 de carnavalsvereniging De Bultruters het levenslicht. En ook daar stond een horecaman aan de wieg. Zijn naam: Reinie Wiegers.
Hij was lid van de Kloosterwiekers in Ter Apel maar had een café-restaurant in Munnekemoer, op de grens met Duitsland, en wilde daar ook graag het feest vieren. Hij richtte daarom met anderen De Bultruters op. Een vereniging die ook niet meer is weg te denken uit de genoemde dorpen. De meeste inwoners ervan zijn lid en velen staan komende zaterdagochtend te kijken als de optocht langskomt. De traditie van De Bultruters wil, zo vertelt voorzitter Bert Bruins, dat de stoet zich om 11 minuten over 11 in Barnflair in beweging zet en dat menig deelnemer zich ‘s middags aansluit bij de optocht in Ter Apel.
De Raad van Elf en de dansmariekes van de Bultruters Foto: A Dummer AureliaTree
Rosenmontag
Voor Prins carnaval en de Raad van Elf zit carnaval er na het weekeinde overigens nog niet op. Net over de grens ligt het dorp Rütenbrock, dat ook zijn vereniging heeft en waar op maandag de optocht plaatsvindt. Maandag is in Duitsland immers Rosenmontag. De praalwagen van De Bultruters sluit zich vrolijk aan bij de Duitse stoet. Die van De Kloosterwiekers doet dat ook. Vanuit Kloosterburen rijdt geen wagen naar Rütenbrock, dat is te ver weg. Maar ook in Kloosterburen vieren ze Rosenmontag en plakken ze er zelfs nog een feest op dinsdag aan vast.
Zo leeft het carnaval dus in Groningen. En dan hebben we het nog niet gehad over kindercarnavalsfeesten die de verenigingen ook organiseren. En over bezoeken aan scholen en ouderen en zieken die in Ter Apel en Barnflair en omgeving fruitbakjes krijgen en in Kloosterburen tulpen. Het Alaaf klinkt in de komende dagen overal in die drie epische centra en omgeving.
Waar gaat het om?
Waar gaat het deze week om?
De grote carnavalsverenigingen in Groningen maken zich op voor het hoogtepunt van hun seizoen; de optochten en feesten in het komend weekeinde. Evenementen die zijn uitgegroeid tot een grote traditie.
Waar zijn we?
In Ter Apel, Kloosterburen en Barnflair.
Waarom moet ik dit weten?
De viering van carnaval is een sociaal gebeuren dat veel mensen, deelnemers en toeschouwers, een leuk weekeinde geeft.
Waar speelt dit nog meer?
In het zuiden van het land waar veel meer rooms-katholieken wonen. Daar wordt het carnaval in dorpen en grote steden als Den Bosch (Oeteldonk!) al veel langer en groter gevierd, is het aantal deelnemers en toeschouwers ook veel groter.