Wiepke Toxopeus bij het Hoornsemeer. De plek waar ze nu woont. Foto: Corné Sparidaens
De wetten van het wad zijn onvoorspelbaar. Dat bleek vorige weekend bij Ameland. Wiepke Toxopeus uit Groningen weet dit als geen ander. Het nu onbewoonde eiland Rottumeroog was de plek waar ze opgroeide, waaraan ze haar levenslange bezieling voor het wadlopen overhield. „Later besefte ik pas goed hoe bijzonder mijn jeugd was geweest.”
Rottumeroog. Het Groningse eiland dat al eeuwenlang een thuis biedt aan vogels, duinkonijnen, zeehonden en tal van andere dieren. En ooit aan de familie Toxopeus. Een familie die niet bang was voor een beetje wind en weer. Wiepke Toxopeus (76), dochter van Jan en Henny Toxopeus, woonde tot haar vijftiende op het eiland. Haar jeugd speelde zich buiten af, in totale vrijheid.
Begin van het begin
Die jeugd heeft ze te danken aan haar opa, Hendrik Toxopeus. In 1908 nam hij het werk van strandvoogd van Dijk over, nadat hij met zijn sleepboot iemand van de inspectie naar het eiland moest brengen en er voor het eerst voet aan wal zette. „Hij was echt meteen verliefd op de schoonheid van het eiland”, zegt Wiepke in haar woning in Groningen, vlak naast het Hoornsemeer.
Dat enthousiasme uitte hij rijkelijk,waardoor hij de vraag kreegof hij de toenmalige strandvoogd wilde opvolgen en over het eiland wilde waken. Dat wilde hij. Op 1 november dat jaar voer hij naar zijn nieuwe thuis. Zijn vrouw Mina ging hem later, na enige overtuigingskracht, achterna.
Vader Jan, broer Hendrik, zussen Mina en Lumke, moeder Henny en Wiepke. Foto: Eigen foto
In 1936 ging Hendrik met pensioen en volgde zijn zoon Jan hem op. Samen met zijn vrouw, zoon en drie dochters zorgde hij voor het eiland. Wiepke was de jongste van het stel. Ze werd geboren in Delfzijl, omdat bevallen op het eiland te riskant was. Het eilandgevoel werd haar met de paplepel ingegoten: de eerste maanden van haar leven sliep ze in een wiegje dat was aangespoeld.
Alleen als kind
De liefde voor het eiland die de familie Toxopeus al lange tijd kende, sloeg ook over op Wiepke. „Het is die vrijheid. Daardoor werd ik echt verliefd. Je leeft tussen de duinen en de zeehonden. Dat is het.”
Ze woonde er samen met haar ouders. Haar zussen en broer woonden bij opa en oma in Uithuizen, zij gingen naar school in Delfzijl. „Ik wilde niet mee’’, zegt Wiepke. „Mijn moeder gaf mij les aan de keukentafel. Als mijn ouders op familiebezoek gingen, keek ik op die school of ik bij was. Ik deed thuis hard mijn best, dan kon ik op het eiland blijven. Ik wilde niks liever.”
Wiepke op school in Delfzijl met haar hondje Topsy naast haar. Foto: Eigen foto
Hierdoor was ze het enige kind op het eiland. Maar dat vond ze niet erg. „Mensen vragen mij wel eens: Verveelde jij je niet? Maar ik vermaakte mij wel. Ik bouwde hutjes, maakte bootjes en groef havens. Ik had een achtertuin zonder grenzen. Ik hielp mijn ouders ook met alles: hout hakken, afwassen, helm planten en ik rende mee met het paard en wagen.”
Ook als er gasten waren, hielp ze mee. In de zomer gebeurde dit geregeld. Er kwamen dan botvissers, vrienden, familie, vakantiegangers, vogelkijkers of wadlopers. Vader haalde ze dan op met hun boot genaamd Theda.
In gevecht met de zee
Het gezin woonde eerst op een boerderij met vee en een moestuin. Water pompten ze met een handpomp omhoog. „We waren heel zelfredzaam, je moet ook wel”, zegt Wiepke. In de herfst maakte moeder Toxopeus een waslijst voor zo’n drie maanden met dingen die ze nodig had van de vaste wal, mochten ze geïsoleerd raken in een vorstperiode. „We deden alles zelf: brood bakken, vee slachten en groenten verbouwen. Maar dingen als suiker en meel hadden we niet.”
De boerderij waar ze tot 1957 woonden. Foto: EIgen foto
Toen Wiepke 7 jaar was verhuisde het gezin naar een nieuw huis op het eiland. „Het eiland verandert constant: aan de westkant slaat het duin af en aan de oostkant groeit het aan. Bovendien stijgt de zeespiegel en daalt de bodem. De boerderij stond te dicht op het water, dus zijn we naar een huis verderop op het eiland verhuisd.”
Wereldvreemd waren ze niet, al kwam de krant steevast drie weken later. Met Pasen schilderden ze eieren, tijdens kerst stond er een boom en Wiepke liep op 11 november drie rondjes om het huis met een lampionnetje. Zelfs de Sint maakte eens een uitstapje naar Rottumeroog op pakjesavond.
Avontuur zet toch voort
Haar vader bereikte op 7 september 1965 zijn pensioensleeftijd: de dag waar de 15-jarige Wiepke al jaren tegenop keek. Ze verhuisde naar Delfzijl, waar ze „inmiddels al een beetje een leventje had, met vriendinnetjes en dansles.”Maar het eiland missen deed ze zeker. „Later besefte ik pas goed hoe bijzonder mijn jeugd was geweest.”
Sinds hun vertrek is het eiland onbewoond. Ze liet het eiland nooit helemaal los. Met haar eigen man en kinderen verhuisde ze naar Texel waar ze bijna 40 jaar gewoond heeft.
Haar fascinatie voor het wad zette ze om in onder andere een carrière als gids bij Wadloopcentrum Fryslân. Als kind ging ze altijd al mee het wad op met haar vader of wadlopers die op bezoek kwamen. „Het trekt mij heel erg, ik vind het prachtig. Hoe die oneindigheid zich uitstrekt en die weidsheid van het wad, dat is een soort betovering. Het is net zo onvoorspelbaar als de snelweg.”
Vandaag de dag neemt ze als vrijwilliger nog steeds kinderen en volwassenen mee het wad op, maar lange wandelingen slaat ze over gezien haar leeftijd. Tijdens de excursies vertelt ze over het zand, de zee en de dieren en planten die het wad maken wat het is. En, heel af en toe, vertelt ze een verhaal over haar jeugd. Over hoe ze achter konijnen aanrende in de duinen en hoe ze thuis het zand tussen de kieren van de muren zag waaien.
Wiepke Toxopeus aan de wandel op Rottumeroog. Foto: Eigen foto
„Ze hebben goed gehandeld.”
Vorig weekend raakte een groep van 32 wadlopers, onder wie vier gidsen, tijdens een nachtelijke oversteek naar Ameland ingesloten door het opkomende water. De KNRM en de Kustwacht rukten uit met een helikopter en reddingsboten om de mensen te redden. Wiepke Toxopeus was er niet bij betrokken, maar vindt dat „de groep heel goed heeft gehandeld..”
Hoe kun je jezelf voorbereiden?
„Je moet altijd alert zijn en het weer in de gaten houden. Het is belangrijk om de juiste kleding aan te doen: goede, hoge gympen waar je goed mee door slik kunt lopen met hoge sokken. Verder een korte broek. Dat moet geen spijkerbroek zijn, want dat gaat vreselijk schuren. En heel veel laagjes, zodat je die uit kunt trekken als je het warm krijgt. Een windjack is verplicht om bij je te hebben. Het weer kan plots veranderen, als het ineens kouder wordt, moet je een jas aan kunnen doen.”
„Het is heel gevaarlijk om zonder gids op pad te gaan. Een gids heeft terreinkennis: over de omgeving, het weer en de stromingen. Die persoon kan goed met een kompas omgaan en situaties zoals plotselinge flauwte de baas zijn. Gidsen moeten een opleiding doen en een theorie- en praktijkexamen afleggen. Ze moeten verplicht een groot aantal wadlooptochten maken per jaar, dus die weten goed wat wel en niet kan. Zonder gids op pad is echt geen optie.”
Een ongeluk zit in een klein hoekje, volgens Wiepke. „Net als op de snelweg of op de ijsbaan. Maar om dan te zeggen: ‘Ik ga nooit meer schaatsen, want dat is gevaarlijk’, dat is zonde.”
„Ik wilde niet dat die verhalen verloren gingen.”
Veertig jaar geleden zocht ze een manier om haar verhalen en herinneringen vast te leggen. „Ik wilde niet dat die verhalen verloren gingen.” Dit wilde ze in eerste instantie doen voor haar kinderen. „Ik wilde er een soort klappertje van maken, maar toen werd het zoveel. Ik mocht in de journalen van mijn grootouders en ouders kijken en foto’s gebruiken die zij hadden gemaakt. Toen ben ik toch naar een uitgever gegaan.” In 1981 is het eerste boek ‘Ik ben van Rottum’ uitgegeven.
‘Mijn vader heeft alleen het manuscript gelezen, hij is in 1979 overleden’, schrijft ze in het boek. Haar moeder heeft het gelukkig nog wel kunnen lezen en liet het bij bezoek trots zien.
De eerste druk raakte uitverkocht. Dus bracht ze een tweede versie uit, met nog meer foto’s van vroeger. Hier en daar zijn wat incomplete anekdotes aangevuld uit het eerste boek, maar verder is er weinig aangepast. Het zijn tenslotte ‘allemaal waargebeurde verhalen’.
Nog steeds vliegen de boeken over de toonbank. Voor wie niet wilt lezen, maar wil horen: Wiepke Toxopeus geeft ook af en toe lezingen over haar jeugd en het waddengebied. Maar niet te veel: „Het moet geen werk worden.”