Ruben en zijn zusje Sarah verkopen op de heetste dag van het jaar steekijs tussen de wisselwoningen in Loppersum. Foto: Anjo de Haan
Natuurlijk werkt Ruben Timmerman (22) gewoon door op de heetste dag van het jaar. Zwetend achter zijn onafscheidelijke steekijskar brengt de jonge Harksteder samen met zijn zusje Sarah (15) verkoeling.
„Zeg”, schraapt Ruben vrijdagmiddag rond een uur of één zijn keel. „Weten de mensen eigenlijk dat het ijs gratis is? Dat wil nog wel eens helpen.”
Ruben en Sarah staan er wat sneu bij op het gloeiende asfalt tussen de wisselwoningen in Loppersum. Ze gaan steekijs snijden, speciaal voor bewoners van snikhete wisselwoningen, op uitnodiging van Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en bouwbedrijf Fledderman.
En heet is het. Geen schaduw te bekennen. Rubens ijssteekkar staat in de brandende zon te wachten op iedereen die verkoeling zoekt. Maar vooralsnog heeft alleen een vrouw met rollator überhaupt de puf om naar buiten te komen. Verder is het uitgestorven op straat.
Vrijdagochtend was Ruben al vroeg uit de veren om zijn ijs aan de man te brengen in Meerstad. ‘s Avonds wacht een bedrijfsfeest in Groningen. Hij veegt een straaltje zweet van zijn voorhoofd. „Dit zijn de gouden dagen. Echt, het kan mij niet warm genoeg zijn.”
Ruben en Sarah Timmerman uit Harkstede achter hun ijssteekkar. Foto: Anjo de Haan
IJs verkopen bij 12 graden
Zeventien jaar is de ondernemer pas als hij op Marktplaats een tweedehands steekijskar ziet. Die moet ik hebben, denkt Ruben. Bijbaantjes heeft hij dan al bij de vleet gehad. Maar hij wil eigen baas zijn. Nu al. En dit lijkt hem echt mooi.
Zo gezegd, zo gedaan. Ruben koopt de kar en staat elke zondag bij de supermarkt in Harkstede. Hij is zo gretig als een jonge hond. Altijd meldt-ie zich op zijn vaste plek. Ook op druilerige dagen waarop het kwik niet boven de 12 graden uitkomt.
Wijze lessen.
Inmiddels heeft hij vier ijssteekkarren. De zaken lopen goed. Bij de supermarkt in Harkstede staat hij niet meer. Ruben wordt nu aan de lopende band geboekt. „Laat ik het zo zeggen: voor mijn leeftijd kan ik hier aardig van leven.” Maar het is meer een familiehobby geworden. Mijn broertje helpt, mijn ouders helpen. En vandaag ben ik met m’n zusje op pad. Leuk toch?”
Als Ruben eens niet onderweg is, staan de ijssteekkarren op het land van opa Wim in Harkstede. Die bracht Ruben nog overal naartoe toen hij nog geen rijbewijs had.
Bewoners van de wisselwoningen in Loppersum genieten van een ijsje. Foto: Anjo de Haan
‘Wij zeggen: da’s makkelijk kiezen’
Hij verkoopt alleen romig vanille-ijs. Altijd zo geweest. „Wij zeggen dan: da’s makkelijk kiezen.”
Waar hij het liefst zijn ijssteekkar neerzet? „Bij verzorgingshuizen”, antwoordt Ruben zonder twijfel. „Als mensen met dementie zo’n ouderwets ijsje zien, bloeien ze helemaal op. Moment hoor, ik moet er eentje maken.”
Een kwartiertje staan broer en zus nu op hun plek in Loppersum. Ruben drukt eens op de klassieke bel. Zou het helpen?
Ja dus. ineens druppelt de ene na de andere bewoner van de wisselwoningen naar buiten. Ze drommen samen bij de ijssteekkar. Waar anders?
Ineens komt deze tijdelijke woonwijk tot leven.
„Zie je wat er gebeurt?”, vraagt Ruben. „Zo’n ijskar brengt mensen samen. Als ik op het belletje druk, begint de lol. We laten mensen lachen met dit weer. Wat wil je nog meer?”
„Man”, zegt een vrouw hoofdschuddend, terwijl ze in het vanille-ijs hapt. „Is dit niet veel te warm voor jullie?”
„Mevrouw”, schraapt Ruben zijn keel. „Dit is ons werk.”