De brug in het PM-kanaal bij Spannenburg. Foto: Rijkswaterstaat Noord-Nederland
De vaarweg Lemmer-Delfzijl verdient meer aandacht, vinden algemeen directeur Joost de Ruig en teamleider Agnes Bernhardt van Rijkswaterstaat Noord-Nederland.
Voor het Rijk is de waterroute van Lemmer naar Delfzijl, via Groningen-stad, een zogeheten hoofdvaarweg. Deze is van grote economische betekenis voor het Noorden en eigenlijk voor heel Nederland, zeggen De Ruig en Bernhardt. Rijkswaterstaat is sinds 2014 eigenaar en beheerder van de waterweg.
,,Het is geen slootje’’, vertelt de directeur. ,,Ook als je naar het aantal tonnen vracht kijkt is het een heel belangrijke route.’’
Waar hebben we het precies over? Kunnen jullie wat cijfers geven?
De Ruig: ,,De hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl bestaat uit drie kanalen: het Prinses Margrietkanaal, het Van Starkenborghkanaal en het Eemskanaal. De totale lengte is 118 kilometer en de breedte is tussen de 50 en 57 meter. Er zijn maar liefst 32 bruggen, 3 aquaducten en 4 sluizen. Het liefst hebben wij een recht kanaal, ook voor de veiligheid, maar de route is behoorlijk bochtig.’’
Dat zijn nogal wat bruggen. Met soms grote problemen. Hoe kan dat?
De Ruig: ,,Ja. Het opvallende hier is: geen brug is hetzelfde. De brug bij Kootstertille en de Gerrit Krolbrug in Groningen zijn echt heel anders. Het is een rariteitenkabinet aan bruggen. Vaak is het ouwe meuk. Overal is wel wat aan de hand. De kostenpost is omvangrijk. Het liefst zou ik nu miljarden tegelijk krijgen om al het onderhoud meteen te doen, of allemaal dezelfde bruggen neer te leggen, maar zo werkt het niet.’’
Bernhardt: ,,Het is niet meteen onveilig. En we hebben ook al van alles gedaan. Maar er blijft heel veel te doen.’’
Hoeveel schepen varen er door deze vaarweg?
De Ruig: ,,Ruim 25.000 schepen per jaar. Rond Lemmer is zo’n 60 procent recreatief, rond Delfzijl is dat zo’n 40 procent. Via deze waterweg werden in 2024 150.000 containers en 12 miljoen ton vracht vervoerd.’’
De problemen lijken ‘m meer te zitten in het Friese dan in het Groningse gedeelte van de route.
De Ruig: ,,Dat klopt. In de stad Groningen heb je dus de Gerrit Krolbrug waar het nodige speelt en verderop bijvoorbeeld de Eelwerderbrug bij Appingedam. Die laatste is nog niet zo heel oud en gaan wij renoveren. In Friesland is veel meer aan de hand, zoals Uitwellingerga, Spannenburg, Oude Schouw en Kootstertille.’’
Bernhardt: ,,Het is van een andere orde hoor, maar in Friesland hebben wij ook nog de brug bij Stroobos. Daar zijn problemen met de hydraulische pompen, waardoor er vaak storingen optreden. Die pompen gaan wij dit najaar vervangen. Een wat kleinere ingreep.’’
Ligt de prioriteit landelijk gezien niet elders?
De Ruig: ,,Het is niet zo dat Friesland of Groningen altijd achteraan komen. Dat werd door sommigen gezegd bij de aanpak van de Prinses Margriettunnel in de A7, maar dat valt mee. Je moet echter wel opkomen voor je eigen gebied. Het geld komt uit één pot. De vaarweg Lemmer-Delfzijl moet concurreren met bijvoorbeeld de aanpak van de Van Brienenoordbrug in Rotterdam en – nog een beter voorbeeld – het Julianakanaal in Limburg. Als die twee of drie keer zo duur worden, hebben wij wel een probleem.’’
Over de Margriettunnel gesproken: die is bijna klaar. Is er nog laatste nieuws?
Bernhardt: ,,Begin september gaat de tunnel in de A7 weer helemaal open inderdaad. En medio volgend jaar kan er ook lokaal verkeer van en naar Uitwellingerga doorheen. Het snelle verkeer gaat dan weer terug naar hoe de situatie nu is. Althans, deels. Voor het snelle verkeer komen drie banen: van Sneek naar Joure is één baan beschikbaar, van Joure naar Sneek twee banen. Daarnaast is het nog niet zeker of voetgangers medio volgend jaar door de tunnel mogen. Wij onderzoeken dit nog. Fietsers lukt wel, maar het is de vraag of het ook wenselijk en veilig is voor voetgangers.’’
Het ging steeds over waterwegen. Hoe staan de snelwegen ervoor?
De Ruig: ,,Het snelwegnetwerk in het Noorden is goed. Dat willen wij niet per se uitbreiden. Het draait vooral om onderhoud. Wel speelt er, zoals bekend, het een en ander bij Defensie. Dat heeft zogenoemde corridors nodig om snel troepen en materieel te kunnen aanvoeren. De havens van Rotterdam, Vlissingen en de Eemshaven worden belangrijk. En dus is de kans groot dat de A7 en de N33 naar de Eemshaven zulke corridors worden. Die routes moeten geschikt zijn voor zware voertuigen van 130 ton. Zijn er verstevigingen nodig? Daar is Defensie nog mee bezig.’’