Beverconsulent Cindy de Jonge-Stegink laat een pootafdruk van een bever zien. Foto: Jaspar Moulijn
Verzakte fietspaden, verstopte duikers en omver geknaagde bomen: Bevers rukken op naar stedelijke gebieden in Groningen en Drenthe: „Mensen staan soms jankend voor me”.
Op pad met beverconsulent Cindy de Jonge rond het Zuidlaardermeer en langs de Drentse Aa kom je erachter dat er in onze regio verrassend veel bevers zijn. Overal vind je sporen van de grote knagers, en als je niet oppast kun je wegzakken in een verlaten hol. Bevers zijn welkom als buren, maar net als ‘echte’ buren veroorzaken ze soms overlast. Hoe gaan we daarmee om?
Het moment dat er in Groningen en Drenthe bevers moeten worden afgeschoten nadert snel. Doden is nodig om te kunnen garanderen dat we droge voeten blijven houden. Het afschieten van bevers is de uiterste maatregel om beveroverlast te voorkomen, zo staat in het beverbeheersplan van beide provincies. Ondertussen wordt er bij de ontwikkeling van landelijk beverbeleid ook gekeken naar de noordelijke aanpak. Maar het uitbannen van alle overlast lijkt een utopie te zijn.
Het is november 2008. Na afwezigheid van eeuwen worden twee beverpaartjes uitgezet langs De Hunze en in het Zuidlaardermeer, in een poging de bevers terug te brengen in dit gebied. Onder grote belangstelling van de media worden ze vrijgelaten uit een kist. Eerst kijken de bevers wat onwennig rond, waarna ze in hun nieuwe leefgebied verdwijnen. Later krijgen de pioniers gezelschap van nog eens 25 soortgenoten. Nu, zeventien jaar later, is de conclusie dat de poging gelukt is: het zijn er inmiddels honderden.
De bever is een bijzonder dier dat een beschermde status heeft. Het is het grootste knaagdier dat je in Europa vindt. Ze hebben zeer sterke oranje tanden die altijd maar doorgroeien, een platte staart, kleine kraalogen, zwemvliezen aan de achterpoten en korte voorpoten waarmee ze graven. Bevers worden gezien als een zeer welkome aanvulling op de biodiversiteit. Maar niet tegen elke prijs, blijkt nu ze steeds vaker opduiken in woonwijken in Groningen, Assen, Hoogezand en andere plaatsen.
Cindy de Jonge-Stegink. Foto: Jaspar Moulijn
‘Het gaat exploderen’
Bevers zijn monogaam en blijven hun hele leven bij dezelfde partner waarmee ze voor nageslacht zorgen. „De bevers die zijn uitgezet hebben inmiddels ongeveer 500 nakomelingen”, berekent beverconsulent Cindy de Jonge aan de boorden van het Zuidlaardermeer. Zij houdt namens de provincies Groningen en Drenthe en de waterschappen de opmars van de bevers in de gaten. De Jonge denkt dat die populatie zal exploderen: „Ik ben ervan overtuigd dat er over een paar jaar duizenden zullen zijn”, zegt ze.
Een beverpaartje krijgt gemiddeld drie jongen per jaar, alhoewel ze ook weleens een ronde overslaan. De jonkies overleven niet allemaal, maar er blijven genoeg over om te zorgen voor een exponentiële groei. Al die grote knagers moeten een plek vinden om te leven.
De meeste mensen merken het niet op, maar als je goed oplet zijn ze alomtegenwoordig: de sporen die bevers achterlaten rond het Zuidlaardermeer en langs de Drentse Aa. Er zijn her en der afgekloven stammetjes, platgetreden gras en riet, er zijn afdrukken van poten in de modder.
Bevers zijn slim
Bevers zijn inventieve dieren, ze aarzelen niet om een deurtje verder te kijken dan het natuurgebied waar ze zijn uitgezet. De jongen blijven twee jaar bij vader en moeder bever. Vervolgens gaan ze op zoek naar een eigen woonplek, maar dat wordt steeds lastiger. Je moet als bever door de drukte al genoegen nemen met een kleiner territorium en nu raken de mogelijkheden om een nieuwe stek te vinden ook zo’n beetje op. Je vindt bevers daarom niet meer alleen in natuurgebieden, maar ook in steden en dorpen. Daar ondervinden we nu de negatieve gevolgen van hun geroutineerde geknaag en gegraaf.
De beverschade is als je goed kijkt op veel plekken te zien, ook in steden en dorpen. Foto: Jaspar Moulijn
„Mensen vinden het prachtig als bevers in de vrije natuur rondzwemmen”, weet de Jonge. „Maar het wordt een ander verhaal als ze zich vestigen in onze directe leefomgeving. Dan ebt het enthousiasme snel weg.”
‘Als de dam wordt weggehaald bouwen ze gewoon een nieuwe’
Ze wijst op een duiker in het Gorechtpark in Hoogezand: „Kijk, de bevers hebben de duiker helemaal dichtgebouwd, waardoor het waterpeil steeg. Daardoor werd het gemakkelijker voor ze om uit het zicht onder de waterlijn een hol te graven. Maar die mensen die hier wonen kregen een kletsnatte achtertuin. En telkens als we een dam weghaalden bouwden ze gewoon weer een nieuwe”.
Je zou de duiker met dun gaas totaal kunnen blokkeren, maar dan moeten de bevers de drukke Abraham Kuypersingel oversteken om aan de overkant te komen. Het waterschap bedacht daarom een zig-zag-constructie van betongaas voor de ingang van de duiker, waardoor bevers met een tak in de bek niet kunnen passeren, maar er zonder ‘bouwmateriaal’ wél langs kunnen manoeuvreren.
Daarmee is dit probleem in Hoogezand opgelost, maar elders is er nog overlast. Denk aan spoor dat verzakt of dreigt te verzakken, fietspaden met een sinkhole of net geplante boompjes die door bevers met hun scherpe oranje tanden worden omgelegd. „Mensen die mooi wonen aan het water staan soms tot jankens aan toe voor me”, zegt Cindy de Jonge. „Dan is bijvoorbeeld de enige appelboom in hun tuin omgeknaagd. Ze hebben het gevoel dat ze de regie kwijtraken. Ik word daar als consulent op aangekeken. Maar ach, ook dat went.”
Een sinkhole in een fietspad bij de Drentse Aa. Foto: Cindy de Jonge
Als een bever écht grote schade of gevaarlijke situaties veroorzaakt in een woonwijk kan uiteindelijk worden ingegrepen. „Daar hebben we een escalatieladder voor”, meldt de Jonge. „We kunnen een dam weghalen of een verzakt hol herstellen. In het uiterste geval kan een bever worden gedood. Maar dat is uiteindelijk een tijdelijke oplossing, want waar je een bever weghaalt komt meestal ook één terug. Wen er maar aan, de bevers zijn er en gaan niet meer weg. We zullen er mee moeten leren leven.”
Wat waren de verwachtingen in 2008?
Werd zeventien jaar geleden rekening gehouden met de ongebreidelde groei van de populatie? „Ik werkte hier zelf nog niet, maar heb wel begrepen dat de nadruk lag op de natuur rond de beekdalen”, zegt Uko Vegter, hoofd Natuur en Landschap bij het Drentse Landschap. Dat nam in 2008 samen met het Groninger Landschap het initiatief tot de herintroductie. „Ze stonden er niet echt bij stil dat ze zouden kunnen verhuizen naar stedelijk gebied, daar lag de focus niet op”, zegt hij. Vegter wil vooral wijzen op de positieve kant van de bevers in onze regio: “Ze leveren een bijdrage aan de biodiversiteit en zijn belangrijk voor andere dieren en planten”.
Schade niet te vergoed
Bevers veroorzaken dus schade, schade die door particulieren niet kan worden verhaald. „De bever is van niemand, dus wie moet je aansprakelijk stellen?”, zegt De Jonge. “Als wolven een schaap doodbijten kun je dat claimen, maar voor bevers is niets geregeld. Dat wordt ook heel lastig, als het er zoveel zijn”.
De beste optie is om te proberen schade te voorkomen. Dat kan volgens De Jonge bijvoorbeeld door een raster om bomen heen te zetten, zodat bevers niet kunnen knagen aan de bast. „Ook een simpel stroomdraadje kan helpen om ze uit je tuin te houden”, zegt ze. Maar alle maatregelen ten spijt, het is volgens haar een utopie te denken dat alle problemen voorkomen kunnen worden: „De bever is hier en gaat niet meer weg. We zullen er mee moeten leren leven.”
Bevers hebben er zelf geen weet van, maar Groningen en Drenthe en de waterschappen hebben samen een beverbeheerplan waarin staat waar ze welkom zijn en waar niet. Bij het ontwikkelen van nieuw landelijk beverbeleid wordt ook gekeken naar deze noordelijke aanpak. In het beverbeheerplan bestaan drie zones: rood, oranje en groen. In de groene zone wordt de dieren geen strobreed in de weg gelegd, in het oranje gebied mogen bevers zijn, maar worden ze goed in de gaten gehouden. De rode zone is een no-go-area voor de knagers. Het zijn lager geleden gronden die onder water kunnen komen te staan als bevers gaan graven in smalle waterkeringen.
Laatste bever is verplaatst
Tot afgelopen week werden bevers die zich in de rode zone dreigen te vestigen gevangen en elders in een groene zone uitgezet. Dat is sinds het beheerplan sinds 2021 van kracht is dertien keer gebeurd: een bever in het Oldambtmeer was vorige week de laatste. Het dier verhuisde naar de Ruiten Aa in Westerwolde. Dat was de laatste ‘groene’ locatie waar nog ruimte was om een bever te herhuisvesten.
“Vanaf nu gaan we bevers in de rode gebieden niet meer verplaatsen, maar moeten we ze afschieten, helaas”, zegt De Jonge. “Het moment waarop dat gaat gebeuren nadert snel” . Daarmee is Noord Nederland geen voorloper: In Limburg worden al langer bevers afgeschoten. De Jonge: „Het gaat daar om honderden per jaar”.