Marjoleine de Vos uit Zeerijp schrijft over eten voor NRC. Haar verhalen zijn nu gebundeld in een boek. Foto: Anjo de Haan
Marjoleine de Vos krijgt al twintig jaar alle ruimte bij de NRC om te filosoferen over alles wat met eten te maken heeft. En dat is veel. Want eten is verweven met alles, je kan er niet omheen. Haar verhalen zijn nu gebundeld in een boek, maar verwacht daarin geen handleiding hoe je het beste ei bakt.
Wie bij auteur en dichter Marjoleine de Vos (65, geboren in Gelderland) op bezoek gaat krijgt wat lekkers. Tenminste, dat is wel de verwachting als je bij haar binnenstapt in haar oude, tot huis omgebouwde schooltje in Zeerijp. Een indrukwekkende grote hal met kasten vol boeken tegen de muur, het licht dat door grote ramen naar binnen valt, links een kleine drukkerij waar haar man bezig is, kleden op de grond en drie klaslokalen die omgetoverd zijn tot leefruimtes.
Een Dolgelukkig Montessorivarken
Maar aan het einde van de hal het vertrek waar het allemaal om draait. Een ruime keuken. Met in het midden een grote tafel die perfect is voor etentjes met vrienden of familie, veel werkruimte en – ook weer – kasten vol (kook)boeken. Verspreid over de tafel liggen nog meer stapeltjes kookboeken. Voor het dagelijkse gebruik.
En een schoteltje zelfgemaakte speculaaskoek. Want bij Marjoleine de Vos krijg je wat lekkers.
Onlangs kwam haar verhalenbundel Een Dolgelukkig Montessorivarken uit. Een bundel van twintig jaar aan smakelijke verhalen die ze voor NRC schreef. Over het mooie van eten, maar ook over hoe ingewikkeld het soms kan zijn.
Een Dolgelukkig Montessorivarken van Marjoleine de Vos.
Wie zoveel met eten bezig is, moet wel een snob zijn
‘Je merkt altijd dat, wanneer je wat langer over eten praat, je als vanzelf ook over de wereld praat. Over hoe die is, hoe je hem wilt hebben. Over honger en het klimaat en de chemische industrie. Je kunt er niet omheen dat voedsel de kern van ons leven raakt en dat heel veel in de wereld om voedsel draait.
Maar je kunt ook niet elke keer dat je appelmoes maakt alle wereldproblemen de revue laten passeren.’
Overdenkingen over de moeilijkheden van eten zoals deze wisselt ze af met lofzangen op citroen, boter, varkens(vet), zout, haring en meer. In die stukken spat het plezier over de producten ervan af. Met een gezonde dosis zelfspot, want wie zó serieus met eten bezig is en alles per se zelf moet maken (lemon curd uit een potje, geen denken aan), is wel een beetje een snob (dat zijn haar woorden).
Hoe bak je het best een ei
Schrijven doet ze sinds haar studententijd. Al lang daarvoor kookte ze. Langzaamaan werd ze daar steeds beter in. Door erover te lezen en het te doen. Te leren wat voor eten bij welke landen hoort, de verschillen tussen regio’s, specerijen en kruiden en hoe keukens worden beïnvloed door andere keukens. „Er is niet gauw een aspect aan eten dat ik niet leuk vind.”
„Het zijn stukken over alles wat met eten te maken heeft. Over de lol die ik heb in eten. Het kopen, er dingen over lezen, koken, het opeten, het gedoe om de maaltijd heen, met elkaar aan tafel zitten”, zegt ze. Geen recepten of een stukje ‘over hoe je het best een ei bakt’ dus.
Want De Vos is geen ‘receptengenie’. „Ik hou ervan om te koken, ideeën te halen uit bestaande recepten, variëren. Maar ik ben geen creatief mens dat almaar geweldige nieuwe vondsten doet. Ik vind recepten schrijven vreselijk.”
Marjoleine de Vos uit Zeerijp schreef een boek over eten en koken. Maar zonder recepten, want 'er zijn al genoeg recepten'. Foto: Anjo de Haan
Hobby in de krant
De verhalen komen uit de verschillende rubrieken die ze over eten had. „In 2002 hadden we een bijlage, dat was een van de eerste magazine-achtige bijlages met verhalen over het leven, uitgaan, mode. Ik hoorde de chef een keer tegen iemand anders zeggen dat er nog iets over eten miste. Ik zei toen dat mij dat heel leuk leek.” Zo geschiedde. „Ik kreeg enorm veel vrijheid om te filosoferen over eten. Het was echt mijn hobby in de krant.”
Ongeveer twintig jaar geleden verhuisde De Vos vanuit Amsterdam naar de provincie Groningen. Eerst jaren in Toornwerd, nu in Zeerijp. „We wilden een buitenhuis hebben. Maar het beviel mij zo goed dat ik permanent ben gebleven, mijn man bleef in Amsterdam.” Inmiddels is De Vos hertrouwd.
Ze werkt nu 35 jaar bij NRC en schreef vijf dichtbundels en essays. In 2020 verscheen het essay (in boekvorm) Je keek te ver, over wandelen in Groningen, het Groningse landschap en hoe stad en platteland zich tot elkaar verhouden.
Boerderijproducten koop je in de stad
„Het heeft mij enorm verbaasd toen ik hier in het buitengebied kwam wonen dat je helemaal niet makkelijk boodschappen kan doen bij de boer”, zegt De Vos. „Dat leek me heerlijk, maar het is een groot misverstand. Om die boerderijproducten te kopen moet je naar de stad, daar worden ze verkocht op de markt. In de stad is het veel makkelijker om lokaal en biologisch te eten dan erbuiten.”
Want lokaal en biologisch eten is wel een van de dingen die ze zichzelf oplegt. Die producten zijn nu eenmaal lekkerder en beter voor de wereld. En eten is verweven met alles. „Eten gaat al lang niet meer alleen over of je iets lekker vindt smaken. Het gaat over milieu, klimaat, dierenleed, gezondheid, obesitas, arm en rijk. Daar zijn we ons de laatste jaren steeds bewuster van geworden.”
Eén koe met z’n tienen
Sommige van de stukken die ze de afgelopen twintig jaar schreef, waren dan ook niet geschikt voor het boek. Omdat ze teveel aan de actualiteit hingen of niet meer bij deze tijd pasten. „Ik schreef vroeger heel onbevangen over vlees. Toen had ik vaak grote braadstukken, nu vind ik dat raar. Ik kocht ook weleens met een groep mensen samen een koe van de borg Verhildersum. Die werd door een slager in grote delen gesneden. Vervolgens stonden we een dag in de keuken te snijden en in te pakken. Dat vond ik erg leuk werk. Kreeg je makkelijk vier kilo vlees mee. Daar zijn we mee gestopt omdat we het niet meer weg kregen. Het was teveel.”
Eten is leuk, maar ook een serieuze zaak voor De Vos. Als ze iets eet, is het iets smakelijks, zegt ze zelf. Iets wat ze zelf heeft gemaakt. Maar heus niet iedereen om haar heen is net als zij. „De een vindt het overdreven, de ander vindt alles wel lekker. Maar natuurlijk heb ik mensen waar ik liever voor kook dan anderen. Sommigen eten alles wat ik ze voorzet tamelijk onverschillig op. Voor die mensen sloof ik me wat minder uit. Maar ik wil zelf ook niet saai eten, dus wat ik op tafel zet is altijd goed.”
Of ze wel eens iets simpels eet, zoals een broodje pindakaas?
„Ja hoor, ik eet heel vaak een boterham met pindakaas. Met komkommer en sambal. Op zelfgebakken brood.”