Hoogleraar archeologie Daan Raemaekers maakt met studenten de grond bij het hunebed nabij Valthe klaar voor archeologisch onderzoek. Foto: Jan Anninga
Archeologen en studenten van de Rijksuniversiteit Groningen kammen de omgeving van een hunebed nabij Valthe uit op sporen van duizenden jaren oud.
Het hunebed met de weinig prozaïsche aanduiding D34 ligt aan een zandpad aan de rand van een immens maïsveld tussen Valthe en Odoorn. Aan de overkant van de weg ligt Eppiesbargie, een grafheuvel uit de steentijd en de grootste van Drenthe.
Professor Van Giffen onderzocht het hunebed bij Valthe in 1953
Slechts een bescheiden bordje met het opschrift ‘Hunebedweg’ verraadt dat er in de omgeving een vijfduizend jaar oude grafkamer uit de steentijd ligt. Professor Daan Raemaekers steekt een schop enkele centimeters diep in de met gras begroeide aarde. Hij maakt met de hulp van studenten de grond klaar voor het archeologisch onderzoek dat ongeveer vier weken in beslag neemt. Rood witte linten vormen drie keurige rechthoeken, de zogeheten proefsleuven, waarbinnen het graafwerk plaatsvindt. ,,We halen alleen de toplaag eraf. De afgegraven grond leggen we na het onderzoek weer terug.’’
Hunebed D34 ligt verscholen aan een zandweg. Foto: Jan Anninga
Alle sleuven komen uit bij immense stenen die duizenden jaren geleden door boeren op elkaar werden gestapeld en zo een grafkamer vormden. ,,Die werden met zand afgedekt. In de negentiende eeuw dachten ze dat het om stuifzand ging dat tegen de stenen was aangewaaid. Men vond het dus geen probleem om dat zand weg te graven waardoor je nu alleen het geraamte van het hunebed nog ziet.’’
Professor Albert van Giffen (1884 – 1973), een van de grondleggers van de Nederlandse archeologie, onderzocht D34 in 1953. ,,Het resultaat was wat teleurstellend, omdat er geen voorwerpen werden gevonden. Maar het is natuurlijk heel goed mogelijk dat ook onder de verdwenen afdeklaag nog sporen te vinden zijn. Bij andere hunebedden zie je dat er later bijvoorbeeld ook graven en voorwerpen in werden geplaatst. Onze voornaamste vraag is dan ook hoe de omgeving in de perioden na de hunebedbouwers met deze grafkamers omging.’’
Studente Suzan ten Zijthoff doet voor het eerst onderzoek bij een hunebed. Foto: Jan Anninga
De grafkamer zelf wordt niet onderzocht. ,,Alle grafkamers van alle hunebedden zijn in de jaren tachtig met beton verzegeld om te voorkomen dat schatgravers er hun geluk komen beproeven.’’
Hoe D33 uit het Valtherbos verdween
D34 had ooit gezelschap van D33 die op een steenworp afstand lag. ,,Ja, dat is echt een verbijsterend verhaal. D33 verkeerde in slechte staat. Van Giffen heeft de restanten gebruikt voor de reconstructie van een bestaand en bijna verdwenen hunebed dat bekendstaat als de ‘Papeloze kerk’.’’ De naam zou volgens de overlevering verwijzen naar hagenpreken die in de 16de eeuw plaatsvonden. Aldus ontstond D49 dat in het natuurgebied Sleenerzand tussen Schoonoord en Noord-Sleen ligt.
Raemaekers spit verder. Kluit na kluit wordt los gewurmd. ,,Weet je wat ook zo bijzonder is aan dit hunebed? Het is een van de drie exemplaren in Nederland die geen monumentale status heeft.’’
De vondsten bij Valthe, Raemaekers sluit niet uit dat er bijvoorbeeld werktuigen van vuursteen of aardwerk worden blootgelegd, krijgen – na onderzoek – uiteindelijk een plekje in het Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis.