Rijkswaterstaat takelde begin deze maand het beweegbare deel van de Gerrit Krolbrug in de stad Groningen met kranen uit het water. Foto: ANP / Anjo de Haan
Rijkswaterstaat weet nog niet wanneer er een tijdelijke oplossing komt voor de Gerrit Krolbrug in Groningen. Die werd in mei stukgevaren.
Sinds de aanvaring kunnen voetgangers en de 16.000 fietsers die dagelijks via de brug over het Van Starkenborghkanaal gingen, alleen gebruik maken van de hoge wandelbruggen. Op verzoek rijdt er een pendelbusje. Zo’n 4000 automobilisten moeten omrijden via de Noordzeebrug of de Oostersluis.
Tijdelijke brug verderop
Het onderzoek naar reparatie van de brug is nog in volle gang, maar directeur Joost de Ruig van Rijkswaterstaat Noord-Nederland had woensdag weinig hoop op succes. ,,Dat is een moeilijk en kostbaar verhaal, en het duurt ook nog eens lang.’’
Of er in afwachting van de nieuwe Gerrit Krolbrug een andere tijdelijke voorziening komt, durfde hij niet te zeggen. ,,Het gemakkelijkst is een tijdelijke brug op de oude plek, maar dan moet die weer weg als we gaan bouwen. Terwijl het onze ambitie is dat gebruikers ook tijdens de bouw aan de overkant kunnen komen. Daarom lijkt een tijdelijke brug, een stukje verderop, het mooiste. Dan kunnen mensen daar nu én tijdens de bouw gebruik van maken. Maar dat kost wel geld.’’
Zonder brug
De Ruig zegt dat Rijkswaterstaat alle denkbare alternatieven onderzoekt. Hij informeerde de gemeenteraad van Groningen woensdag over de stand van zaken. Die is bang dat de stad lang zonder brug komt te zitten. Hoewel de gemeenteraad pas later over de brug debatteert, konden sommige raadsleden het niet laten om alvast duidelijk te maken dat 5 jaar geen brug voor hen geen optie is. ,,Dat zou ik niet acceptabel vinden’’, zei Rik van Niejenhuis bijvoorbeeld. ,,Vervoer de vracht naar de Eemshaven dan maar over zee.’’
Volgens De Ruig zit het versnellen van de nieuwbouw er niet in. ,,Dat is lastig. Zo’n procedure vergt gewoon veel tijd.’’ Hij hoopt dat de nieuwe brug er eind 2026 ligt. ,,Dat lukt als de minister het besluit in november bekrachtigt in het bestuurlijk overleg over het meerjarenprogramma voor infrastructuur, ruimte en transport. Maar dat is nog wel een dingetje voor een demissionair kabinet.’’
Ministerswisseling
Door de komst van Barbara Visser als nieuwe minister van Infrastructuur en Waterstaat -ze is opvolger van Cora van Nieuwenhuizen die lobbyïst voor de energiesector werd- loopt de nieuwe brug mogelijk ook vertraging op.
,,We moeten ook de mogelijkheden voor een tijdelijke oplossing met haar bespreken. Met gemeente en provincie gaat dat snel, maar er zit nu eenmaal een nieuwe minister die het goed wil doen maar de dossiers nog niet allemaal kent. Ik weet niet precies wanneer wij dit met haar kunnen regelen.’’
Petitie
Volgens De Ruig is het vanzelfsprekend dat de nieuwe brug 4,50 meter hoog wordt, en geen 3 meter zoals het Gerrit Krolbrug Comité wil. Ook al moeten beide bruggen voor de beroepsvaart waarschijnlijk net zo vaak open, het scheelt brugopeningen voor de pleziervaart.
Het bewonerscomité, dat een petitie voor de lage variant is gestart, wil liever een paar keer per dag wat langer wachten dan altijd een hogere brug beklimmen. Volgens gemeente en Rijkswaterstaat, dat de pleziervaart niet kan weren, valt het met die ‘klim’ wel mee.
Hoewel lage en hoge bruggen in de praktijk even vaak open gaan, heeft de voorkeur voor een hoge variant alles te maken met de veiligheid, zegt De Ruig. ,,Neem de aanvaring van de hogere Dorkwerderbrug door een zwaar grindschip. Nu bleven de gevolgen beperkt tot de stuurhut. Als de brug lager was geweest, had die er ook een hele tijd uit gelegen.’’
De Ruig gaat er bij schippers en brugwachters op aandringen op bruggen niet onnodig vaak te openen, wat volgens hem nu wel gebeurt. ,,Dat geeft schippers een veilig gevoel, en de neiging van brugwachters om goede service te bieden herken ik ook, maar daar willen we wel met hen over spreken. Als het niet echt nodig is, moet de brug niet omhoog.’’
Het is de vraag of dat verandert omdat schippers zelf mogen aangeven of de brug omhoog moet. Zij kunnen dat het best inschatten en dragen daar ook de verantwoordelijkheid voor.
Veiligheid
Behalve de hoogte van de brug hebben ook de boogstraal en de breedte van de bocht in het Van Starkenborghkanaal en de breedte van de doorvaart te maken met nautische veiligheid, zegt De Ruig.
Volgens hem is veiligheid een lastig onderwerp waarbij veel meer aspecten dan alleen bruggen en de inrichting van vaarwegen een rol spelen. ,,We steken niet voor niks 100 miljoen euro in ons informatie- en verkeersmanagementsysteem voor de communicatie langs de vaarweg. En we stellen technische eisen. Zo stellen we stuurboegschroeven verplicht voor lange schepen en mogen schepen zonder radar bij slecht zicht niet varen.’’
Volgens hem doet Rijkswaterstaat ook zijn best om ervoor te zorgen dat binnenvaartschippers beter op de hoogte zijn van de regels en kanalen. ,,Wij zitten daar met handhaving bovenop. Net als aan land speelt gedrag vaak een rol bij ongelukken. Natuurlijk horen wij ook dat schippers soms niet weten waar ze zijn. Een deel van de maatregelen om dat te voorkomen -zoals een strengere opleiding- moeten we Europees regelen. Daar zijn we druk mee bezig.’’
Raadseltje
Dat Rijkswaterstaat de komende 20 jaar een groei van tussen 15 en 25 procent in het vrachtvervoer voorziet (dat was eerder 1 procent) komt door extra activiteiten in de havens van Delfzijl en de Eemshaven. Het aantal boten neemt daardoor toe van 32 tot hooguit 40 per dag. Wat er precies meer naar de zeehavens gaat, behalve houtsnippers voor de biomassacentrales, is onbekend.
De Ruig en wethouder Philip Broeksma (GroenLinks) losten een raadseltje op rond de maximale brughoogte die de gemeenteraad eerder in een motie had vastgelegd op 4 meter. De voorkeurshoogte voor de nieuwe brug -4,50 meter- wekte daarom verbazing. ,,De brug wordt voor 80 jaar aangelegd. Om de hoogte van 4 meter in die periode te waarborgen, is vanwege de bodemdaling een buffer van 50 centimeter nodig.’’