Ooit wil UMCG Groningen stoppen met proefdieren, maar zover is het nog niet. Dankzij nieuwe apparatuur zien wetenschappers wel meer én worden minder dieren gedood
Een muis verdwijnt voor een scan in een van de nieuwe apparaten van de Centrale Dienst Proefdieren (CPD).
Dankzij scanapparatuur hoeven proefdieren steeds minder vaak dood te worden gemaakt om ze te kunnen onderzoeken. Het UMCG loopt in deze ontwikkeling voorop.
Je ziet ze niet direct, maar je ruikt ze wel meteen. In de hal van de Centrale Dienst Proefdieren (CDP) van het UMCG hangt de geur van de ongeveer 11.000 dieren waar het allemaal om draait. Het zijn vooral knaagdieren, maar er wordt - en steeds meer - ook gebruik gemaakt van zebravissen: een tropische vissoort die zich relatief makkelijk laat onderzoeken.
Proefdieronderzoek klinkt misschien als iets wat niet meer van deze tijd is. Maar nog altijd hebben wetenschappers onderzoek op dieren nodig om inzicht te krijgen in biologische processen. Waarom wordt iemand ziek? En waarom de ander juist niet?
In veel gevallen zijn die processen bij dieren hetzelfde als bij de mens. Dan gaat het er bijvoorbeeld om hoe een tumor reageert bij het inspuiten van een bepaalde stof. Het onderzoek in de dierproeffaciliteit levert onder andere informatie op die moet helpen bij het voorkomen en beter kunnen behandelen van verouderingsziekten zoals kanker, de ziekte van Alzheimer en Parkinson en hart- en vaatziekten.
Zebravissen
Het stoppen met het onderzoek op dieren is wel degelijk een streven van het UMCG, ooit. Tot die tijd houdt het universitair medisch centrum zich -met het oog op het dierenwelzijn - aan de zogenoemde drie V’s: vervangen, verminderen en verfijnen. De zebravissen zijn een voorbeeld van de eerste twee V’s. Voor hetzelfde onderzoek zijn minder zebravissen nodig dan muizen en ratten.
,,De zebravissen zijn heel toegankelijk om te onderzoeken”, zegt Catriene Thuring, adjunct-hoofd, van de CDP. ,,Ze zijn in 10 weken volwassen. Maar belangrijker is: ook op de bevruchte eitjes kun je onderzoek doen. Deze eitjes worden door de dieren afgezet in het water en zijn dus makkelijk te oogsten.”
Voor V nummer drie, het verfijnen van het dierproefonderzoek, dalen we af naar de kelder van het gebouw. Dit is verreweg het nieuwste deel van de CDP. GronSAI (Groningen Small Animal Imaging), zoals het hier wordt genoemd, is ook direct het meest kostbare deel van het centrum. Hier staan verschillende waardevolle apparaten - ze kosten zomaar meer dan 1 miljoen euro - waarmee scans kunnen worden gemaakt.
Maximaal een grote rat
Ze lijken op de normale MRI-, PET- en CT-scanners die je ook in het ziekenhuis tegenkomt, maar dan met een paar belangrijke verschillen. Ten eerste: het formaat. ,,Dit zijn kleine versies van wat men uit het ziekenhuis kent”, zegt onderzoeker Janine Doorduin. ,,Er past maximaal een grote rat in.” Er is nog een belangrijk verschil. Er staan losse MRI- en PET-scanners, maar ook twee apparaten die functies combineren: een PET-CT en de nieuwste aanwinst: een PET-MRI. ,,Ik heb ontzettend veel zin om met dit apparaat te gaan werken”, zegt Doorduin, terwijl een Engelse monteur de laatste hand legt de installatie van de PET-MRI.
Voorheen stonden de apparaten verspreid over verschillende gebouwen. Het bij elkaar zetten van de imaging-apparatuur voor dierproeven op de nieuwe afdeling kent alleen maar voordelen, stellen de wetenschappers. Voor verschillende onderzoeken hoeft minder met de dieren omgereden te worden. Onderzoeken kunnen in korte tijd worden afgenomen en dankzij de gecombineerde apparaten ook nog eens in één keer. Dat is een hele stap vooruit voor het dierenwelzijn, zegt adjunct-hoofd Thuring.
Het grootste voordeel van de hoogwaardige apparatuur - nergens in Nederland staan zulke moderne machines - is dat er minder dieren nodig zijn. ,,Als we in de hersenen wilden kijken, ontkwam je er vroeger niet aan om het dier dood te maken”, zegt Doorduin. ,,Dankzij deze scans blijven de dieren in leven en kunnen we juist veel beter, laagje voor laagje, in beeld brengen wat er in de hersenen gebeurt.” Het stelt de onderzoekers ook in staat om hetzelfde onderzoek te herhalen bij hetzelfde dier, om te zien welke veranderingen er optreden.
Verfijnder
,,Het is niet meer zomaar het in beeld brengen van hersenen, we kunnen nu veel details in beeld brengen”, zegt Thuring. ,,Ons onderzoek is de afgelopen tien jaar steeds complexer geworden. Met deze apparatuur wordt het allemaal nóg veel verfijnder. Dankzij heel specifieke speurstoffen kunnen wij zien waar een bepaald proces zich afspeelt.”
,,We kunnen nu heel specifiek dierproefonderzoek doen”, zegt Doorduin. ,,We hoeven niet te veel en ook niet te weinig dieren in te zetten voor onderzoek. Dankzij deze machines gebruiken we de pluspunten van elke scanner, maar dan in één keer.”
Bij een onderzoek kan het aantal dieren dat gebruikt moet worden verschillen van 10 tot enkele honderden. Elk verzoek om dieren in te zetten moet volgens Thuring tot in de puntjes worden gemotiveerd. Een speciale commissie kijkt er op toe dat er niet te veel dieren worden ingezet en ook of dit op de juiste manier gebeurt. Een van de teleurstellingen in de proefdierfaciliteit is wanneer iets wel in dieren werkt, maar niet in mensen. Dat is maar op een manier te voorkomen, is de overtuiging in het centrum: door nog preciezer te gaan werken. Thuring: ,,Dankzij de nieuwe apparatuur zetten wij daar een heel belangrijke stap in.”