René Perdok zorgt voor een konijntje van vijf weken, dat werd bevrijd uit de klauwen van een een kat. Foto: Anne van der Woude
De echte zomervakantie moet nog beginnen, maar nu al is de dierenopvang van René en Yvonne Perdok druk bevolkt. Vooral gedumpte konijnen bevolken de hokken in de achtertuin van het stel, dat de Groningse tak vormt van ’Bikers for Animals’. Geen motorclub, wel een club van grote dierenvrienden. „We kunnen zelf niet weg. Dat is een keuze.”
In Borgsweer wordt de rust even verstoord bij de begroeting door de negen hondjes van René en Yvonne Perdok. De Franse bulterriërs en chihuahua’s bedelen om aandacht. „Dit is Mimi. Ze loopt moeilijk, omdat ze helemaal kapot was van binnen”, wijst Yvonne (54) op het aandoenlijke zwart-witte diertje met rafelige oortjes. „Die zijn afgeknipt, waarschijnlijk om ze leuk klein te laten lijken. Ze komt van een broodfokker.”
Vier jaar geleden verhuisde het stel vanuit Delfzijl naar deze plek, met een zee aan ruimte. „We deden al vrijwilligerswerk en collectes voor Bikers for Animals”, vertelt René (53) over de stichting die is ontstaan uit een groep motorliefhebbers en zich met hulp van donateurs toelegt op het bestrijden van dierenleed.
René en Yvonne Perdok tussen hun dieren. Foto: Anne van der Woude
Grote fokkerijen
„De afdeling in Lelystad richt zich vooral op honden uit grote fokkerijen of oude, moeilijk plaatsbare dieren. Wij vangen met name konijnen op. We werken veel samen met de regionale dierenambulance en asiels.”
Liefst 45 langoren zitten er nu bij Perdok. „Soms moeten ze een ren delen met z’n drieën. Het is ongelooflijk hoeveel er worden gedumpt. Neem dan géén konijn, als je er niet voor kunt zorgen!” Volgens de Dierenbescherming is dit jaarlijks het lot van liefst 2000 konijnen. Naast de tientallen knaagdieren herbergt de tuin enkele bokken, een jonge zilvermeeuw en twee postduiven.
„Er kan van alles binnenkomen. Van een papegaai of schildpad tot een lammetje of jonge eendjes. Vorig jaar hadden we ineens vijf eekhoorntjes. Die gaven we om de drie uur melk”, zegt Perdok, die ook nog zijn baan als civieltechnisch ingenieur heeft. „Als ze eraan toe zijn, zoeken we een goed tehuis voor alle dieren.”
Het is dat het veel geld kost. „Want het zou een dagtaak kúnnen zijn. Ik sta om half vijf op om de vaak verwaarloosde, gewonde of angstige dieren te verzorgen, te voeren en poep op te ruimen. We kunnen nooit weg. Niet met vakantie, maar het is ook al lastig om naar onze pasgeboren kleinzoon te gaan. Dat is de keuze die we hebben gemaakt. Héél soms kan een buurvrouw of een vrijwilliger oppassen. Maar er is altijd iets te doen. We willen binnenkort de hokken vernieuwen, het moet er wel netjes uitzien.”
Met zijn grote handen ontfermt Perdok zich over een vijf weken jong konijntje, dat onlangs is bevrijd uit de klauwen van een kat. „Maar wat doet een vijf weken oud dier op straat?” Gulzig drinkt het grijze flapoortje melk uit de drinkspuit. Yvonne: „Ik denk dat we deze houden. Sommige dieren kun je meteen in je hart sluiten.”
Foto: Anne van der Woude
Duitse reus
Zo brachten ze ook duif Dodo groot; en Pieter, een gigantische Duitse reus. „Gevonden bij een bushalte, met vieze ontstoken oren. Later wilde iedereen hem wel adopteren, maar hij blijft hier. De meeste konijnen raken we wel kwijt, maar nu zitten we wel aan onze taks. Een tijdlang vond men hier in de provincie dozen met konijnen langs de weg, met een briefje: ’Leuk voor de kinderen, groet van opa’.”
Wie de konijnen dumpt, is vaak niet te achterhalen. Al hoopt Perdok wel dat degene die ’Jumpy’ bij de dierenwinkel Jumper in Stadskanaal achterliet, wordt gevonden. „Zat een briefje bij, dat er niet voor kon worden gezorgd omdat de eigenaar ’op zakenreis’ moest”, klinkt het vol ongeloof. „Maar óók het paspoort met de laatste dierenartsbehandeling. En daarmee kan de politie misschien de eigenaar traceren.”
De dierenspeciaalzaak is zelf inmiddels gestopt met de verkoop van knaagdieren. „Prima, want er zijn er genoeg in de opvang die een goed thuis zoeken.”