Zo gaat het Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog eruitzien.
De voorbereidingen duurden jaren, er zijn ongeveer acht versies van het ontwerp gemaakt en de bouwkosten bleven maar stijgen. Maar nu is de financiering rond en in april 2023 begint de bouw van het Werelderfgoedcentrum in de haven van Lauwersoog. Wat is dat ook alweer en wat ging er allemaal aan vooraf?
Wat is het Werelderfgoedcentrum (WEC) en wat kunnen we er straks doen?
Directeur Niek Kuizenga ziet het WEC als een soort klein Forum van het Waddengebied. Het zeehondenopvangcentrum (dat nu nog in Pieterburen zit) komt erin, er komt een soort museum over de Wadden, een winkel en een soort VVV, er zal onderzoek plaatsvinden, er zijn ruimtes voor congressen en horeca. Die horeca moet geen concurrentie worden voor de (vis)restaurants die al in Lauwersoog zitten. Kuizenga zegt dat het een restaurant met ‘culinaire hoogstandjes’ met producten ‘uit de omgeving’ wordt.
Een impressie van het interieur van het Werelderfgoedcentrum.
Het centrum heeft jaarlijks 118.000 bezoekers nodig om het financieel te redden. ,,We denken snel te groeien naar 150.000 bezoekers per jaar, dit wordt realistisch geacht door diverse marktonderzoeken.’’ Nu komen jaarlijks 1,8 miljoen mensen naar Lauwersoog om een visje te eten of de boot naar Schiermonnikoog te nemen. Naar verwachting duurt de bouw van het centrum iets meer dan een jaar en kan het in het voorjaar van 2025 open.
Hoe gaat het eruitzien?
Het centrum komt aan het water in de haven van Lauwersoog te staan, met aan de ene kant uitzicht over diezelfde haven en aan de andere kant het Lauwersmeergebied. Het ontwerp is van Dorte Mandrup, een Deense architect die eerder een vergelijkbaar centrum in het Deense Ribe ontwierp.
Het gebouw krijgt veel ramen en hout. Eromheen komen trappen langs het water om op te zitten en ook het dak gaat open voor bezoekers. Overigens is het grootste deel alleen bereikbaar met een toegangskaartje van ongeveer 15 euro.
Het centrum had er allang moeten staan, zegt Kuizenga, maar heeft nogal wat tegenslag gekend. Zo ging de Waddenvereniging met andere natuurorganisaties naar de Raad van State om te zorgen dat het gebouw niet hoger dan 16,5 meter mocht worden, zodat het beter in het landschap zou passen.
Bij de eerste presentatie van het centrum zou het pand 30 meter hoog worden en 16.000 vierkante meter groot. Nu wordt het 16,5 meter hoog en 8000 vierkante meter.
Er zijn ongeveer acht verschillende versies van het ontwerp geweest, waarbij het gebouw dus steeds een beetje kleiner en lager werd. De zeehondenbassins zitten niet meer boven op het dak en een kelder voor machines is geschrapt.
Het allereerste ontwerp van het Werelderfgoedcentrum met een hoogte van 30 meter. Illustratie: Architectenbureau Dorte Mandrup
In 2018 kreeg stichting WEC-W financiering voor de bouw van het Waddenfonds, maar de wereld veranderde nogal en die pot bleek niet groot genoeg.
Dus: hoeveel kost het dan en wie betaalt?
In eerste instantie moest het centrum 27 miljoen euro kosten, afgelopen zomer werd bekend dat dat bijna 44 miljoen euro wordt. Dat komt door gestegen bouwkosten en brandstofkosten. Het ontwerp is weer iets aangepast om de kosten toch nog wat te drukken. Nu ligt het op 41,4 miljoen euro.
De financiering komt vanuit allerlei hoeken en gaten: het Waddenfonds, de gemeente Het Hogeland, de provincie Groningen, het Nationaal Programma Groningen, het Fonds Water en Vis, de Waterschapsbank en Zeehondencentrum Pieterburen.
Overigens voorspellen raadsleden dat er nog wel meer geld naartoe gepompt zal moeten worden, aangezien de bouwkosten nog steeds niet dalen.
Houdt het de naam Werelderfgoedcentrum?
Nee. Het is een duidelijke, maar wel een beetje saaie naam. Het publiek wordt gevraagd een betere naam te bedenken. De officiële uitnodiging daarvoor laat nog even op zich wachten, maar laat het brainstormen beginnen.