Al wat er rest van de Gerrit Krolbrug in Groningen, na de aanvaring op 15 mei 2021. Rijkswaterstaat besloot deze week alsnog om de loopbruggen van een hellingbaan te voorzien. Foto: DvhN
De vier coalitiepartijen in de gemeenteraad van Groningen (GroenLinks, PvdA, D66 en ChristenUnie) steunen de voorkeur van B en W voor een hoge Gerrit Krolbrug.
Dankzij de steun krijgt de voorkeursvariant van 4,50 meter politieke steun in de stad, zo bleek woensdag uit een discussie in de gemeenteraad.
De complete oppositie (acht fracties) scharen zich achter de lagere variant (3 meter) van het Gerrit Krolbrug Comité, hoewel Maarten Duit (Student en Stad) ook nog wel wat voelde voor 4,27 meter: de hoogte van een andere nieuwe brug in Zuidhorn.
Het bewonerscomité heeft de hoop op een lage brug nog niet opgegeven en wil de komende weken -voordat het definitieve besluit valt- laten zien hoeveel steun het in de stad heeft.
Wethouder Philip Broeksma (GroenLinks) bezwoer dat de keuze voor de hoge brug (alleen deze twee hoogtes bleken maakbaar, een derde variant van 5,70 meter niet) geen keus is voor of tegen burgers, de scheepvaart of economische belangen.
Genuanceerd
,,We hebben een complete afweging gemaakt, waarbij ook het comfort en de passeerbaarheid van de brug door Stadjers voor 80 jaar is meegewogen. Een brug van 3 meter is in sommige opzichten de slechtste variant, in andere de beste en soms ook de middelste. Dat is het genuanceerde beeld dat ik probeer over te brengen’’, aldus Broeksma .
Volgens hem wordt de brug geen onneembare helling voor groepen fietsers en wandelaars. ,,Elektrische fietsen en scootmobielen hebben geen last van de helling, wel van een geopende brug.’’
Volgens hem trokken gemeente en Rijkswaterstaat gezamenlijk op, en loopt de stad niet aan de leiband van het ministerie. Hij begrijpt niets van de kritiek van onder anderen Ton van Kesteren (PVV) dat de 3 meter variant nooit serieus is genomen en er geen echte inspraak zou zijn geweest.
,,Dankzij een motie in de Tweede Kamer is het idee op vergelijkbare wijze uitgewerkt, daar hebben we zes keer urenlang met het comité over gesproken’’, zei van Broeksma. Van Kesteren (PVV): ,,Maar bewoners zeggen dat er niets mee is gedaan.’’ Broeksma: ,,Dat begrijp ik echt niet.’’
Motie
Rik van Niejenhuis (PvdA) kreeg de oppositie over zich heen toen hij sprak van een goed afwogen variant die het beste voor bewoners, het verkeer en de scheepvaart in zich heeft. Dat veroorzaakte gefronste wenkbrauwen bij onder anderen Wim Koks (SP) en Ietje Jacobs-Setz (VVD). Zij vroegen zich af waar de winst voor de bewoners en verkeer zit.
Van Niejenhuis komt nog wel met een motie waarmee hij Rijkswaterstaat wil vragen om het aantal brugopeningen te beperken. ,,We moeten het bestaande protocol, waarin bruggen ook omhoog gaan als het niet echt nodig is, aanpassen.’’ Hij verwacht dat de aanpassing vanuit Groningen geregeld kan worden. Van Niejenhuis wil ook een vlak wegdek, een mooi ontwerp en inbreng van bewoners over de kades.
Tessa Moorlag (ChristenUnie) ziet dat ook wel zitten, tot verwondering van Herman Pieter Ubbens (CDA) die haar betoog niet begreep. ,,U gaat akkoord, wil eigenlijk minder brugopeningen, laat onderzoeken hoe dat moet en als het toch niet kan, dan niet. Maar stelt het wel als voorwaarde.’’
Volgens Ubbens hoort de voorkeur van de stad naar 3 meter uit te gaan. Toch betwijfelt hij sterk of zo’n stellingname effect heeft. Dat geldt wat hem betreft ook voor een motie (‘’al is die wel nodig nu het naar 4,5 meter lijkt te gaan’’) of het inschakelen van partijgenoten in de Tweede Kamer.
Eén lijn
SP en VVD zitten op dezelfde lijn. Ze zien een permanente hoge brug niet zitten voor fietsers, rolstoelers, mensen met kinderwagens en dergelijke. Zeker niet nu het comité aangeeft dat zij liever een keer extra voor de brug wachten.
,,4,5 meter is niet goed voor de verkeersveiligheid in de fietsstraat. Jongeren racen straks naar beneden, terwijl anderen in bar weer in het donker en met windvlagen bij de nieuwe flat naar boven moeten. We voorzien ongelukken en vrezen dat auto’s straks worden geweerd.’’
Volgens Koks gaat een brug van 4,5 meter niet minder vaak open, en is 3 meter niet nadelig voor de scheepvaart. Uniformiteit noemt hij een gezocht argument.
,,Op de hele route zijn allerlei verschillende hoogtes. Uiteindelijk moet de minister kiezen, maar dan zeggen wij: de omgeving is van de gemeente. Liever strijdend ten onder dan kiezen voor een variant die niet in het belang is van tienduizenden bewoners. Daar zijn we volksvertegenwoordigers voor.’’
Kirsten de Wrede (Partij voor de Dieren) kon dat we volgen: ,,We zitten voor de burgers in de raad, niet voor economische belangen. De bijzonder treurige voorkeursvariant is geheel niet in het belang van de stad of inwoners.’’
Mosterd
Een motie achteraf is volgens Koks mosterd na de maaltijd. ,,Dat is een gepasseerd station als je eenmaal akkoord gaat. En zo’n gesprek met schippers, daar gaat tijden overheen.’’ Volgens Benni Leemhuis (GroenLinks) is er sprake van een nieuwe stap als het definitieve ontwerp klaar is. Hij is akkoord, maar wil nog wel meer zekerheid over de afname van het aantal brugopeningen. ,,De helling mag ook wel minder dan 2,5 procent.’’
Volgens René Staijen (Stad en Ommeland) zijn de belangenorganisaties niet serieus genomen en maakt de coalitie invaliden en fietsers ten onrechte ondergeschikt. ,,Want alleen op basis van argumenten en cijfers die die door Rijkswaterstaat in het belang van de scheepvaart zijn uitgewerkt. Wij moeten ons niet laten inpakken ten koste van onze eigen inwoners.’’
Schrik
Ook Detleff Mellies (100 procent Groningen) omarmt de bewonersvariant. Hij is geschrokken van de manier waarop de scheepvaart functioneert. ,,Het kan toch niet waar zijn dat schippers niet weten hoe hoog een brug is. En dat de brug maar zo hoog mogelijk moet worden omdat schippers er anders misschien wel tegenaan varen. Veiligheid staat voorop, maar die is hier ook met andere middelen op te lossen. Het verruimen van een vaarweg is prima, maar in de stad is het ongemak ontzettend groot.’’
Jacobs- Setz (VVD) vroeg zich af waarom de bewonersvariant niet eendrachtig wordt gesteund. ,,Namens 70.000 inwoners en organisaties als de Fietsersbond is ons indringend verzocht te kiezen voor de lage variant. Rijkswaterstaat wil voor 32 schepen de hoogste variant. Van deze tussenoplossing wordt niemand blij.’’
Volgens haar hoeft alleen de pleziervaart minder vaak te wachten. ,,Maar die komt er nauwelijks langs. Rijkswaterstaat en de wethouder zeggen dat hun variant prima te doen is voor alle fietsers en wandelaars, terwijl die zelf aangeven dat ze liever iets vaker en iets langer wachten. Hoe kan het dat de wethouder dat zo anders beleeft?’’
Uur korter open
Volgens Broeksma, die volhield dat een brug van 4,5 meter overdag een uur korter omhoog staat (30 procent minder vaak open) passeren gemiddeld dagelijks 9 of 10 plezierboten per dag ‘’dus heel wat in de zomer. Jammer als u dat niet gelooft’’.
Hij zegt dat de nautische veiligheid een grote rol speelt bij het besluit, vooral bij het voorkomen van aanvaringen van vrachtschepen met de brug én met de pleziervaart. Die kan in de nieuwe situatie niet goed meer uitwijken bij de brug. Op de vraag van Koks of er gedacht is aan uitwijkhaventjes (het kanaal wordt aan de zuidkant toch versmald, dus er is ruimte voor inhammen) zei Broeksma dat daar nog niet aan gedacht is.