Hanneke en Janny Hoeksema-Schaap krijgen een pensioen voor samenwonenden. Foto: Jaspar Moulijn
Alleenstaanden krijgen een hoger AOW-pensioen dan mensen die samenwonen. Dat klinkt niet onlogisch, maar is volgens Gijs Vonk, hoogleraar Socialezekerheidsrecht aan de RUG, om meerdere redenen niet langer houdbaar. Eén ervan is dat het de woningnood bestendigt, omdat het mensen die een huis willen delen financieel benadeelt.
Hanneke (66) en Janny (67) Hoeksema-Schaap wonen in Bedum samen met twee volwassen kinderen. Ze krijgen straks een AOW-pensioen voor samenwonenden. Hanneke: „Als we twee zussen waren geweest, hadden we bijna 1000 euro extra per maand gehad. Dat is wel raar. Voor mensen met een LAT-relatie die willen samenwonen scheelt het ook. Die gaan er dan financieel op achteruit. Ik vind dat je daarvoor geen financiële drempel moet opwerpen.”
Dat gehuwden een lagere AOW-pensioen ontvangen dan ongehuwden is van meet af aan ingebakken in de Algemene Ouderdomswet (AOW), die is ingevoerd in 1956 door PvdA-minister Jo Suurhoff in het kabinet Drees 2. Destijds hadden alleen mannen en ongehuwde vrouwen recht op AOW. Gehuwden ontvangen ieder 50 procent van het minimumloon en ongehuwden 70 procent. In 1985 werden ongehuwd samenwonenden gelijkgesteld aan gehuwden, zodat ook die het verlaagde AOW-pensioen voor gehuwden ontvangen.
‘Het aantal samenlevingsvormen is geëxplodeerd’
Het idee erachter is dat samenwonenden woon- en levenskosten kunnen delen. Dat klinkt billijk, maar de wereld is veranderd. Zo is het aantal alleenstaanden sterk gestegen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woonde in 1960 3 procent van de bevolking alleen, terwijl dat momenteel bijna 19 procent bedraagt. Van de 8,4 miljoen huishoudens in Nederland zijn er 3,3 miljoen alleenwonenden. Gemiddeld wonen er 2,11 mensen in een Nederlands huishouden, in 1964 was dat nog 3,49. Deze ‘huishoudensverdunning’ neemt een groot beslag op de woningvoorraad.
Tegelijkertijd is het aantal samenlevingsvormen geëxplodeerd. De Sociale Verzekeringsbank (SVB), die verantwoordelijk is voor de uitbetaling van uitkeringen, onderscheidt er inmiddels 21, variërend van LAT-relaties tot samengestelde gezinnen in alle mogelijke varianten. Dat maakt de uitvoering ingewikkeld en ondoorzichtig. Daarom pleit de SVB voor het gelijktrekken van het AOW-pensioen voor alleenstaanden en samenwonenden. Dat vergemakkelijkt de uitvoering.
Gijs Vonk, hoogleraar Socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), is al veel langer pleitbezorger van gelijktrekking. Hij hekelt de bemoeienis van de overheid met de huishoudsituatie van gepensioneerden. „Naleving ervan leidt tot veel gewroet in de privésfeer van AOW’ers. Dat zou je willen vermijden.”
‘Voor de uitvoering is veel mankracht nodig’
Het maakt de AOW ook arbeidsintensief. Voor de uitvoering ervan is veel mankracht nodig, in een tijd dat er in bijna alle sectoren personeelstekorten zijn. Vonk: „Voor de uitvoering van deze wet is het van belang dat die zonder al te veel mankracht wordt gedaan. Zonder ruis op de lijn en mogelijkheden voor conflictsituaties, verkeerde toepassingen of bezwaarschriftprocedures.”
Bijzonder aan het AOW-pensioen is dat iedereen in Nederland er recht op heeft. De hoogte ervan is gerelateerd aan het aantal jaren dat mensen hier staan ingeschreven. Vonk: „De charme van de AOW is de volstrekte zekerheid en eenvoud ervan. Maar het kan nog simpeler. Het hoogteverschil tussen de uitkeringen van alleenstaanden en samenwonenden is een lelijke barst in de systematiek. Als je die weg poetst, kan de AOW nog beter functioneren als een basisinkomen voor gepensioneerden.”
Een van de voordelen daarvan is dat het voor mensen financieel aantrekkelijker wordt om een huis te delen. De bestaande woningvoorraad wordt daardoor beter benut. In een periode van woningnood is dat geen overbodige luxe. „Als je mensen als calculerend beschouwd, dan loont het om alleenstaande te zijn. Maar voor veel gepensioneerden is de AOW niet de enige bron van inkomsten. Het effect neemt af naarmate men meer pensioen geniet. Wat het daadwerkelijk effect is op de gemiddelde woningbezetting kan ik dus niet zeggen.”
‘De gespannen woningmarkt is een sociaal probleem’
Ook Michiel Daams, universitair docent vastgoedkunde aan de RUG, zou graag willen dat mensen meer bij elkaar gaan wonen. „Ik vind het begrijpelijk dat mensen die samenwonen een minder hoge uitkering hebben, maar de huidige overspannen woningmarkt is een sociaal probleem. Dat kan deels worden opgelost als er meer wordt samengewoond. Het is het overwegen waard.”
De vraag is hoe zo’n wetswijziging moet worden ingevoerd. Vonk is van mening dat het niet ten koste van de uitkering van alleenstaanden mag gaan, dus ligt een gelijktrekking tot 70 procent voor alle AOW’ers voor de hand. „Ook mensen die geen pensioen hebben opgebouwd zijn gebaat met zo’n gefaseerde verhoging, die in samenhang met fiscale veranderingen relatief snel kan worden ingevoerd.”