'Iedere Nederlander krijgt dezelfde AOW tot aan z’n dood.' Foto: Shutterstock
Iedere Nederlander krijgt dezelfde AOW tot aan z’n dood. Ongeacht of je bijvoorbeeld een bovenmodaal inkomen hebt genoten. Volgens Irmgard Tummers valt dat niet te verdedigen.
In een land dat zo vaak te maken heeft met gesteggel over wie, wanneer en hoelang recht heeft op toegang tot de sociale zekerheid, is het een raadsel hoe het komt dat de hoogte, de kring van gerechtigden en de duur van de AOW onbesproken en daarmee buiten schot blijft.
Heel Nederland krijgt de inkomensonafhankelijke AOW op zijn of haar 67e jaar, of je nu gewerkt hebt of niet, of je rijk bent of arm. De pensionado hoeft op geen enkele manier duur en hoogte te verantwoorden, in tegenstelling tot de meeste andere uitkeringen en voorzieningen.
Afgekalfd
In de jaren tachtig was Nederland ‘ziek’ volgens Lubbers en is de WAO, de uitkering voor arbeidsongeschikten, aanzienlijk afgekalfd. Met een chronische maagzweer kon je een leven lang uitkering genieten. Dat is nu zeer zeker het geval niet meer door de strengere criteria van de WIA, de opvolger van de WAO.
En wat betreft werkloosheid: in het nieuwe coalitieakkoord wordt overwogen opnieuw de WW in duur in te perken. Ik herinner mij nog de duur van zes jaar WW. Die termijn is nu nog maar twee jaar en wordt mogelijk teruggebracht naar anderhalf jaar.
De ongebreidelde groei van de verzorgingsstaat leidde, samen met de vergrijzing van de bevolking, tot vermeende ‘onbetaalbaarheid’ van het systeem. Vanaf de jaren tachtig moest het roer om.
Geen enkele moeite voor politiek rechts
Politiek rechts had daar geen enkele moeite mee. De liberale ideologie stelt immers dat burgers hun eigen broek moeten ophouden.
Hoewel de linkse politieke traditie ons leerde dat de overheid een centrale rol had in het intomen van de perverse dynamieken van de vrije markt, ging ook links om. Sinds ‘Paars’ in de jaren negentig kan gesteld worden dat het socialistisch erfgoed grotendeels verlaten is. Thema’s als burgerparticipatie en klimaatverandering zijn hiervoor in de plaats gekomen. Links hield op met staken.
Kostenpost
Terwijl de verzorgingsstaat-gedachte langzaam maar zeker plaatsmaakte voor ‘de participatiesamenleving’ en burgers dus geacht werden meer in natura voor elkaar te gaan doen, is de positie van de AOW vreemd genoeg nimmer, fundamenteel, ter discussie komen te staan.
En dat schetst verbazing. De kostenpost van 43,3 miljard van de AOW op de totale rijksuitgaven van 353 miljard euro (2022) is een van de grootste die er bestaat. Iedere Nederlander krijgt, passend bij zijn type huishouden, dezelfde AOW tot aan z’n dood. Ongeacht of je een bovenmodaal inkomen hebt genoten, en je dus perfect in staat zou zijn geweest om, naast het bezit van je nieuwe Volvo en de hypotheek op je 500.000 euro huis, je eigen oudedagsvoorziening op tijd te regelen.
Ongeacht of je gewoon nog fit genoeg bent om te werken. Bij de invoering van de AOW na de Tweede Wereldoorlog is nimmer geanticipeerd op het feit dat de burgerbevolking veel meer zou gaan verdienen, zware arbeid in industrie en landbouw inruilde voor de dienstensector, en in betere leef- en woonomstandigheden zou gaan verkeren en daarmee ouder en gezonder zou worden.
Cadeautje
Hoe valt de AOW, in haar huidige vorm en inhoud, dan nog te verdedigen? Niet. Het is simpelweg de uitkomst van democratie-logica. Een kiezer laat zich niet snel iets afpakken. En als iedere burger een cadeautje krijgt aan het eind van zijn loopbaan, pak je dat nooit meer af en dreig je daar dus ook niet mee tijdens verkiezingen.
Zo werkt democratie helaas ook: wat het beste is voor een land, is niet het beste voor de op zichzelf gecentreerde kiezer. Beginnen over de afschaffing – of op z’n minst een hervorming – van de AOW is politieke zelfmoord. Generatie op generatie burgers maar ook politici zien de AOW als wetmatigheid; wanneer je 67 wordt, krijg je AOW. Experts op departementen in Den Haag durven dit niet te berde te brengen.
Overigens geldt hetzelfde betoog in hoofdlijnen voor kinderbijslag. Kinderloze alleenstaanden vormen echter bij geen enkele politieke partij de belangrijkste achterban.
Irmgard Tummers is theatermaakster, jurist en politicoloog