De stikstofplannen zijn een mokerslag. Dat zeggen de boeren. Maar het kan niet anders. Dat zegt het kabinet. Zeven feiten over de stikstofproblematiek en de landbouwsector in Nederland.
1) Zoveel miljoenen voor iedere boer
Boeren krijgen in de stikstofplannen van het kabinet drie opties voorgelegd: verduurzamen, verplaatsen of helemaal stoppen. Een pot subsidie van 31 miljard is daarvoor beschikbaar. Dat is genoeg om in Noord-Nederland 4,5 miljoen euro te geven om de deuren van hun bedrijf voorgoed te sluiten. Geven we het geld aan in Drenthe, Groningen en Friesland; dan krijgen ze ieder 3,3 miljoen. Betalen we per koe? Dan krijgen in Nederland 8000 euro om (voor altijd) op vakantie te gaan.
2) Vooral bij veehouders stront aan de knikker
De intensieve veehouderij in Nederland zorgt voor veel meer stikstofuitstoot dan de tuin- en akkerbouw. Dat doet ze via ammoniak (stikstof + waterstof). Een stofje dat via mest in de bodem komt. Koeien nemen dat voor meer de helft voor hun rekening. De landbouw zonder dieren neemt ongeveer 18 procent van de uitstoot in de sector op zich.
3) Maar waar je boert maakt meer uit dan wat je boert
Boeren die dichtbij de bijzondere Natura 2000-gebieden zitten, moeten met name minder stikstof uit gaan stoten. In sommige gebieden de stikstofuitstoot met 12% omlaag, op andere plekken wel 70%. Recentelijk zijn ook regionale 'stikstofdoelenkaarten' gepubliceerd. Die van Drenthe, Groningen en Friesland zijn via de hyperlinks te bekijken.
4) Zoveel koeien in de wei
Een Nederlandse wei, daar staan koeien in. Best veel ook. Zuidwest-Friesland spant de kroon met meer dan 100.000 koeien in die gemeente. Oost-Groningen, een stuk lichter op de stikstofdoelenkaart, heeft de minste koeien.
5) Boeren zijn grootgrondbezitters
Met name de noordelijke provincies tellen veel grote landbouwbedrijven met meer dan 30 hecare grond. Groningen staat bovenaan. In die provincie heeft 69% van de boeren 45 voetbalvelden aan grond.
De hoeveelheid grond per boerenbedrijf is gemiddeld ook flink toegenomen. Van gemiddeld 20 hectare in 2020 naar 35 in 2021 (een stijging van 75%). Wil je die verplaatsen? Zie er maar eens een plek voor te vinden.
6) Minder boeren, maar ze hebben wel meer geld
In de laatste 20 jaar is het aantal boerenbedrijven met veel meer afgenomen (46 procent) dan de totale oppervlakte landbouwgrond (8 procent). Oftewel: er heeft een flinke schaalvergroting plaatsgevonden in de landbouw. Dat betekent dat boeren kapitaalkrachtiger zijn geworden. De boerenbedrijven met gemiddeld meer dan een half miljoen euro omzet per jaar zijn sinds 2019 de grootste groep.
7) Het kan meer bio
Op het gebied van biologisch boeren valt nog wat te winnen. Uit data van Eurostat (het dataverzamelingsplatform van de Europese Unie) blijkt bijna alle Nederlandse provincies onder het Europees gemiddelde zitten op gebied van biologisch boeren.