Inge Sibma en Koen Atema in de oude Niemeyer fabriek. „Het is nog veel groter geworden dan de eerste ideeën." Foto: Nienke Maat
Wie goed kijkt en luistert ziet volop veranderingen op het voormalige terrein van tabaksfabrikant Niemeyer. Toch duurt het nog even voordat de eerste ondernemers hier ook daadwerkelijk dagelijks samenwerken en Groningers er een hapje eten of via het nog aan te leggen Spoorpark wandelen.
Komend jaar wordt een aanloopjaar met veel gepuzzel en restauratiewerkzaamheden, maar met waar het kan ook al zo veel mogelijk pionieren op de ruim 40.000 vierkante meters, zeggen de ontwikkelaars van het eerste uur.
De eerste gevelplaten van het imposante gebouw zijn verwijderd, net als her en der wat ramen. De kenmerkende tabaksgeur hangt er bijna drie jaar na de sluiting van de voormalige tabaksfabriek nog altijd, maar verder herinnert steeds minder aan de binnenkant van het grote complex direct aan het verleden van de Niemeyerfabriek. De fabriekshallen met machines hebben inmiddels plaatsgemaakt voor grote open ruimtes, vol mogelijkheden voor de nieuwe functies van het gebouw.
Het is elke keer een verrassing wat er nu weer veranderd is, zegt Koen Atema, terwijl hij de weg tussen de beide gebouwen oversteekt. Atema is vanuit Campus Groningen betrokken bij de ontwikkeling van de Niemeyerfabriek. Hij wijst omhoog naar de verbinding tussen de beide gebouwen. „Kijk, de dakplaten zijn ineens weg!”
„Eigenlijk is heel 2026 dus nog een aanloopjaar." Foto: Nienke Maat
Geel belijnde looppaden geven aan hoe men langs de machines kon lopen op de tweede verdieping. Verder is de vloer, op een stoffige spiegel en een blauwe verrijdbare trap na, leeg. Ontwikkelingsmanager Inge Sibma, werkzaam voor de vastgoedontwikkelaar en eigenaar MWPO, wijst naar de deels gestripte wanden en zucht dan. „Dat was een tijd geleden nog intact”.
Ondanks de veranderingen zal er zoveel mogelijk van het karakteristieke gebouw zichtbaar blijven, is ook te lezen in het Ontwikkelkader Niemeyer dat de het college van burgemeester en wethouders eerder deze maand vaststelde.
Creatieve ontmoetingsplek
Het is een document vol grote beloftes over de creatieve en stimulerende ontmoetingsplek die Niemeyer moet worden. Ook bij Atema en Sibma spat het enthousiasme ervan af, als ze de toekomstplannen opsommen. „Het is nog veel groter geworden dan de eerste ideeën”, zegt Sibma.
De focus ligt op digitale transformatie, waarbij kunstmatige intelligentie het uithangbord is geworden. Dat heeft veel aantrekkingskracht, merkt ze. „Het is een plek voor de stad, maar het wordt hierdoor ook echt een regionale, nationale, of zelfs internationale plek.” Dat is niet alleen belangrijk voor nieuwe bedrijven, vult Atema aan. „Het zijn ook juist de start-ups van twintig jaar geleden, de speedbootjes van toen, die zich nu onder druk van AI opnieuw moeten uitvinden.”
Ook studenten kunnen straks beter zien welke kansen Groningen hen ook na de studie te bieden heeft als ze hier in contact komen met toekomstige werkgevers. De Niemeyerfabriek moet de plek worden waar men zich daarin kan ontwikkelen en kennis kan ontwikkelen. „Eigenlijk wel grappig dat je juist voor digitale ontwikkeling een offline plek nodig hebt”, zegt Atema.
Beiden lopen alweer jaren rond in de fabriek. „In december 2021 voor het eerst”, herinnert Sibma zich. Atema lacht: „Maar soms geven we een rondleiding en komen we ineens op een plek waar we zelf ook nog niet geweest zijn.” Dankzij de uitgebreide instructies van de portier – denk erom, die ene verdieping is afgesloten vanwege werkzaamheden – gebeurt dat vandaag niet.
Traag proces
Sibma en Atema kunnen zich goed voorstellen dat het voor buitenstaanders een traag proces lijkt. Ze nemen de inwoners van Groningen graag in mee in de veranderingen, want het is de bedoeling dat Niemeyer straks een bruisend, open en nieuw stadsterrein wordt, ook buiten kantoortijden. „We openen het Niemeyerterrein daarom alvast op de momenten dat het kan. Daar gaan we eigenlijk best wel heel ver in als je bedenkt dat het een bouwterrein is”, zegt Atema.
Het afgelopen jaar liep de Urban Trail bijvoorbeeld al door de fabriek en werd de wereldpremière van de 70-jarige jubileumeditie van World Press Photo in de imposante fabriekshal gehouden.
Dat vergt flink wat planning en organisatie. Vanwege de bouwwerkzaamheden moet er zorgvuldig afgestemd worden welke activiteiten wanneer veilig kunnen plaatsvinden.
Te hoge verwachtingen
Medio 2027 moet het oude gedeelte van de fabriek, het hart van de nieuwe broedplaats, opgeleverd worden. „Eigenlijk is heel 2026 dus nog een aanloopjaar”, tempert Atema de soms al te hoge verwachtingen van de buitenwereld.
Wie de komende maanden langs het gebouw loopt en naar binnen gluurt zal dus nog geen ondernemers zien die hun dagelijkse werk daar verrichten. „Het komende jaar moeten we echt letterlijk gaan opbouwen, zoals allerlei faciliteiten”, zegt Atema. „Maar ook qua inhoud gaan we steeds meer de diepte in.” Een voorbeeld hiervan is het expertisecentrum voor de AI-fabriek, dat halverwege 2026 wil beginnen in het gebouw.
En nee, de supercomputer zelf komt níet in de oude tabaksfabriek. Dat blijft een hardnekkig misverstand. „Maar het expertisecentrum wil graag zo snel mogelijk hier beginnen, dus kijken we nu hoe snel we dat voor elkaar kunnen krijgen”, zegt Atema. „En welke ongemakken in de aanloopfase nog acceptabel zijn.”
Want die ongemakken zijn er. Op dit moment is de fabriek namelijk nog een kaal en steenkoud gebouw. Dat ervaren ze zelf ook, zegt Sibma, als we neerstrijken in de enige verwarmde ruimte van het pand. „Eerst zaten we in de oude directiekamer met zelfs een eigen keuken.” Ze kijkt veelbetekenend om zich heen. Atema: „En nu zitten we in deze veredelde kleedkamer”.
Nog even geduld
Er is al veel animo voor een werkplek in het gebouw, maar die mensen moeten nog even geduld hebben. „Ik heb maar heel weinig nodig: een bureautje is genoeg, zeggen vooral start-ups dan”, zegt Sibma. „Maar dat kan echt nog niet, je wilt niet in een slaapzak hier moeten rondwandelen.”
Structureel werkplekken verhuren zou de bouwwerkzaamheden te veel hinderen, maar af en toe zijn er al wel eens bedrijven op bezoek. Sibma: „We hebben hier ook wel eens een masterclass gehad waarbij iedereen wolkjes zat te blazen. Zo koud was het.” Toch is dat proberen belangrijk, zegt Atema. Door die betrokkenheid worden de plannen alleen maar beter, zegt hij. „Veel mensen vinden het gaaf dat ze nu al hierbij betrokken zijn en een plek wordt vaak inspirerend als er mensen zijn.”
Het afgelopen jaar waren er bijvoorbeeld ook al eens hackatons met studenten, om in het klein te oefenen met wat hier straks op grote schaal moet gebeuren
Fantastische puzzel
Zo komt de toekomstige broedplaats geleidelijk aan tot leven. „Dit jaar verwijderden we de panelen van de gevel en zagen mensen de mooie oude gevels tevoorschijn komen”, zegt Atema. Het komende jaar zullen er meer van die restauratie- en verduurzamingswerkzaamheden volgen, zegt Sibma. „Maar misschien ook wel alvast iets op het gebied van cultuur en publieke exposities.”
Ook binnen de economische samenwerkingen zijn er volop ontwikkelingen, zegt Atema. „Het is een fantastische puzzel om te kijken waar iedereen straks komt te zitten.” Namen van die bedrijven kan hij nog niet delen. „Volgend jaar zullen de bedrijven die zich hier willen gaan vestigen dat bekendmaken.”
Tot die tijd probeert Niemeyer van tijd tot tijd mensen samen te brengen in de voormalige tabaksfabriek. „En misschien kunnen we komend jaar alvast nieuwe tradities starten”, mijmert Atema. Dan vol enthousiasme: „Die we na de opening natuurlijk nog groter kunnen maken!”