Marco Engels en zoon Ian van Eneron in Meppel. Foto: Gerrit Boer
De heilige graal. Zo werd waterstof een paar jaar geleden neergezet. Het Noorden zette er fors op in, door de creatie van een heuse Hydrogen Valley. Het enthousiasme lijkt inmiddels iets getemperd. Maar niet bij iedereen. De potentie van waterstof staat hoe dan ook nog fier overeind.
Miljoenen gingen er het afgelopen decennium naar waterstof. Studies, projecten, opleidingen, heel veel subsidies. Toch is het wachten nog steeds op de echte doorbraak, op het moment dat we met zijn allen waterstof omarmen als serieus alternatief voor fossiele brandstoffen, of voor energieopslag.
„Er zijn veel projecten geweest, er is veel gesproken de afgelopen jaren. Maar te weinig is uitgevoerd, tot écht iets gekomen’’, zegt Cor Scholte. Hij is lector en onderzoeker aan EnTranCe (Hanze), gespecialiseerd in waterstoftechniek. Dat is zonde, vindt hij. Want waterstof hebben we nodig, vooral in de energietransitie. „Het wachten is op een sneeuwbaleffect, een beetje zoals bij elektrisch rijden. Toen had je ook even dat het de vraag was of er eerst auto’s zouden komen, of eerst laadpunten. Ze kwamen ongeveer tegelijk en toen ging het heel hard. Dat punt hebben we met waterstof nog niet bereikt.’’
In China en Japan wordt er al meer met waterstof gedaan
Technologie met waterstof wordt heus wel ontwikkeld. In China en Japan bijvoorbeeld wordt er al meer mee gedaan. En ook in Noord-Nederland bestaat bedrijvigheid. Holthausen Clean Technology, fabrikant van waterstoftrucks, is daarvan een voorbeeld. Toch is de gedachte versnelling niet bereikt.
„Ik denk dat het te versnipperd is aangepakt’’, vertelt Scholte. „Veel initiatieven kregen subsidie, maar de verwezenlijking van de plannen bleek te duur en te ingewikkeld en zonder verdere subsidie onhaalbaar. Dan stopt het dus weer. Het zou beter zijn om in grotere conglomeraties stappen te zetten, met regie van bovenaf. Zo van: jullie gaan nu aan de gang met vervoer, wij gaan werken aan de industrie. Grotere clusters, meer draagkracht, meer ambitie en betere kansen.’’
Vruchten plukken
De Hydrogen Valley leeft nog wel degelijk, maar het zwaartepunt ligt op onderzoek, zo lijkt het. Daar is de afgelopen jaren wel veel gebeurd. In de nabije toekomst moet het Noorden daarvan de vruchten plukken. De onlangs opgerichte Hydrogen Valley Campus Europe in Groningen kan worden gezien als het uithangbord. Het is een kwestie van nu investeren in de toekomst.
Hoogleraar Aravind Purushothaman Vellayani is daar bepaald opgewekt over. Hij is onder meer directeur Waterstofeconomie van de Wubbo Ockels School. „Wereldwijd zijn de ontwikkelingen interessant. Daar leren wij van en zo krijgen we een steeds beter beeld van wat we hier moeten doen’’, zegt hij. En veel gaat in dat opzicht al goed. „Je ziet in India dat er ecosystemen van waarde ontstaan rond waterstof waar als gevolg daarvan fors wordt geïnvesteerd. Dat bouwen van ecosystemen is iets waar wij ook vol gas mee bezig zijn hier.’’
Groot en lange afstanden
In het kader van klimaatverandering en vergroening van de economie komt er een golf aan investeringen en bedrijvigheid aan, voorspelt hij. „Dat kan niet anders. We hebben energiedragers zoals waterstof simpelweg nodig in de energietransitie. Je moet alleen niet onderschatten hoeveel tijd dit kost. Deze hele economie wordt nu van de grond af opgebouwd.’’
Waterstof wordt naar de mening van Purushothaman Vellayani op verschillende manieren steeds belangrijker. In de industrie worden al flinke stappen gezet, mobiliteit lijkt lastiger. „De focus ligt op grote voertuigen die verre afstanden moeten afleggen, zoals grote schepen. In al die sectoren geldt dat waterstof steeds beter betaalbaar wordt, afhankelijk van onder meer de olieprijs.’’
De Hydrogen Valley heeft een belangrijk doel, vindt de hoogleraar: de kans op succes voor bedrijvigheid maximaliseren en de kans op falen minimaliseren. Daartoe wordt kennis over waterstoftechniek samengebald en beschikbaar gesteld. „We maken steeds meer afspraken met andere, gespecialiseerde universiteiten, zoals in Cyprus en India. Jaarlijks komen tientallen studenten hierheen om onderzoek te doen en zo bij te dragen aan het succes.’’
Naast elkaar
Dat komt later. Maar ook nu al is er bedrijvigheid, simpelweg omdat waterstof de basis kan zijn voor producten waar vraag naar is of komt. Denk daarbij in eerste instantie aan de (langere) opslag van energie. Accu’s werken heel goed voor een korte tijd, bijvoorbeeld om ’s avonds de energie te gebruiken die overdag door middel van zonnepanelen is opgewekt. Waterstof wordt interessant als energie langer bewaard moet worden, bijvoorbeeld om in de winter stroom te gebruiken die ’s zomers is opgewekt. Het zal in de (nabije) toekomst allemaal naast elkaar bestaan, denken de geleerden. Ook als probaat middel tegen de pieken en dalen op het stroomnet. Te veel opgewekte stroom wordt waterstof, te weinig stroom komt terug uit diezelfde waterstof.
Waterstof kan veel meer van pas gaan komen dan we nu nog denken. Vaak ook omdat het simpelweg het beste antwoord is. Zo kijken zoon Ian (25) en vader Marco Engel (54) ertegenaan. Onder de bedrijfsnaam Eneron Hydrogen B.V. in Meppel brengen de twee verschillende waterstofsystemen op de markt. Ze hebben een aggregaat en een systeem voor opslag van zonne-energie in de aanbieding, gericht op het MKB.
Werkt perfect en langer
Ian Engel: „Het opslagsysteem bewaart de energie die je te veel opwekt. Het mooie is dat je er niet alleen weer stroom uit kunt winnen, maar ook warmte die je rechtstreeks naar je ketel kunt leiden.’’ Het is een modulair systeem waarin gespeeld kan worden met het aantal flessen vloeibare waterstof, naar gelang de vraag naar de opvangcapaciteit. De drie losse delen (opslag-fuelcel-elektra) zijn ongeveer zo groot als een pallet en een meter of twee hoog. „We denken dat dit systeem prima past op boerderijen met veel zonnepanelen, of bij een zonnepark. We krijgen er al behoorlijk veel vragen over.’’
Vader Marco kwam na een lange zoektocht uit bij waterstof. Met zijn bedrijf Dynamic No-Break levert hij al sinds 2003 noodstroomvoorzieningen aan bedrijven en organisaties, zoals ziekenhuizen. „Dat werkt van oudsher op loodbatterijen. Dat werkt wel, maar de batterijen gaan snel op als er veel wordt op- en ontladen. Dat is bij lithion-batterijen beter, maar die zijn dan weer brandgevaarlijk. Sinds 2011 zocht ik het beste alternatief, totdat ik zag dat waterstoftechniek nu ver genoeg is om écht te concurreren. Een noodstroomvoorziening met een opslagsysteem van Eneron werkt perfect en veel langer.’’
Het viel hem op dat er zo weinig aanbieders zijn, zeker in Europa. Dus besloot hij het zelf op de markt te gaan brengen, samen met zoon Ian. „Waterstofproducten voor het mkb zijn er nauwelijks. Dat betekent ook dat de wetgeving nogal achterloopt. Wij willen wel gas geven op de verkoop, maar lopen aan tegen regels. Die zijn er gewoon niet, dus is het lastig om vergunningen te krijgen. Weet je, nu gaat bij te veel opwek van zonne-energie de stekker uit zonneparken om het net niet te overbelasten. Dat is toch waanzin? Er is gewoon een oplossing, die betaalbaar is. Als maar helder is wat waar wel en niet mag.’’
Alternatieven nog te goedkoop
Eneron is een goed voorbeeld van de broodnodige first movers. Je moet ergens beginnen om de sneeuwbal aan het rollen te krijgen. Aravind Purushothaman Vellayani ziet dat ook. „Grote bedrijven moeten het groots aanpakken, voor het mkb en particulieren moeten tegelijkertijd initiatieven ontstaan. „Ik denk dat de waterstofsystemen steeds kleiner worden en hun plek krijgen, bijvoorbeeld in huizenblokken. Dan heb je ene centraal aangestuurd energiesysteem waarin vraag en aanbod op elkaar afgestemd worden met behulp van waterstof. Maar decentraal zullen grotere systemen ontstaan die voor balans op het stroomnet zorgen.’’
„Het is een beetje een kip-en-eiverhaal’’, vindt Cor Scholte. „Waterstofsystemen moeten goedkoper worden, maar dat lukt alleen als het aanbod stijgt. En nu is het nog te duur en de alternatieven te goedkoop om de vraag serieus op gang te brengen. Bedrijven en financiers moeten af van het denken in rendement op korte termijn. Waterstof is iets van de wat langere adem. Maar het komt.’’