Rond 1914 lieten deze Emmenaren zich vereeuwigen op het huidige stationsplein. Op de achtergrond de windmolen, de watertoren en de spoorwegovergang in de Boslaan. De Emmerdennen zijn nog duidelijk in aanwas. Foto: Collectie Geert Meertens
Niet alleen zijn archief blijkt indrukwekkend. Van hetzelfde kaliber zijn de dikke mappen vol historische foto’s, die een beeld geven van pakweg de afgelopen 80 jaar. Die kennis van de plaatselijke historie bestaat niet alleen op papier.
Ook het geheugen van de 79-jarige Emmenaar is een rijke bron vol verhalen en anekdotes. Kortom, Geert Meertens ten voeten uit!
„Mijn ouderlijk huis aan de Minister Kanstraat stond en staat vlakbij het spoor. Vanaf mijn jongste jeugd heb ik al een bovenmatige belangstelling voor alles wat met treinen en stations te maken heeft. Met name de vroegere stoomlocomotieven die dampend en stampend vele wagons en goederenwagens het Emmer NS-station in en uit trokken van en naar Zwolle.
Om de ijzeren trekpaarden te voorzien van de benodigde stoomkracht waren behalve kolen ook grote hoeveelheden water nodig. Vele Nederlandse stations – waaronder Emmen - waren vanaf 1900 en later voorzien van een windmolen en een watertoren. Zoals zichtbaar op bijgaande foto, stonden de molen, een houten reservoirgebouw en de watertoren ooit vlakbij de huidige spoorwegovergang in de Boslaan. De bouwwerken werden respectievelijk in 1921 en in de vijftiger jaren gesloopt.
Ik weet nog goed hoe het destijds in zijn werk ging: nadat de reizigers waren uitgestapt op het Emmer perron, werd de stoomlocomotief afgekoppeld, reed dan door tot pakweg ter hoogte van de Parklaan, waar de locomotief via een draaischijf 180 graden draaide. Vervolgens rangeerde de locomotief terug tot over de spoorwegovergang tot ongeveer het Allee, waar de machinist het gevaarte via een wissel weer op de juiste rails bracht. Tenslotte bewoog de locomotief zich achterwaarts naar de wachtende treinwagons, waar opnieuw aangekoppeld werd.
.Vanaf de Paralelweg zien we op de achtergrond (van links naar rechts) de Ambachtsschool, hotel-restaurant Grimme en de overweg in de Boslaan. Rechts de windmolen en de watertoren. Foto: Collectie Geert Meertens
Aansluitend werd het waterreservoir van de locomotief via een soort leren slurf voorzien van het benodigde water uit de watertoren. Een tankbeurt omvatte doorgaans een hoeveelheid van gemiddeld 15 duizend liter. Trouwens, de opslag van de kolen die nodig waren voor de stoomlocomotief bevond zich niet in Emmen, maar in Zwolle. De stoker van het ‘boemeltje’ had voldoende voorraad aan boord voor de relatief korte afstand naar Zwolle. Ik ben nog steeds onder de indruk van deze perfect functionerende krachtbron, waarbij stoom - door verhitting van water door de fossiele brandstof – deze locomotieven middels zuigers en aandrijfwielen op gang brengt.
Stationsgebouw gesloopt
Niet alleen de pluimen van rook en stoom zijn al lange tijd niet meer zichtbaar rond het Emmer spoor. Ook het stationsgebouw van Emmen verdween en maakte plaats voor nietszeggende nieuwbouw. In 1965 maakte de sloopkogel een definitief eind aan dit fraaie bouwwerk, in 1903 opgetrokken volgens de vaste bouwstijl die de Nederlandse Spoorwegen ooit hanteerde. Ook de grote goederenloods van Van Gend & Loos – inclusief de douaneloods - verdwenen gelijktijdig met het stationsgebouw. Opvallend is dat deze loods pakweg drie keer zo groot was als die van vergelijkbare stations. Opgeslagen goederen waren met name landbouwproducten, vee en pakketten.”