Het kromme aan economische groeicijfers is dat ze geen waarde hechten aan gedrag dat leidt tot minder verkeersongelukken, uitstoot of minder obesitas. Dat moet anders, betoogt Ronald Mulder.
Er is een groeiende groep economen die pleit voor het afschaffen van economische groei. Een deel bedoelt dit letterlijk: ze pleiten voor ‘ontgroeien’ – gewone mensen noemen dat krimpen. Maar de meesten bedoelen dat we af moeten van groei als belangrijkste doel van economisch beleid.
Groei van het nationaal product is bedoeld als maatstaf voor groei van het algemeen welzijn, maar de maatstaf deugt niet. Ze zegt namelijk niets over zaken als klimaatverandering, uitputting van grondstoffen en verdeling van de welvaart. Het zonder meer najagen van groei kan dus heel goed leiden tot minder welzijn in plaats van meer. De Groningers onder u zullen het betoog waarschijnlijk wel begrijpen.
Ga lekker zelf consuminderen, mafkees
Hoeveel gelijk deze economen ook hebben, ze gaan het nooit krijgen als ze blijven hangen in een pleidooi voor minderen. Dat is een kansloze boodschap. Mensen willen meer, niet minder. Waarschijnlijk zit dat in ons DNA, en anders krijgen we het wel met de paplepel ingegoten. Meer is beter dan minder. Punt. Wie pleit voor minder, gaat het in een democratie nooit winnen. Consuminderen? Ga zelf lekker consuminderen, mafkees.
De lummelbeweging
Maar er is hoop. In antwoord op de burn-out epidemie die ons teistert, is er steeds meer belangstelling voor onthaasten, niksen, lanterfanten en lummelen. Time Magazine schreef jaren geleden al eens over deze trend, en Nederland schijnt een van de koplopers te zijn. Doe één ding tegelijk, met aandacht, en neem af en toe de tijd om niets nuttigs te doen, daar komt het ongeveer op neer. De lummelbeweging heeft een stevig filosofisch fundament. Van de stoïcijnen tot de taoïsten, allemaal zijn ze het er over eens dat het de kunst is om dingen hun tijd te geven, in plaats van zo veel mogelijk dingen in een hoeveelheid tijd te proppen. Of, zoals het Bijbelboek Prediker zegt: alles heeft zijn tijd.
Het mooie is, of het grappige, dat ‘langzamer’ precies hetzelfde is als het veel minder populaire ‘minder’. Ga maar na. Als je iets langzamer doet, doe je minder in dezelfde tijd. In veel gevallen is het effect exponentieel. Als je langzamer rijdt, doe je langer over de rit, maar ook langer met je benzine, je banden en je auto. Wie langzamer eet, eet negen van de tien keer ook minder.
Minder obesitas
En als iedereen langzamer rijdt en langzamer eet, hebben we minder verkeersongelukken, minder uitstoot van kool-, stik- en fijnstof, en minder obesitas. Allemaal vooruitgang die je niet terugziet in de economische statistieken. Integendeel, die zullen zeggen dat de groei afneemt. Dus wat groeit er eigenlijk, als de economie groeit?
De schrijver A.F.TH. van der Heijden introduceerde in de vorige eeuw het concept ‘leven in de breedte’: de tijd oprekken door momenten heel intensief te beleven en te verrijken met associaties en herinneringen. Van der Heijden hoopte zo de tijd tandeloos te maken. Wat zou het mooi zijn als we een ‘groei in de breedte’ zouden kunnen definiëren. En daarmee ook de economische groei een paar van haar tanden zouden kunnen uittrekken.