Rutger van der Leeuw: 'Als het stroomnet klaar is, komt er weer een nieuwe uitdaging.' Foto Corné Sparidaens
Het elektriciteitsnet in het Noorden piept en kraakt, net als elders in Nederland. Gaat dat goed komen? Een interview met ceo Rutger van der Leeuw van Enexis. „Groningen kreeg het eerst problemen, maar is er ook het snelst van af.”
Het gesprek met Enexis-topman Rutger van der Leeuw, 49, vindt plaats op het Hoogspanningsstation Vierverlaten, vlakbij Hoogkerk, even ten westen van de stad Groningen. Hier is te goed te zien wat de energietransitie, oftewel de snel toenemende vraag naar elektriciteit, allemaal vermag.
„Dit is het stopcontact van de stad Groningen en omstreken”, zo omschrijft Van der Leeuw het. Vanuit de Eemshaven komen de enorme bovengrondse kabels met een capaciteit van 380 kV van TenneT hier aan. Hier gaan ze onder de grond. Eigenlijk doet deze mega-installatie ook denken aan een stoppenkast. Voor elk stadsdeel is een schakelkast waar de kabel de grond in gaat, naar het betreffende gebied toe.
Stroom uit Eelde
Ook ligt er een kabel tussen Groningen Airport Eelde en Vierverlaten. Het vliegveld is voorzien van zo’n 63.000 zonnepanelen, die zo’n 6200 huishoudens van stroom kunnen voorzien. Vierverlaten ligt ongeveer 14 kilometer van de luchthaven, dit is de dichtstbijzijnde plek waar zonnepanelen hun stroom aan het net kunnen leveren.
Het station bij Vierverlaten is de afgelopen jaren fors uitgebreid. Naast het oorspronkelijke station uit de jaren zestig, dat nog steeds in bedrijf is, verrees een veel groter station. Stefano Zagaria (47) uitvoerder bij het station, laat met een diavoorstelling op zijn laptop zien hoeveel voeten dat letterlijk en figuurlijk in aarde had. Behalve de bovengrondse installatie is er onder de grond een complete spaghetti aan ondergrondse kabels bijgekomen. Onder de A7 door zijn nieuwe kabels geschroefd.
Hier gaat de kabel voor Leek de grond in. Foto Corné Sparidaens
In Drenthe heeft Enexis plannen op stapel staan voor acht nieuwe stations. Dan gaat het onder andere om Musselkanaal (ook van belang voor Drenthe), Veenoord Boerdijk en Meppel-Noord. Tien stations krijgen uitbreiding. Samen met de plannen van TenneT moet dit leiden tot een verdrievoudiging van de capaciteit van het Drentse net.
Zonnepanelen en windturbines
Het is allemaal een belangrijke stap in de energietransitie. Van der Leeuw: „Groningen was het eerste gebied waar we problemen kregen met de netcongestie, dus de files op het stroomnet. Dat komt doordat Groningen ook het gebied was waar de eerste zonnepanelen en windturbines kwamen. We zijn hier ook als eerste gestart met de oplossing van het probleem. We werken nu nog aan een station bij Meerstad, Eemshaven, Meeden, Groningen Stad en bij Musselkanaal. Als dat klaar is, dan zijn we in Groningen wel zo ongeveer klaar. Als eerste provincie in Nederland.”
Toch: de netcongestie heeft ook in Groningen en omstreken flinke gevolgen. Een fonkelnieuwe supermarkt in de wijk Ter Borch, onder de rook van Stad, kon bijna anderhalf jaar niet open omdat Enexis geen stroom kon leveren. Enkele maanden geleden nog waarschuwde het netwerkbedrijf nog dat het tijdens erg koude dagen mogelijk in delen van Groningen en Drenthe de stroom zou moeten afschakelen.
„Dat laatste was voor ons bedrijf best een dilemma”, zegt Van der Leeuw. „We hebben er lang over nagedacht. De kans dat we daadwerkelijk een deel van het net enkele uren moeten afschakelen, is best klein. En dan zullen we ook bedrijven afschakelen, niet gewone huizen. Maar geleidelijk aan elektrificeren bedrijven en huishoudens. Mensen schaffen bijvoorbeeld een warmtepomp aan. Het effect daarvan merk je pas als het echt koud wordt. We kunnen dus niet garanderen dat de situatie zich niet zal voordoen dat we een deel van het net moeten afsluiten. Daarom besloten we toch deze waarschuwing uit te doen. Zodat mensen er toch op zijn voorbereid. Zeker als het gaat om kwetsbare mensen die afhankelijk zijn van stroom. Bedrijven kunnen ons dan ook helpen door tijdens de piekuren minder stroom te gebruiken.”
Rutger van der Leeuw (links) en Stefano Zagaria. Foto Corné Sparidaens
„En voor wat die supermarkt betreft: we geven voor een aansluiting en de levering van stroom toch prioriteit aan woningen en ziekenhuizen. Een supermarkt en een datacenter komen daarna pas.”
Volop in de belangstelling
Van der Leeuw werkt nu ruim 13 jaar bij Enexis, sinds september 2023 is hij voorzitter van de Raad van Bestuur. In die tijd veranderde het bedrijf van een betrekkelijk onopvallend en rustig beheerbedrijf met een slordige 4100 werknemers naar een bedrijf dat volop in de maatschappelijke belangstelling staat. Nu werken er bijna 6000 mensen, externen niet meegerekend. Van der Leeuw is nu de ‘man van 7 miljard euro’. Want dat is het megabedrag dat zijn bedrijf in drie jaar steekt in uitbreiding van het elektriciteitsnet.
Een belangrijke vraag is echter of de uitbreiding van het stroomnet niet te laat komt en zich te langzaam voltrekt. We weten al heel lang dat we af moeten van fossiele brandstoffen en moeten overschakelen op elektriciteit. De eerste elektrische auto’s kwamen al kort na 2010 op de weg, plannen voor windturbines en zonneparken werden toen gesmeed. Had Nederland het stroomnet daar niet veel eerder op moeten aanpassen?
Rutger van der Leeuw bij de bovengrondse installatie. Foto Corné Sparidaens
„Eigenlijk werd het pas urgent sinds de klimaatafspraken die in 2015 in Parijs zijn gemaakt”, antwoordt Van der Leeuw. „Daarvoor was de tijd er nog niet rijp voor om 7 miljard euro te investeren in uitbreiding van het stroomnet. Ik denk dat mensen ons destijds hadden uitgelachen als we dat toen hadden voorgesteld. Alles was toen gericht op efficiency, de kosten moesten voor de afnemers zo laag mogelijk blijven.”
Wijsheid achteraf
Het is natuurlijk wijsheid achteraf, maar het betekent wel dat er nu in korte tijd heel veel moet gebeuren. Terwijl de schaarste aan vakmensen en materiaal alleen maar is toegenomen, en daarmee ook de kosten. En gebruikers van elektriciteit krijgen het verzoek hun stroomgebruik te spreiden over de dag. Dus de vaatwasser en de wasmachine ‘s nachts of juist midden op de dag laten draaien en de elektrische auto niet meteen wanneer je thuiskomt aan de laadpaal hangen.
„Ik denk dat die vaatwasser en de wasmachine een beperkt effect hebben”, zegt Van der Leeuw. „Voor wat betreft de elektrische auto is het een wat ander verhaal. Het opladen van een auto vraagt vijf keer zoveel elektriciteit als één huishouden. Iedereen wil dat de accu ‘s ochtends vroeg weer vol is, zodat je op pad kunt. Dus zet je hem om zes uur ‘s avonds bij thuiskomst aan de laadpaal. Op het moment dus dat iedereen ook gaat koken en de warmtepomp laat draaien. Dat moet dus anders.”
„Daarom stellen wij onze publieke laadpalen nu zo af dat ze aan dit bezwaar tegemoet komen. Zij hebben een capaciteit van 11kW. Maar die kun je ook verlagen. Je kunt nu gerust je auto om zes uur inpluggen, maar de capaciteit is dan eerst 4 kWh. Later op de avond gaat die omhoog naar 11. Het resultaat blijft dat je auto de volgende ochtend weer helemaal is opgeladen.”
Leuk en belangrijk werk
Maar het komt toch aan op dikkere kabels leggen, zwaardere transformatoren installeren, dat soort werk. Hoe komt Enexis aan voldoende gekwalificeerde medewerkers om voor dit gespecialiseerde werk? Van der Leeuw: „Gelukkig lukt het ons om voldoende nieuwe mensen te vinden. Ze vinden het ook leuk en belangrijk om deel uit te maken van de energietransitie. Het maakt echt impact als je Nederland op deze manier klaarstoomt voor de toekomst. We investeren ook in een eigen bedrijfsschool om mensen op dit werk voor te bereiden.”
De uitbreiding van het stroomnet is echter niet alleen technisch werk. Nieuwe stations bouwen en bestaande uitbreiden betekent ook dat je grond moet aankopen en vergunningen moet aanvragen. Bij dat laatste speelt ook de stikstofproblematiek een rol.
Dat laatste leidt wel eens tot een zekere tegenstrijdigheid. Als bedrijven hun machines elektrificeren, en als automobilisten elektrisch gaan rijden, gaat de uitstoot van stikstof omlaag. Maar de daartoe noodzakelijke uitbreiding van het net leidt tot een tijdelijke extra uitstoot.
„Gelukkig zitten hier in Noord-Nederland de gemeenten en provincies in de meewerkstand”, stelt Van der Leeuw vast. „Ze snappen de noodzaak om het net uit te breiden en proberen de procedures zo soepel mogelijk te doorlopen. Dat is in andere delen van het land wel anders. Het is ook een factor waardoor Noord-Nederland voorop loopt.”
Remmende voorsprong
Nee, Noord-Nederland zal geen last hebben van de wet van de remmende voorsprong, zegt Van der Leeuw beslist. Die wet zegt dat vroege investeerders vaak het nakijken hebben omdat mensen die er later bij zijn, nog modernere en betere middelen inzetten. „Met deze investeringen blijven we bij de tijd.”
Over een jaar of tien zijn overal in Nederland de investeringen in het stroomnet wel klaar. Wordt Enexis dan weer een onopvallend beheerbedrijf? „O, tegen die tijd zijn we nog volop bezig met de transitie van aardgas naar biogas en waterstof”, voorspelt Van der Leeuw. „Die ontwikkeling komt eraan, maar gaat niet zo snel als we zouden willen. In de industrie blijft gas of waterstof noodzakelijk als je echt hoge temperaturen wilt bereiken.”
Enexis is verantwoordelijk voor de distributie van gas en elektriciteit voor 5,2 miljoen aansluitingen in de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel en Noord-Limburg. Aandeelhouders zijn de betreffende provincies en een groot aantal gemeenten in het gebied. Het bedrijf heeft 146.000 kilometer elektriciteitsleiding en voor 46.000 kilometer aan gasbuizen in beheer. In 2021 had het bedrijf 670.000 aansluitingen waar energie wordt teruggeleverd aan het net, drie keer zoveel als vier jaar eerder.