De winnaars van de Duurzame Dertig van 2024. Foto: Marten Duit
Voor de vierde keer presenteren de noordelijke kranten DVHN, LC en FD de Duurzame Dertig. Welk van deze duurzame initiatieven verdient 50.000 euro? Deze week stellen de kanshebbers zich voor.
Meubels Van Pallethout
Joop de Wit, directeur van Van Pallethout. Foto: Anjo de Haan
Ooit werkte Joop de Wit (63) als coördinerend begeleider op een zorgboerderij, waar de cliënten vogelhuisjes maakten van oude houten pallets. Zou je daar eigenlijk nog meer mee kunnen?, vroeg hij zich af.
Zo richtte hij in 2015 Van Pallethout op. Sindsdien maakt hij in zijn werkplaats in Middelstum keukentafelstoelen en luie stoelen van pallethout. Later kwamen er nog een bankje, een serie tafels en een bank met rugleuning bij. ,,Elke vrijdag werkt Alfonds met mij in de werkplaats. Hij heeft afstand tot de arbeidsmarkt.”
Ook maakt Van Pallethout incidenteel producten in opdracht, zoals fruitkistjes of meubels op maat. ,,Laatst heb ik de laadruimte van een bestelbus ingericht met inbouwschappen.”
Een jaar of vijf geleden begon De Wit met workshops. Groepen van vijf tot zeven mensen die een meubelstuk van pallethout maken. ,,Dat is de belangrijkste tak van het bedrijf. Ik vind het leuk om samen met mensen te werken om iets uit niets te maken. Die pallets worden weggegooid of op het strand van Scheveningen opgestapeld om in de fik gestoken te worden. Ik geef er een tweede leven aan. Dat verhaal wil ik doorvertellen: grondstoffen die anders weggegooid worden kunnen nog een wezenlijke bijdrage aan een duurzame samenleving leveren.”
Ruud Schaake, voorzitter van Voedselbank Smallingerland. Foto: Jilmer Postma
Bij de Voedselbank Smallingerland, die in 2006 werd opgericht, merken ze vaak: mensen die er komen hebben meestal te maken met problemen op meerdere fronten. ,, ,,Er spelen misschien huwelijksproblemen, de kinderen doen het niet goed op school, er is medische zorg nodig”, zegt voorzitter Ruud Schaake van Voedselbank Smallingerland. ,,Hulp bij die multiproblematiek is lastig, omdat instanties vaak niet voldoende samenwerken.”
Al die deelgebieden hebben hun eigen instanties met loketten. ,,Mensen kunnen het gewoon niet opbrengen om bij meerdere loketten telkens weer hun verhaal te vertellen.”
De Voedselbank heeft zich jaren lang sterk gemaakt voor één loketfunctie. ,,Dat loket komt er nu, om te beginnen de Voedselbank, Schuldhulpmaatje, Humanitas, de gemeente en het Sportfonds zijn betrokken en dat kan nog uitbreiden. Eind dit jaar opent de gemeente een Financieel Plein. We willen de hele mens helpen, zodat ze wat meer lucht krijgen en weer aardigheid in het leven vinden.”
Schaake hoopt dat via dat Financieel Plein meer mensen de hulp weten te vinden waar ze voor in aanmerking komen. ,,Wij hebben nu 110 tot 115 huishoudens die van de Voedselbank gebruik maken, iets meer dan een half procent van de bevolking. Er moeten nog veel meer mensen zijn die recht hebben op hulp, maar ze weten de instanties niet te vinden, of ze schamen zich ervoor.”
Dat de voetbalvereniging in Bedum toe was aan een nieuwe kantine en kleedkamers, daar was iedereen het wel over eens. Maar dat betekent niet dat er dan maar even iets nieuws is neergezet. Vijf jaar geleden is de bouwcommissie van start gegaan en nu is het complex af. Op 20 september is de opening.
Tot die tijd staat er nul op de meter en als het aan Gurbe Laninga van de bouwcommissie ligt, blijft dat zo. In samenwerking met de gemeente Hogeland, architect Niels Feddema, aannemer Vuurboom (beide uit Bedum) en niet te vergeten Friesland Campina is het een duurzaam project geworden. Natuurlijk is er bij de bouw gebruik gemaakt van duurzame materialen. Daarnaast liggen er een dikke honderd zonnepanelen op het dak. En met de door de bouw vrijgekomen grond is een aarden wal om een deel van het complex gelegd om zo energie te besparen.
Als klap op de vuurpijl maakt sv Bedum gebruikt van de restwarmte van Friesland Campina. ,,We krijgen die restwarmte op 40 graden Celsius dus hoeven zelf niet zoveel meer bij te verwarmen’’, aldus Laninga.
,,De opdracht van de gemeente was om het zo duurzaam mogelijk te doen. Ik denk dat we daar in samenwerking met alle partijen wel in zijn geslaagd.’’
Het project op Bedrijvenpark Edama startte begin 2024 omdat het verouderde terrein uit 1990 onaantrekkelijk, onveilig en slecht onderhouden was. De ondernemers op het terrein sloegen de handen ineen en richten een ondernemersvereniging op.
De veiligheid werd vergroot met extra camera’s, verkeersaanpassingen en een appgroep. Ook kwam er meer groen in het gebied, wat de omgeving aantrekkelijker maakte. „Als je eenmaal met zo’n onderwerp bezig gaat, zie je dat alle thema’s in elkaar vervlochten raken,” zegt Ada Kruiter, aanjager bij het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen voor de gemeente Het Hogeland.
Bedrijven kregen groene daken en gevels, en biodiverse tuinen. De straat kreeg een klimaatadaptief wegdek: beton eruit en doorlatend materiaal erin. Ook liggen er plannen voor een groene wandelroute, een voedselbos en picknick- en lunchtafels zodat medewerkers straks buiten kunnen lunchen of vergaderen.
De ondernemers zijn nu meer betrokken op elkaar. Van een losse verzameling bedrijven met een afwachtende houding ontwikkelden ze zich naar een club die zich met elkaar verbonden voelen en die elkaar regelmatig spreken in een nieuw opgerichte ondernemersvereniging en tijdens andere bijeenkomsten zoals een nieuwjaarsborrel. Het groene industrieterrein trekt volgens Kruiter intussen ook de aandacht van verzekeraars en banken. „Zij willen green deals sluiten en moeten anticiperen op klimaatverandering.”
Karst Wouda, directeur van Zwartwoud. Foto: Nienke Maat
Het bedrijf begon in 1924 met een duurzame innovatie. ,,Toen brachten Zwartenkot en Van der Woude onder de naam Zwartwoud een bakkersoven op de markt met meerdere baklagen. Het bakproces werd efficiënter, korter en goedkoper. Een revolutionaire innovatie die in heel Nederland en daarbuiten succes had”, vertelt directeur Karst Wouda.
Fast forward naar deze eeuw begon Zwartwoud, interieurbouwer voor kantoren, vijftien jaar geleden met bureaubladen van biolaminaat uit gras. ,,Vier, vijf jaar geleden hebben we onze strategie volledig geherformuleerd en zijn we overgegaan op circulariteit. Voor mij was de trigger de documentaire A Life on our Planet van David Attenborough. Hoe gaan we met onze aarde om en hoe laten we die beter achter dan-ie nu is?”
Inmiddels heeft Zwartwoud contracten met onder meer Rijkswaterstaat, het UWV, ABN Amro en Gasunie. Zwartwoud werkt volgens de tien R’en van een circulaire economie van Jacqueline Cramer, het Cradle to Cradle-principe van McDonough en Braungartner en introduceerde de materiaalpaspoorten, waarop bijvoorbeeld staat wat de milieu- en maatschappelijke footprint van producten is. ,,Kenmerk van onze branche is dat op maat gemaakt meubilair na een jaar of zeven weggegooid wordt. Wij gaan voor hergebruik. We willen de wegwerpmaatschappij achter ons laten. Een meubel is een tijdelijke, functionele vorm van waardevolle grondstoffen.”
Rijden op waterstof bij gebrek aan een ‘planeet B’
Tanken bij een waterstoftankstation. Foto: Martina Ketelaar
„Wij zetten Nederlandse technologie in om Europa vooruit te helpen op waterstof en zo de klimaatdoelstellingen te behalen. Er is geen planeet B, daarom bouwen wij aan een emissievrije toekomst,” zegt Carlien Bogaard van Resato Hydrogen Technology.
Het bedrijf bouwde waterstoftankstations voor klanten als TotalEnergies en pioniers zoals Holthausen in Groningen. Dat station groeide uit tot een van de drukstbezochte in Europa en geldt als voorbeeld van hoe samenwerking de waterstofeconomie kan versnellen.
Een nieuw project van Resato Hydrogen Technology is het ‘Tube Trailer Filling Station’ in Nieuw-Buinen. Hier wordt groene waterstof opgeslagen dat is geproduceerd via elektrolyse met stroom van een zonnepark met 300.000 panelen. Met een speciaal ontwikkelde compressor kunnen tankauto’s worden gevuld, die op hun beurt weer kleinere tankstations kunnen voorzien.
Resato werkt voor zijn projecten nauw samen met lokale leveranciers voor onderdelen en installaties en versterkt daarmee de industrie in Noord-Nederland.
De Warmtepompkelder (DWPK) uit Assen bestaat nog maar twee jaar, maar timmert inmiddels flink aan de weg met een prefab kelder met een warmtepomp. Het systeem wordt buiten geplaatst en vaak gekoppeld aan een mini-warmtenet. Het jonge bedrijf biedt zo een duurzaam alternatief voor de lawaaiige en grote warmtepompunits thuis.
Twee jaar geleden werd DWPK opgericht, als spin-off van LTA Energy uit Nieuw-Buinen, een specialist in bodemenergie. DWPK ontwikkelde een nieuw concept: duurzaam comfort zonder concessies: weinig aanpassingen binnenhuis, korte installatietijd en onderhoud van buitenaf. „Zo verlagen we de overlast voor bewoners en houden het proces schaalbaar”, vertelt directeur Niek Tamminga. De meeste installaties worden gebouwd in opdracht van woningcorporaties.
Na een periode vol onderzoeken en testen is DWPK het afgelopen jaar gestart met het plaatsen van de warmtepompkelders, zegt hij. De werkwijze was nieuw, waardoor naar veel aspecten gekeken moest worden zoals de levensduur, zettingsrisico en garanties.
Het bedrijf legt een compleet bodemenergiesysteem aan, vervolgt Tamminga. Er wordt naar een bron geboord met een constante temperatuur. Het systeem verwarmt, koelt en zorgt voor warm tapwater. Het mini-warmtenet wordt gedeeld met meerdere huishoudens.
De warmtepomp en toebehoren worden allemaal in een prefab kelder geplaatst. Dat heeft volgens de directeur veel voordelen. „Je hebt geen grote unit in of om huis en geen lawaai van de pomp.” Ook gaat de warmtepomp langer mee, omdat het weer de installatie niet aantast.
Riko Kruit van Evise: ,,Zo is er altijd ruimte om trucks op te laden.’’ Foto: Jacob van Essen
Je auto opladen op locaties waar amper stroom beschikbaar is, meer voertuigen opladen op één aansluiting en elektrisch materieel opladen op plekken waar de experts zeggen dat het niet kan. Dat is grof gezegd wat Riko Kruit en Dana Ondrušková met Evise doen. De start-up uit Leeuwarden ontwikkelde de afgelopen jaren meerdere oplossingen door batterijen, accu’s, laadpalen en energiemanagementsystemen slim te combineren.
Laatste innovatie in dat rijtje is de ‘power nomad’. Een oplossing om te laden op plekken waar helemaal geen stroom is. „Het is in principe een aggregaat waar een accu op is aangesloten waar je een stekker in kan steken”, vat Kruit het kort samen. „Dat klinkt makkelijk maar het was nog best lastig om dat allemaal aan elkaar te koppelen.”
Het aggregaat draait op biopropaan, een gas dat wordt gewonnen als bijproduct van biodiesel en een hele hoge energiedichtheid heeft. Op plekken waar geen dieselaggregaten mogen of kunnen draaien is het een goed alternatief. „Het heeft wel iets van uitstoot maar niet heel hoog.” Uit een tank biopropaan haalt de installatie zo’n 2,5 megawattuur. „Dat is genoeg om een aantal weken te draaien.”
De vraag naar de power nomad is al aanzienlijk. „Er zijn al best wat partijen die zeggen: zijn jullie al klaar?” Want geduld moeten ze nog wel even hebben. „We hebben nu net de go gegeven voor de eerste productieorder.”
Het had in het begin wat voeten in de aarde om de zin van de FIXbrigade duidelijk te maken, zegt initiatiefnemer Els Struiving. „We doen al zoveel, zeiden ze bij de gemeente. Er zijn energiecoaches en we delen gratis energiebesparende spullen uit. Maar wij constateerden dat die spullen vaak nog ongebruikt bij de mensen in de meterkast stonden.”
De klussenteams van de FIXbrigade zijn er juist om die energiebesparende maatregelen uit te voeren bij mensen die in armoede leven. „Denk aan woningen waar de schimmel tot aan het plafond zit. Mensen die er wonen, zijn echt niet bezig met een warmtepomp. Daar hebben ze helemaal geen geld voor.”
Behalve het aanbrengen van energiebesparende maatregelen bij mensen die in armoede leven, worden er leerlingen opgeleid. Zo is er in Groningen een samenwerking met het Alfa College. Studenten, voornamelijk met een migratieachtergrond, gaan op stage mee met een van de zes leermeesters van de FIXbrigade. „Naast het opdoen van praktijkervaring, worden ze ook gecoacht in sociale vaardigheden en de Nederlandse taal”, aldus Struiving, die zelf in de energiesector heeft gewerkt.
De FIXbrigades worden financieel gesteund door de gemeente en zoeken per locatie samenwerking met andere maatschappelijke organisaties. „Want die weten welke mensen hulp nodig hebben.”
Metaalrecyclingsmachine Stevast. Foto: eigen beeld
Stevast Techniek in Beilen ontwikkelde afgelopen jaar een recyclingmachine die koper en staal zeer nauwkeurig scheidt.
Vroeger moest dit scheiden van metalen handmatig. De machine levert een hogere metaalzuiverheid op. Bovendien is de fysieke belasting van medewerkers veel lager.
Doordat een machine metalen automatisch herkent en sorteert, kan er meer materiaal hergebruikt worden. Het proces wordt schoner, sneller en winstgevender, met minder restafval en betere terugwinning van grondstoffen. „Hoe beter we recyclen, hoe minder primaire grondstoffen zoals ijzererts we uit de aarde hoeven te halen”, zegt Roy Stevens, eigenaar van Stevast Techniek.
Met deze machine kan daarom de CO₂-uitstoot en het energieverbruik in de metaalsector omlaag. In 2026 wordt de machine gepresenteerd op internationale beurzen.
Stevast werkt veel samen met andere partijen en zoekt naar circulaire oplossingen die ook economisch rendabel zijn. Het bedrijf werd de ‘Drentse onderneming van het jaar’ in 2024.
Oerol wil samen met andere evenementen de natuur sparen
Een theatrale kookshow met de naam 'Madame Jeanette' van Theater Rast in de natuur van Terschelling, Oerol 2025. Neeke Smit
Voor de organisatie is het belangrijk om verantwoordelijkheid te nemen op dit thema, zodat de festiviteiten op Terschelling geen invloed hebben op het Natura 2000 en Unesco Werelderfgoed waar het middenin ligt. „Oerol is geworteld in de natuur en cultuur van Terschelling”, aldus Mickey Martins, directeur van Oerol Festival. „Duurzaamheid hoort daarom bij ons DNA.”
Daarom hebben de organisaties gemeten en geïnventariseerd hoeveel CO2-uitstoot iedere bezoeker teweegbrengt. Deze metingen helpen gerichte maatregelen te nemen. Zo zijn er materialen aangeschaft zodat deze niet bij ieder evenement van Terschelling af hoeven. Dat scheelt transportkosten en uitstoot. Sander van Houten van Stichting Terschelling Circulair: ,,Door kennis te delen, samen materieel in te kopen en elkaar te inspireren, maken we verduurzaming concreet.”
Elk evenement is kritisch op de eigen uitstoot. De Fjoertoer is volledig zonder aggregaten georganiseerd. Oerol heeft een Ecologisch Kompas gemaakt met natuurinclusieve richtlijnen op artistiek en praktisch gebied. Het festival heeft de afgelopen jaren ook afvalstromen onderzocht en restproducten in de eigen keuken verwerkt.
De evenementenorganisaties werken hiervoor samen met de gemeente Terschelling, provincie, Staatsbosbeheer en Wetterskip.
Hennep, zetmeel en magnesium: de gouden combinatie van Oost-Groningen
Innovatiehub Oost-Groningen maakt meubelproject van magnesiumzout, aardappelen en hennep. Zo ook de lamp die Jakob Zwinderman hier vasthoudt. Harry Tielman
De bedrijven leveren tezamen een gouden combinatie: hennep, magnesium en aardappelzetmeel. Normaal verkopen ze dat als ‘ruwe grondstof’ weer aan andere bedrijven. Maar met een aantal knappe koppen van de RUG en Hanze kunnen ze van die goederen allerlei duurzame producten maken. Van huidcrème tot tafels en van lampen tot bio-afbreekbare festivalbandjes. Zaken die ‘gewoon’ in de lokale winkels liggen.
Op die manier krijgt een product als hennep veel meer waarde dan wanneer het als ruwe grondstof aan andere bedrijven wordt verkocht. „Daardoor kan ook de boer weer meer geld krijgen voor zijn gewas”, zegt Jakob Zwinderman. Hij is kwartiermaker van de samenwerking en voorzitter van de Stichting Bedrijvigheid Pekela.
Het einde van de mogelijkheden met magnesium-hennep-zetmeel is nog niet in zicht. „Er liggen dertig ideeën op tafel, elf daarvan zijn in onderzoek.”
Caparis-bestuurder Alex Bonnema, Patricia de Groot, Lutske Boonstra en Joop Zijlstra, directeur Zijlstra Beroepskleding (vanaf links). Foto: Peter de Jong
Hoewel bedrijfskleding volgens Wesley van Wilpe veel vaker wordt gedragen dan normale kleding, leggen ze zich er bij Zijlstra Beroepskleding in Franeker niet bij neer dat het daarna in de vuilverbrander belandt.
Van Wilpe is coördinator bij Zijlstra. In samenwerking met Caparis in Drachten bedacht het bedrijf een plan dat bedrijfskleding een tweede leven geeft. Nog (nagenoeg) nieuwe kleding die wordt ingeleverd, krijgt na een wasbeurt weer een plekje op de plank bij Zijlstra. Als kleding niet meer te dragen is – ook niet na reparatie – worden alle bruikbare materialen gesorteerd en gebruikt om nieuwe kleding te maken. De klanten van Zijlstra helpen mee door hun medewerkers pas nieuwe kleding te geven als ze de oude hebben ingeleverd.
Het is voor Zijlstra de derde stap in verduurzaming. Behalve allerlei interne maatregelen wordt de kleding ingekocht bij leveranciers die gebruik maken van gerecycled materiaal.
De volgende stap heeft Van Wilpe al voor ogen. Samen met Caparis wil hij een naaiatelier opzetten waar van afgedragen kleding nieuwe producten worden gemaakt. Denk aan knuffels of laptopsleeves.
De klanten van Zijlstra reageren ‘vrijwel altijd positief’. „De markt vraagt steeds meer om dit soort initiatieven. Onze klanten kunnen hiermee ook weer iets afvinken. Uiteindelijk zal iedereen eraan moeten geloven”, aldus Van Wilpe.
Richard Dekkers van Wildlands (rechts) en Vincent Voet van NHL Stenden. Dekkers houdt een emmer vast met olifantenmest en plastic. De ingrediënten voor de materialen, waar Voet prototypes van vasthoudt. Foto: Wildlands Adventure Zoo
Plastic belandt te vaak in de natuur en dat kan desastreuze gevolgen hebben. Een zeeschildpad met een rietje in zijn neus of een vogel met een maag vol plastic. Beelden die de wereld overgingen. Het probleem speelt ook in Nederland, dicht bij huis.
Wildlands Adventure Zoo Emmen en NHL Stenden Hogeschool sloegen daarom de handen ineen. Samen zetten zij in 2023 de schouders onder het project Plastic Soup? Close the Loop! om de kringloop van kunststof binnen het dierenpark te sluiten.
Studententeams onderzoeken hoe plastic verpakkingen en mest van de dieren uit het dierenpark een tweede leven kunnen krijgen. Wildlands fungeert als praktijkomgeving waar prototypes worden getest met bezoekers. Zo ontstonden circulaire informatieborden, manden voor in de souvenirwinkels en decoratieve items.
„Wij willen laten zien dat afval geen eindpunt is, maar een beginpunt”, zegt Richard Dekkers, projectleider vanuit Wildlands. Bezoekers maken kennis met de resultaten via een speciale ‘experience route’, educatieve lespakketten en storytelling in het dierenpark. „We maken circulariteit zichtbaar en tastbaar.”
Het bedrijfsleven, studenten en maatschappelijke partners werken samen aan het project om de impact te vergroten. Lokale producenten en afvalverwerkers worden betrokken bij het maken van nieuwe materialen.
„Met bijna een miljoen bezoekers per jaar hebben we de kans om te inspireren en gedragsverandering te versnellen”, vertelt Dekkers. „Dat motiveert ons om door te gaan: iedere stap richting een gesloten kringloop maakt verschil.”
Jouke Minze Benedictus gaat graag naar festivals. Maar elke keer als hij op maandagochtend zijn spullen weer bij elkaar pakte, viel hem iets op. „Ik stop alles in mijn bolderkarretje en neem het weer mee. Maar anderen laten echt heel erg veel liggen. Als je kijkt wat er achterblijft, ongelooflijk. Tenten, luchtbedden, slaapzakken, stoeltjes.”
Zonde natuurlijk. „Hier kan zoveel meer mee, dacht ik. Ik moest alleen nog even zoeken naar wat.” Benedictus liep een tijdje rond met verschillende ideeën en begon begin dit jaar zijn eigen bedrijf Green Gear. Daarmee denkt hij een oplossing te hebben voor de afgedankte kampeerspullen: „Ik maak er tassen van.”
Voor die tassen gebruikt hij luchtbedden en slaapzakken. Een eerste proeflading kocht hij bij de kringloop. Daarna zamelde hij in op onder meer de TT-campings rond Assen. „Het is wel lastig om bij de grote festivals een voet tussen de deur te krijgen. Daar ben je een van de vele. Onderweg naar mijn werk zag ik toen die campings van de TT en daar ben ik gaan vragen. Ze zeiden: kom op maandag maar terug.”
In Assen verzamelde hij een busje vol. Bij festival Wildeburg in Kraggenburg haalde hij nog eens zo’n hoeveelheid op. Eenmaal gereinigd worden de luchtbedden en slaapzakken in een naaiatelier in Groningen verwerkt tot tas.
Benedictus probeert nu uit te vinden of er vraag naar is. Vooralsnog pakt het positief uit. Op de Suikermarkt in Groningen stond hij begin deze maand bijvoorbeeld met een kraampje. „En dat liep verbazingwekkend lekker.”
Een groentekraam van tuinderij De Heerd in Appingedam. Foto: Tuinderij De Heerd
Appingedam is sinds dit jaar een ecologische zelfoogsttuin rijker. Begin 2025 was tuinderij de Heerd nog een ongebruikt weiland, maar inmiddels plukken de tuinder, vrijwilligers en consumenten de eerste vruchten van het land.
Johan en Luis Holthof verhuisden vorig jaar met een droom vanuit Rotterdam naar het Noorden. Waar de roots van Johan liggen. In Appingedam wilde het duo een zelfoogsttuin beginnen, met oog voor de mens en natuur.
Bij tuinderij de Heerd gebruiken ze dus geen kunstmest en pesticiden. Door toepassing van dynamische en regeneratieve landbouw zorgt het bodemleven voor gezonde en vitale groenten.
De tuinder is Johan, die vrij recent een carrièreswitch maakte. Samen met inmiddels zes vrijwilligers runt hij de tuin. De Heerd is een succes, vertelt hij. ,,Je hoopt natuurlijk wel dat het aanslaat, maar het is mooi om te zien dat het wijk en de buren ons initiatief omarmen.”
Op de tuinderij oogsten consumenten zelf hun groenten en bloemen. Maar Tuinderij de Heerd verkoopt ook aan de weg. Om mee te doen kopen huishoudens een oogst-deel. Dertig keer per jaar mogen ze producten oogsten die de tuin voortbrengt. Johan: ,,Sinds mei wordt er geoogst door elf gezinnen. Het is heel mooi om te zien hoe er nieuwe sociale contacten ontstaan. En kinderen leren ook op jonge leeftijd over gezond voedsel. We hopen in 2026 vijftig oogsters en vijftien vrijwilligers aan ons te verbinden.” Klik hier om jouw stem uit te brengen.
Schoon boeren en verven
Paul van den Boogaard, Tibidor Straub en Peter Fransz (vanaf links) van Brllnt Green Group. Foto: Marchje Andringa
„Met dertig jaar ervaring in de verf- en coatingwereld heb ik de vreselijkste dingen gezien als het gaat om vervuiling.” Paul van den Boogaard van Brllnt Green Group in Leeuwarden, van huis uit chemicus, zag dat coatings veel milieuvriendelijker kunnen zijn, maar ook weinig interesse in vergroening bij grote verfproducenten. ,,Toen ben ik maar voor mezelf begonnen.”
Met twee compagnons begon hij Brllnt. In vijf jaar groeide zijn bedrijf voornamelijk internationaal. In Noorwegen loopt een project waarbij vissersboten worden geverfd met schone coatings van Brllnt. In Polen is een vestiging, net als in China, waar onder meer zeecontainers ermee geverfd worden. In Leeuwarden is een proef met schone antigraffiti-coatings. Het stadsbestuur van Oslo heeft in de coatings voor het openbaar vervoer.
Brllnt heeft nog vier takken. Organische meststoffen voor boeren in met name Zuid-Amerika en Afrika, volgend jaar aangevuld met een biologische ethyleenblokker (die het rottingsproces in groente en fruit vertraagt). Dan is er een tak die biologische cacao- en koffieboeren aan klanten in Europa probeert te helpen, en een tak die biologische, in water afbreekbaar plasticfolie (polyvinylalcohol) produceert.
Jongeren leren in de praktijk tijdens de Green Business Challenge. Eigen foto
De zakjes mosterd van Marne die je in de horeca vindt, hebben dankzij een groep enthousiaste studenten sinds kort een nieuwe duurzame verpakking, die recyclen mogelijk maakt. Het is maar een van de vele leuke uitkomsten van de Green Business Challenge (GBC), vertelt initiatiefnemer Ruben Wubbema. „Wij geven studenten, of ze nou van een mbo-opleiding of een universitaire master komen, de kans om aan echte vraagstukken van bedrijven uit het Noorden te werken.” De komende tijd gaan 1540 jongeren met de Challenge aan de slag.
Voor de bedrijven werken studenten onder begeleiding zes dagen lang aan plannen op het gebied van bijvoorbeeld klimaatadaptatie, de circulaire economie of energie. Wubbema: „Voor praktijkervaring tijdens hun studie zie je nu dat jongeren vaak het bedrijf kiezen waar ze al een baantje hebben, terwijl dat juist het uitgelezen moment is om iets bij te dragen, om iets zinvols te doen. Jongeren vinden dat, gezien de staat van de wereld, steeds belangrijker.” Voor bedrijven is het fijn om via de Business Challenge een kickstart te krijgen met hun duurzame plannen. „Heel vaak zijn er wel ideeën, maar weten bedrijven niet hoe te beginnen of hoe het zit met wet- en regelgeving.”
Een mooie bijvangst is dat jongeren in de regio bedrijven en kennisinstellingen leren kennen waar ze na hun studie aan de slag kunnen. „We laten ook zien wat er allemaal in het Noorden te doen is, zo dragen we ook een beetje bij aan het verminderen van de zogenoemde braindrain.”
Nodig tien tot twintig mensen bij je thuis uit en dan komen Ramon en Mark Riemer-Menger voor je koken. ,,Maar wel vegan. Want wie zich een beetje verdiept in de materie weet dat met het oog op het milieu de huidige vleesconsumptie niet kan”, vertelt Ramon.
Ze hebben geen van beiden een koksopleiding gevolgd maar koken al jarenlang voor vrienden en familie. ,,We vinden het zo leuk om te doen dat we tot dit concept zijn gekomen om bij mensen thuis te komen koken.”
Zelf eten ze al een tijdje vegan. ,,Zoiets gaat niet van de ene op de andere dag. Je begint vegetarisch en merkt al snel dat je ook heel goed zonder dierlijke producten kunt koken. Als leefstijlcoach weet ik hoe belangrijk gezond eten is.”
Alle groenteafval gaat bij de twee koks in de bokashibak dat vervolgens als mest dient in hun moestuin. De oogst wordt weer gebruikt voor de veganmaaltijden.
De twee koks koken niet alleen maar zorgen ook voor een muzikaal intermezzo tijdens het diner. ,,Dat is niet speciaal duurzaam maar hoort wel bij ons totaalconcept.”
De wijn is in ieder geval wel vegan. ,,Je verwacht het niet maar om de wijn te klaren worden vaak dierlijke eiwitten gebruikt. Bij onze wijnen gebeurt datzelfde met kleipoeder.”
Haverkoeken gemaakt van reststromen uit de voedselsector. Foto: Tante Restante
Voedselrestanten omzetten naar hoogwaardige producten, dat is de missie van Tante Restante. Het bedrijf uit Dongjum is klaar met verspilling en geeft reststromen een tweede leven door middel van upcycling.
Het bedrijf heeft inmiddels producten getest met broodpasta, zoals oranjekoek, en ontwikkelt momenteel een energiereep met bierbostel, vertelt Koen Bakker, de oprichter van Tante Restante.
In 2023 lanceerde hij het bedrijf. Bakker wil consumenten bewust maken van voedselverspilling in de keten. Hoogwaardige producten worden nu gebruikt als veevoer, omdat ze als restproduct worden gezien. „Dat is vaak makkelijker en goedkoper dan herbenutten. Dat moeten we zien om te draaien”, legt hij uit.
Bakker ziet nog veel onwetendheid, zowel in de voedselketen als bij consumenten. Zijn missie: binnen 25 jaar toegroeien naar een circulaire samenleving, met alleen maar grondstoffen voor een volgende toepassing. Het woord afval bestaat dan niet meer.
Bij zijn grote streven, vertelt Bakker, loopt hij vaak tegen muren op en krijgt hij te maken met mensen die hun hakken in het zand zetten. Maar hij gelooft in zijn aanpak. „Over tien jaar vragen mensen zich af: ‘waarom deden we dit niet veel eerder?’. Dit is waarvoor ik ‘s ochtends mijn bed uit kom.”
Auto’s die stilstaan, dat is toch zonde, dachten ze in de woongemeenschap De Biotoop in Haren. In 2017 startte een aantal bewoners daarom een autodeelinitiatief. De Wheelshare-app is Groningen inmiddels allang ontstegen en gaat zelfs de grenzen over.
Een auto delen bleek heel wat administratie met zich mee te brengen, vertelt Thomas van der Woude van Wheelshare. „Op ingewikkelde spreadsheets werden kilometerstanden en kosten bijgehouden, heel omslachtig.” Het bedrijf lanceerde daarom een app om het delen laagdrempeliger te maken.
Na een opstartfase is Wheelshare nu „echt live”. En dat merken ze bij het bedrijf: er komen inmiddels doorlopend nieuwe gebruikers bij en er worden naast auto’s ook andere voertuigen zoals campers en aanhangers gedeeld, zegt Van der Woude.
Hij en zijn twee compagnons hebben met behulp van subsidies en eigen geld Wheelshare gestart. Ze kunnen er nog niet van leven, vertelt hij. „Maar we vinden het leuk en hebben goede hoop dat dat gaat lukken.”
Wheelshare heeft een eenvoudig verdienmodel en rekent alleen een vast bedrag voor het gebruik van de app, legt Van der Woude uit. Het bedrijf is nu actief in Nederland en België en mikt op schaalvergroting door uitbreiding naar andere landen.
En hoe zit het met de concurrentie? Wheelshare is anders dan deelinitiatieven zoals SnappCar en aanbieders van deelauto’s, vertelt hij. „Die zijn echt meer gericht op lease en verhuur, terwijl het bij ons draait om echt delen met mensen die je kent.”
De missie van Wheelshare: het delen van eigen auto’s en andere voertuigen met bekenden zo makkelijk mogelijk maken.
In 2018 richtten de broers Marthijs en Hendrik Roorda Greeninclusive op nadat zij al diverse andere circulaire bedrijven hadden. Met Greeninclusive wilden ze twee grote vissen in de verduurzaming vangen: de landbouw- en de bouwsector.
,,Wij zijn al jaren aan de slag om die keten vorm te geven”, zegt Loraine Westerneng, ketencoördinator bij Greeninclusive. Terwijl Greeninclusive zich stap voor stap ontwikkelde in de toepassingen van vezelhennep als bouwmateriaal, dreigde het kip-ei-verhaal. ,,Als de bouwsector niet toehapt, gaan boeren het niet verbouwen. En als boeren het niet gaan verbouwen...”, aldus Westerneng.
Maar toen stonden de vier grote Friese woningcorporaties op. Zij zegden toe de komende jaren duizend woningen met vezelhennep te gaan isoleren. ,,Dat gaf iedereen vertrouwen. De bouwbedrijven zagen het zitten en de landbouwsector zag een stabiele inkomstenbron voor zich.”
Een leuk weetje: het nieuwe Cambuurstadion is ook met vezelhennepproducten geïsoleerd.
Die producten worden nu nog in het buitenland geproduceerd. Het streven is om ook in Drachten een productiefaciliteit te creëren. ,,We willen op nog grotere schaal helpen de Friese landbouw- en bouwsector te verduurzamen. Daarbij krijgen wij veel ondersteuning van onze dertig partners die niet willen wachten op overheidsregels. Die willen net als wij aan de slag.’’
Jan Slagman van Europrovyl: ,,We moatte allegearre ús stapkes sette. Doch ik it perfekt? Absolút net. Mar ik probearje it wol.’’ Foto: JACOB VAN ESSEN
Europrovyl nam daarvoor afgelopen jaren al allerlei stappen. Dat begon met het recyclen van verpakkingsmaterialen en het zoeken naar nieuwe grondstoffen voor het kunststof. De laatste ontwikkeling is het vervangen van het stalen binnenframe van de kozijnen door een kern van biocomposiet. Daarmee gaat de CO2-uitstoot tot wel 90 procent naar beneden.
Het ontwikkelen van de kern had nog wel de nodige voeten in de aarde, vertelt directeur Jan Slagman. „Het frame zorgt voor de stevigheid, de scharnieren sluiten erop aan en het speelt een rol in het weren van inbrekers. Dus dat moet je goed vervangen. Tegelijk zit je met een beperkte ruimte en vorm.”
De Leeuwarders zijn er dik drie jaar mee bezig geweest. „Biocomposiet staat nog in de kinderschoenen”, legt Slagman uit. „Het is een combinatie van vezels en hars maar dat kan op heel veel manieren met allemaal verschillende eigenschappen. Dus het was nog zoeken naar de juiste combinatie.”
Europrovyl kan nu kozijnen maken met zo’n kern van biocomposiet. De volgende stap is om het op te schalen en aan de man te brengen. „Dat is nog wel een uitdaging. Het is nu nog duurder. En dan is het in de bouw niet altijd de eerste keus. We hopen daarom ook op wetgeving die wat strenger wordt.”
Iedereen had het altijd maar over duurzaamheid, maar niemand deed echt wat. Het wast het gevoel dat Joël van den Broek in 2017 had en hem aanspoorde om zelf de handen uit de mouwen te steken. Op een stukje grond bij een camping begon hij zijn eerste groentetuin en zaaide sla. Heel veel sla.
De afzet van die sla bleek lastiger dan gedacht. Het lokale restaurant wilde wel een paar kroppen kopen, maar geen driehonderd. Uiteindelijk is het goed gekomen. Zijn Yn ‘e sinne farm heeft inmiddels tweehonderd leden die elke week groente vers van het land bij hem kunnen halen. Daarnaast staan ze vier keer op de week op de markt en leveren ze aan ondernemers uit de buurt.
Het is landbouw voor de gemeenschap, zo omschrijft Van den Broek het. „En samen met de natuur. Niet ertegenin.” Kunstmest gebruiken ze niet, net als chemische bestrijdingsmiddelen. Compost maken ze zelf van hun eigen snoei- en snijafval en mest van de naastgelegen boer. De plantjes kweken ze zelf op. „Van zaadje tot eindproduct.”
Het lapje grond van acht jaar geleden is inmiddels 0,7 hectare groot geworden en ze zijn inmiddels met vier man aan het werk voor de boerderij. „We hebben zestig soorten groente en hebben 52 weken per jaar aanbod.” Ze zijn daarmee een prima alternatief voor de supermarkt. „Maar wij doen het wel heel anders. Niet anoniem. De gemeenschap daar gaat het juist om.”
Frans Nieuwhof van Buurtmarkt Better foar Letter. Foto: Hoge Noorden / Jacob Van Essen
Boeren die een lage prijs voor hun producten krijgen, de vele kilometers die groente, zuivel en vlees afleggen voor ze in de plaatselijke supermarkt liggen. Dat kan anders, dacht Frans Nieuwhof. In 2021 richtte hij mede Buurtmarkt Better foar Letter in Menaam op.
Het idee: rechtstreekse levering van landbouwproducten aan consumenten in de omgeving. Zonder tussenschakels, maar ook zonder dat er te veel geld aan de strijkstok blijft hangen. ,,De boer moet een goede prijs voor zijn product krijgen”, zegt Nieuwhof. ,,Wij zijn een coöperatie; de leden zijn vrijwilligers die eens in de zoveel tijd meewerken om de bestellingen in kratjes te doen en de rondes langs de boeren rijden.
De bestelde boodschappen kunnen knettervers afgehaald worden op zaterdagen tussen 11.00 en 13.00 uur bij Boerderijwinkel Feintsje fan Menaam in het voormalige Dijkstra State.”
Inmiddels zijn er zo’n tweehonderd leden. Er zijn dertig leveranciers in de gemeente Waadhoeke; voornamelijk boeren die vlees, zuivel en groente leveren, maar ook enkele particulieren die honing of zelfgemaakte jam leveren. ,,De boer krijgt een eerlijke prijs. Als wij een bloemkool voor twee euro verkopen, krijgt de boer twee euro.”
Leden kunnen ook boodschappen doneren voor het donatiestation naast de kerk, waar minima anoniem gratis boodschappen kunnen doen. „Het donatiekrat zit meestal overvol.”
Jantina Kooistra toont kinderkleding in haar inbrengwinkel in Siddeburen. Foto: eigen beeld
Twinkeltje van Daphnes moeder is een inbrengwinkel van Jantina Kooistra (ja, tevens moeder van Daphne). Ze verkoopt tweedehands kinder- en dameskleding en tweedehands kinderspeelgoed in haar winkel van 180 vierkante meter.
Ouders mogen elke maand een tasje met twintig kledingstukken brengen en krijgen 35 procent van de verkoop. Kooistra: „Dat mogen ze weer bij mij besteden. Ik kan ze wel uitbetalen, maar dan gaan ze misschien in de stad weer nieuwe kleiding kopen.” Dat is niet de bedoeling. Door kleren te brengen én weer mee te nemen, is het kledinggebruik zo circulair mogelijk.
Daar houdt het voor Kooistra nog niet op als het om qua duurzaamheid gaat. Alle plastic tasjes worden keer op keer gebruikt en zelfs de prijskaartjes van de kleding knipt ze uit oud papier. Bij voorkeur uit oude kerstkaartjes. Vrijwilligers helpen daarbij en ook mensen met een verstandelijke beperking van Cosis in Siddeburen. Zij controleren tijdens hun dagbesteding bijvoorbeeld of de ingebrachte puzzels compleet zijn.
Het is een succes, met maar liefst 1300 ‘inbrengmoeders’ uit Stad en Ommeland. „Ze komen uit Groningen, Delfzijl, Winschoten… Het enige dat minder duurzaam is, is dat ze in de auto stappen om naar mijn winkel te komen. Maar ja, daar kan ik niet zoveel aan doen. Als je op Vinted tweedehands kleding koopt, rijdt er ook een bezorger voor je rond.”
Manon Prins van Groener Groningen draagt de plattegrond als billboard bij zich. Foto: Groener Groningen
Groningers hebben een luxe die je niet buiten de stad zult vinden. Ze hoeven slechts de ‘PlatteGrunn’ te openen om te weten waar ze moeten zijn voor een duurzaam kledingstuk of duurzame boodschapjes.
Deze duurzame plattegrond is door Stichting Groener Groningen ontwikkeld. De kaart was er al een tijdje, maar is het afgelopen jaar steeds completer geworden. Tijd om de bloemetjes buiten te zetten, vindt Ferrick van Dongen van Groener Groningen. ,,We gaan ook met studenten een project starten om meer bekendheid te generen voor de PlatteGrunn.”
Op de kaart staan ondernemingen die expliciet inzetten op duurzaamheid en transparant zijn over de keuzes die ze maken. Horecalocaties met lokale inkoop en veel biologische en vegan producten. Kledingwinkels met tweedehands kleren of voor een duurzaam geproduceerde en fair trade garderobe.
,,We zien dat mensen best wel duurzame keuzes willen maken, maar het moet gewoon wat makkelijker worden gemaakt”, zegt Van Dongen. ,,Hier staan alle duurzame plekken op één plaats. Als wij een locatie getipt krijgen van een buurtbewoner of ondernemer dan kijken wij of hij op de duurzame plattegrond past.”
De stichting Groener Groningen denkt nog na hoe ze de criteria kan aanscherpen. ,,Als dat lukt, kunnen we de plattegrond misschien uitbreiden naar andere steden.
Iedereen gebruikt gemiddeld 26 kilogram textiel per jaar. 11 kilo daarvan wordt weggegooid. Wereldwijd gaat het om 90 miljoen ton. Elk jaar opnieuw. Van al die kleding wordt 85 procent verbrand of komt op vuilstortplaatsen terecht. Daar duurt het 200 jaar om af te breken waarbij allerlei giftige stoffen vrijkomen.
Dat is een doorn in het oog van Fabiola Polli, CEO en oprichter van BioFashionTech. Deze Groningse biotechnische start-up bedacht een werkwijze om textielafval een nieuw leven te geven. Met behulp van een energiezuinige technologie wordt het tot nieuwe, duurzame materialen omgezet. Het bijzondere is dat BioFashionTech dat ook kan met textiel dat is samengesteld uit meerdere materialen en/of kleuren. En dat het geen nieuwe, primaire vezels nodig heeft. Een methode bovendien die volgens Polli drie keer zo goedkoop is als verbranden.
Door het textielafval te upcyclen tot alternatieve grondstoffen krijgt het een nieuwe functie. In samenwerking met Rijksuniversiteit Groningen worden momenteel pilots gedaan die uiteindelijk moeten leiden tot een fabriek in Groningen, aldus Polli. Het succes van BioFashionTech snelt inmiddels Europa door met vestigingen in Rotterdam, Italië, Frankrijk en Duitsland. Het ultieme doel van Polli is dat elk modemerk straks een eigen recyclingfabriek heeft om het eigen afval te verwerken.
Met een doek om de boot is giftige verf niet meer nodig. Foto: eigen beeld
Technicus Johan Pragt uit Coevorden hoeft er niet rijk van te worden, maar heeft al 14 jaar dé oplossing om zijn boot in de winter niet uit het water te hoeven halen. Een ‘flexibel droogdok’.
Dat is een zeil onder zijn schip waar hij het water uit wegpompt zodat het vaartuig niet in het water, maar in een doek ligt. Dat heeft een praktisch voordeel: normaal halen scheepseigenaren hun zeilboot in de winter uit het water omdat de boot anders veel te lijden heeft. Dat is duur en complex. Nu kan het schip de hele winter in zijn tweede huidje blijven dobberen en kun je gemakkelijk ook eens in de winter een zeiltocht maken.
„Het kost me maar een paar minuten”, vertelt Pragt. Omdat het zo eenvoudig bleek, ging hij het doek ook in de zomer gebruiken. Het voordeel daarvan is dat hij geen aangroei van schelpen aan de boot kreeg. Daarmee kon hij stoppen met het aanbrengen van de zeer giftige anti-aangroeiverf (”anti-fouling”) die veel scheepseigenaren jaarlijks onder de boot smeren.
„Het fijne is: ik kan de pomp op afstand bedienen. Als er regen valt, pomp ik hem weer leeg. Ik wil mijn product graag onder de aandacht brengen: ik denk dat veel mensen deze toepassing zouden kunnen gebruiken. Ik vraag er geen patent op aan: iedereen mag experimenteren en proberen.”
Harmen Oterdoom (48, rechts) en Steef Steeneken (47, links) willen met hun nieuwe start-up Butter Bridge een einde maken aan de export van 'kritieke' grondstoffen, door deze in eigen land te terug te winnen uit 'moeilijke' afvalstromen. Foto: Anjo de Haan
De Verenigde Staten heeft een verbod. China en India ook. Maar vanuit Europa mag het nog altijd: het exporteren van kritieke grondstoffen zoals magnesium, aluminium en koper. Ze zijn onontbeerlijk in de productie van computerchips, zonnepanelen en defensiematerieel en toch laten we ze over de grens verdwijnen.
Butter Bridge wil daar verandering in brengen door deze materialen hier in Nederland terug te gaan winnen. Oprichters Harmen Oterdoom en Steef Steeneken ontwikkelden daarvoor een elektrische oven die sterk genoeg is om afval zoals oude mobieltjes om te smelten en zo grondstoffen terug te winnen.
Afgelopen jaar is een eerste oven gebouwd en succesvol in bedrijf genomen. „Dat betekent dat we hem hebben getest en heet genoeg konden krijgen”, zegt Steeneken. De start-up is nu druk bezig met de financiering en wacht tot er kan worden gebouwd bij het innovatiecentrum van Groningen Seaports in Farmsum.
De eerste stappen zijn daarmee gezet naar het verder opschalen van het proces. Al is het nog niet zover. „We hebben alle puzzelstukjes nu maar moeten de puzzel nog wel leggen.”
Ligt die puzzel er dan kunnen weer nieuwe vragen worden beantwoord. „Werkt het echt? Hebben we genoeg aanvoer van materiaal? En kunnen we het commercieel rondkrijgen?”
De Duurzame Dertig heeft als doel noordelijke duurzame initiatieven bij zoveel mogelijk mensen onder de aandacht te brengen. Het initiatief met de meeste stemmen ontvangt daarom 50.000 euro aan advertentiebudget bij onze titels om anderen te inspireren duurzamer te werken en/of te leven.
Een jury kiest ook in elke categorie een winnaar. Zij krijgen hetzelfde budget om hun idee aan de mens te brengen.
Alle winnaars worden dinsdag 28 oktober bekendgemaakt op het slotevenement in Veenhuizen.
Wie zit er in de jury?
De jury bestaat dit jaar Heleen van Wijk (hoofd duurzaamheid Groningen Seaport), Judith le Fèvre (mede-eigenaar van Ferr-Tech), Reinder Hoekstra (directeur Natuur- en Milieufederatie Drenthe), Nick Broersma (projectmanager Circulair Friesland), Henk Moll (emeritus hoogleraar milieukunde), Bart Volkers (directeur Circulair Groningen) en voorzitter Ria Kraa (hoofdredacteur Friesch Dagblad)