Windmolens bij Meeden zorgen ook 's avonds en 's nachts voor overlast, door knipperende verlichting. Foto: archief Corné Sparidaens
Windmolens, zonneparken en hoogspanningsleidingen. De een vindt ze mooi, de ander gruwt er van. Energie en landschap gaan niet samen als je er niet goed over nadenkt. Dat bleek de afgelopen jaren ook in Groningen.
De ruimtelijke impact van de energietransitie is enorm. Hoe kun je turbines, zonneparken en leidingen beter inpassen? En wie is verantwoordelijk voor dat landschap? Experts bogen zich woensdagmiddag in Groningen over die vraag tijdens de maandelijkse Barn Talk bij energieonderzoekscentrum Entrance.
,,Energie en landschap is niet altijd een makkelijke combinatie. De meeste mensen vinden de energietransitie nodig, maar het leidt regelmatig tot onrust. Windmolens en zonneparken vinden mensen heel erg noodzakelijk, maar niemand wil ze in zijn achtertuin’’, zegt Kim van Dam, die bij de Hanzehogeschool onderzoek doet naar energievraagstukken.
Volgens haar lijken protesten tegen bijvoorbeeld zonneparken zich uit te breiden. In het verleden was er in onder meer Meeden fel verzet tegen de komst van windenergie. Vergeefs overigens.
Fikse discussies en protest
,,Er zijn protesten en af en toe fikse discussies. Die worden regelmatig weggezet als typisch nimby-gedrag, not in my backyard. Vaak door mensen die zelf belang bij die projecten hebben. Ik vind het te kort door de bocht. Mensen koesteren diepe gevoelens voor en hebben een relatie met de plek waar ze wonen. Daar kunnen we met zijn allen best meer aandacht aan besteden.’’
Zonneklaar is volgens haar dat er de komende jaren veel ruimte nodig is voor duurzame energieopwekking. ,,De hoogspanningsleiding bij Vierverlaten is een soort schrikbeeld voor mensen: dat gaat er straks gebeuren met ons landschap. De vraag is hoe je het gaat doen, daar moet je beter over nadenken. Je kunt het grootschalig en geconcentreerd doen, dan is er meer impact op één plek. De rest kan dan relatief ongestoord blijven. Of je doet het kleinschalig en verspreidt de opwekking over een groter gebied.’’
Volgende fase heeft ook veel impact
Volgens directeur Marco Glastra van Het Groninger Landschap is Groningen al eeuwen een energielandschap. ,,Groningen heeft een traditie als energielandschap. Het begon met het Boertanger Moor, vervolgens kwam de gaswinning. Nu gaan we naar de volgende fase die ook veel impact heeft op landschap. Het is onvermijdelijk dat de energietransitie gevolgen heeft. Vertel dat ook aan de mensen. Zeg waar je het gaat doen en hoe. En wat vraag je er voor terug?’’
Die compensatie kan volgens hem veel beter dan nu vaak het geval is. Glastra vindt dat bouwers van zonneparken bijvoorbeeld best mee kunnen betalen aan de verbetering van de natuurwaarden in een grote straal rondom hun park. ,,Je kunt best zo’n tegenprestatie vragen. Je krijgt enorme bedragen voor een windmolen op je land, of een zonnepark. Wat krijgt de grondeigenaar en waar wordt de omgeving mee opgezadeld? Dat lijkt me nu uit balans.’’
Nul bezwaren in Hoogezand
Jelmer Pijlman, directeur van Novar, voorheen Solarfields, dat onder meer zonneparken ontwikkelt, kijkt wat zorgelijk bij die woorden. Het is niet zo simpel, zegt hij. ,,Als je dat op een bedrijventerrein doet wordt dat duurder. En wij bepalen niet de prijs van zonne-energie. Zo simpel is het niet.’’
Novar probeert zorgvuldig plannen te maken en te luisteren naar de omgeving. Bovendien wordt tegenwoordig vaak samengewerkt met energiecoöperaties, zodat er meer draagvlak is, aldus Pijlman. ,,In Hoogezand hebben we een project midden in een woonwijk, de panelen staan op 20, 30 meter van de huizen. Er is een aarden wal omheen gelegd. We hebben daar nul zienswijzen uit de omgeving gekregen.’’
,,Zonneparken worden vaak gezien als een last in het landschap. Jammer dat er vaak zo negatief over wordt gesproken. We hebben bij Roodehaan een park gebouwd en laten een onderzoeker van de RUG kijken wat er met de ecologie gebeurt als je landbouwgrond verandert in zo’n park. De resultaten zijn verrassend positief. Er ontstaat allerlei nieuw leven rond dat park. De onderzoeker is heel enthousiast over die transformatie.’’