Het kan handig zijn je auto op te laden terwijl je zit te dineren. Maar het is wel verstandig even te checken wat de tarieven zijn. Foto: Jilmer Postma
Prijsbewust laden kan elektrische rijders veel geld besparen. Tussen de publieke laadpalen zitten forse prijsverschillen. Het kost echter wel enige moeite die te ontdekken.
Op den duur gaan we allemaal elektrisch rijden, is althans de ambitie van de overheid, dus moeten er ook laadvoorzieningen zijn voor mensen die geen gelegenheid hebben om op eigen terrein een laadpaal te plaatsen. Onder andere gemeenten maken er daarom veel werk van om parkeerplaatsen te laten voorzien van laadpalen. Met ongeveer 674.000 laadpunten -een laadpaal heeft doorgaans twee laadpunten- loopt Nederland internationaal gezien voorop met deze voorzieningen.
Prijsverschil binnen één straat
Maar wat kost het om je auto bij zo’n publieke laadpaal op te laden? De prijsverschillen zijn groot. Neem de De Savornin Lohmanlaan in Groningen. Bij huisnummer 2 staat een laadpaal waar een kilowattuur 57 cent kost. Even verderop, bij nummer 36, is het tarief slechts 36 cent.
Stel, je laadt per keer 40 kilowattuur op, dan is het prijsverschil dus al meer dan 8 euro. Rijd je 500 kilometer per week, dan zul je ongeveer twee keer per week je auto opladen, en kom je op jaarbasis op een prijsverschil van een slordige 800 euro. Toch goed voor een leuk weekendje weg.
Nu hebben fossiele rijders ook te maken met prijsverschillen. Tanken langs de snelweg is aanzienlijk duurder dan bij een benzinestation op een industrieterrein. Het verschil is wel dat bij benzinestations de prijzen op een groot bord aangegeven staan, bij een laadpaal is niet te zien wat je betaalt voor de stroom.
Sterker nog, de beide genoemde laadpalen aan de De Savornin Lohmanlaan zien er nagenoeg eender uit. Ze zijn beiden eigendom van Allego.
Laadpaal bij de De Savornin Lohmanlaan nummer 36: tarief 36 cent per kilowattuur. Foto DVHN
Laadpaal bij de De Savornin Lohmanlaan 2: tarief 57 cent per kilowattuur. Foto DVHN
Maar hoe weet je dan wat de tarieven zijn? De genoemde tarieven aan de De Savornin Lohmanlaan zijn afkomstig van de app van E-Flux, een bedrijf dat pasjes verstrekt waarmee je een laadpaal kunt activeren en de stroom kunt betalen. De prijsverschillen in Groningen zijn zo te zien aanzienlijk groter dan die in Assen bijvoorbeeld. Daar variëren de laadkosten van 34 tot 36 cent per kilowattuur. In Emmen liggen de meeste tarieven tussen de 34 en 40 cent, maar betaal je aan de Oudse Wilhelmsweg liefst 80 cent. En dat is geen snellader.
Doorn in het oog
De Vereninging Elektrische Rijders (VER) zijn de prijsverschillen en vooral het gebrek aan transparantie een doorn in het oog, zegt woordvoerder Sjors ten Tije. „De onduidelijkheid over de tarieven is voor veel mensen een belangrijk obstakel om elektrisch te gaan rijden.”
„Plug nooit in bij een laadpaal voor je weet wat de prijs is”, zegt ook woordvoerder Stephan Grout van de ANWB. Dat er zulke prijsverschillen zijn, komt volgens hem door de contracten die ‘laadpaalbedrijven’ als Allego afsluiten met de energiebedrijven. „Meestal geven gemeenten opdracht om laadpalen te plaatsen, maar dat kan ook een campingeigenaar zijn of een hotelier, die zijn gasten van dienst wil zijn. Vervolgens plaatst een bedrijf die laadpalen en die sluit een langjarig contract af met een energiebedrijf. Dit contract bepaalt in principe het tarief.”
Daarmee is de kous nog niet helemaal af, want als elektrische rijder heb je dus ook te maken met de provider achter je laadpas. Behalve E-Flux zijn er nog tal van andere bedrijven die zo’n pas aanbieden. Denk aan de ANWB, Shell, Eneco en vele anderen. Ook hier heb je weer te maken met verschillende kostenstructuren.
Je kunt vaak kiezen voor een abonnement voor een paar euro’s per maand, dan betaal je geen starttarief bij het laden. Zonder abonnement betaal je dat tarief, meestal een paar dubbeltjes, wel. En er zijn providers die zelf een vast tarief per kilowattuur rekenen, ongeacht het tarief van de paal waar je laadt.
Laadpaalklevers
Tot ongenoegen van de ANWB zijn er ook nog laadpaalbedrijven die de klant kosten in rekening brengen als ze hun auto te lang bij een laadpaal laten staan. Dit moet het zogenoemde laadpaalkleven tegen gaan, maar het gaat volgens de ANWB te ver als mensen midden in de nacht het bed moeten verlaten om hun auto bij de laadpaal weg te halen, als die op dat tijdstip net volgeladen is. „Je wordt zo een doodordinaire melkkoe van de laadpaalgiganten van deze wereld’’, zegt de ANWB in een verklaring.
Leaserijders
Helaas zijn niet alle automobilisten zo prijsbewust. Leaserijders hebben een pasje van het leasebedrijf en merken er zelf niks van als ze veel te duur laden. Elektrische auto’s zijn nog vaak geleased, waardoor de tucht van de markt nog maar weinig tot zijn recht komt.
Dit neemt niet weg dat het helder en duidelijk moet zijn wat je betaalt. Moet er niet een schermpje op de laadpalen komen waarop je ziet wat het tarief is? „Dan zou je alle laadpalen moeten vervangen en dat is een hele klus”, zegt Ten Tije. „Bovendien: laadpalen moeten natuurlijk wel vandalismebestendig zijn. Je ontkomt er dus niet aan dat je een app gebruikt om te zien wat de tarieven zijn. Maar er komen Europese regels aan, die bedrijven verplicht tot meer transparantie. Dan kun je met je telefoon een QR-code scannen op de laadpaal, dan zie je wat het tarief is en je kunt dan meteen betalen voor je laadbeurt.”
„Gelukkig komen er meer initiatieven die meer inzicht bieden in de prijzen van elektrisch laden”, zegt Ten Tije. „Denk aan Tap-Electric en Go-Charge. Beide apps laten ook zien met welke laadpas je welk tarief laadt. Het is echt belangrijk om dergelijke apps te gebruiken, je kunt er veel geld mee besparen.”
Laadpaalaanbieder Allego kon geen reactie geven op de vraag waarom de tariefverschillen zo groot zijn.
Sinds begin vorig jaar plaatst en exploiteert de gemeente Groningen zelf nieuwe laadpalen. Achtergrond is de gedachte dat de gemeente dit sneller en beter kan realiseren dan een externe partijen, aan wie dit tot dan toe werd uitbesteed. Het gemeentelijk tarief bedraagt 42,37 cent per kilowattuur, hetgeen dus wel wat hoger is dan de goedkoopste tarieven van de externe partijen.