Jouke van Dijk: ,,Je mag toch ook gewoon denken: een arts of verpleegkundige weet wel wat hij of zij doet?'' Foto: Corné Sparidaens
Weg met al die regels, zegt econoom Jouke van Dijk. ,,Er zal hier en daar wel eens iets mis gaan, maar dat is dan maar zo.”
Jouke van Dijk is sinds 2021 voorzitter van de raad van toezicht van ZorgpleinNoord. Deze club helpt meer dan driehonderd zorg- en welzijnsorganisaties in Drenthe, Fryslân en Groningen op het gebied van arbeidsmarktvraagstukken en staat ook klaar voor werknemers en werkzoekenden.
De geboren Fries (Holwerd, 1956) is hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse en was voorzitter van de vakgroep Economische Geografie van de Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. In Van Dijks onderzoeken staan regionale arbeidsmarktvraagstukken als werkgelegenheid, werkloosheid, migratie, de relatie onderwijs-arbeidsmarkt en arbeidsmarktbeleid centraal. Officieel is hij al even met pensioen, in realiteit werkt hij nog drie tot vier dagen per week. Hij begeleidt promovendi, wordt gevraagd voor presentaties, zit in raden van advies en toezicht en ook zijn publicaties blijven niet onopgemerkt – eind 2023 bereikte hij de veertiende positie in de jaarlijkse Nederlandse ‘economenparade’ van wetenschappelijk meest vernieuwend onderzoek in het toonaangevende economische vakblad ESB.
Dat allemaal betekent ook dat een gesprek met Van Dijk over de zorg (,,Ik weet weinig van zorg, maar veel van arbeidsmarkt’’, stelde hij zich voor aan de achterban van ZorgpleinNoord) al snel uitwaaiert over andere onderwerpen.
De noordelijke mentaliteit
Zo windt de professor zich nog steeds op, of misschien is het eerder verbazen, over de noordelijke mentaliteit als het gaat om de durf tot verandering. ,,Er is een structurele achterstand in de regio’s buiten de Randstad, daar hebben we in het Noorden dus mee te maken. De vraag is dan: hoe buig je dat om? We zijn een klein landje met beperkte ruimte, we moeten keuzes maken.”
Van Dijk verhaalt over Groningen, de provincie die achterloopt op het terrein van de vrijeteijdseconomie ten opzichte van Fryslân en Drenthe, de noordelijke provincies waar die sector al veel verder ontwikkeld is. ,,Groningen is bang voor massatoerisme, terwijl daar nu maar een kwart van de toeristische activiteit plaatsvindt die er in Fryslân en Drenthe is. Als er meer mensen komen, is het gedaan met onze rust en ruimte, is het overheersende gevoel. Die discussie speelde ook al met de Lelylijn; ‘komen al die westerlingen dan hier?’ Bedenk wel: in het Noorden wonen gemiddeld 200 mensen per vierkante kilometer tegenover 1100 in de Randstad.”
De Groningse aarzelingen staan haaks op hetgeen goed is voor de brede welvaart en de economische ontwikkeling in het Noorden, wil Van Dijk maar zeggen. ,,De economie is hier een beetje ‘ijl’. Als je in Amsterdam van baan wil veranderen, zijn er 10.000 opties in de buurt. Hier zijn veel minder bedrijven. Als er meer mensen naar de regio komen, betekent dit óók dat er meer voorzieningen in stand gehouden kunnen worden. Denk aan scholen of dorpscafés. Hier en daar een vakantiepark bouwen is echt iets anders dan de komst van tienduizend Chinese toeristen.”
Het wordt ook niks
Het dagelijks leven speelt zich grotendeels in de regio af, en daarmee is beleid en aanpak op regionaal niveau essentieel voor het verbeteren van die brede welvaart, stelt Van Dijk. Geld is er wel, regionaal, nationaal én op Europees niveau. De hoogleraar noemt het het Nationaal Programma Groningen, Nij Begun, het Nationaal Groeifonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Just Transition Fund. Maar wat te doen met dat geld als er geen draagvlak voor verandering is?
Mentaliteitsverandering, dat is volgens Van Dijk het sleutelwoord. ,,Met de insteek ‘het was niks, het is niks en het wordt ook niks’ kom je niet verder. Als je in de toekomst iets wilt qua toerisme, moet je moderniseren, vooruit willen en dingen willen veranderen. Zo niet, dan moet je niet zeuren; dan blijven we hier gewoon achterlopen. Als je nergens last van wilt hebben, dan moet je op een eilandje gaan wonen. Maar dan gebeurt er dus ook niets.”
Ik ga dit organiseren
Veel Groningers zijn hun vertrouwen in de overheid kwijt door de aardbevingen en de daaruit voortvloeiende ellende, benadrukt de professor. Daarom is het niet gemakkelijk de mentaliteit te veranderen, meent hij. Maar toch: ,,Maak bijvoorbeeld boetiekhotels of B&B’s van klassieke boerderijen die aardbevingsschade hebben opgelopen. Wil je je monumenten behouden? Maak er toeristische bestemmingen van.”
Punt is dat er niet echt een overkoepelende organisatie is op het gebied van de vrijetijdseconomie, zoals bijvoorbeeld de New Energy Coalition er is voor de energiesector. De ondernemers in de regio zijn veelal kleinere bedrijven, lastiger te organiseren derhalve, die bovendien tegen veel regels aanlopen. ,,Er moet iemand opstaan die zegt: ik ga dit organiseren”, meent de hoogleraar. ,,Kijk naar Winsum, uitgeroepen tot het mooiste dorp van Nederland. De inwoners waren trots, er werden dingen opgepakt en het balletje ging rollen. Andere dorpen dachten daarop: dat kunnen wij ook!”
Oude, grijze mannen
Is hij dan niet de aangewezen persoon voor deze rol? ,,Nee”, is Van Dijks resolute antwoord. ,,Dit moeten jonge mensen doen. Ik ben met pensioen, en je wint de oorlog nou eenmaal niet met oude, grijze mannen.” Maar wacht niet op een integraal beleid, zegt de hoogleraar. ,,Als dat betekent dat je nooit begint, wordt het ook niets. Soms moet je wat wagen om verandering in gang te zetten.”
Over oude, grijze mannen gesproken: ,,We hebben in het Noorden te maken met een sterke vergrijzing. We zijn met meer en worden gemiddeld ouder. De meeste gepensioneerde mensen zijn gezond en hebben tijd en geld, wat bijdraagt aan een toenemende vraag naar dienstverlening – niet alleen voor wat betreft de vrijetijdseconomie, maar ook in de zorg. Als je deze ontwikkelingen combineert met de afname van het aantal werkenden tussen de 16 en 68 jaar, is het logisch dat de druk op de arbeidsmarkt groot is. Dat geldt voor veel sectoren, maar wordt wellicht het meest zichtbaar op het gebied van zorg en welzijn.”
Regeldruk
Oplossingen heeft Van Dijk ook voor ogen, maar hier speelt de mentaliteitskwestie opnieuw een rol. Iedereen maximaal inzetten, is het devies van de professor. ,,Alles moet geregistreerd worden, waardoor er een chronisch tijdsgebrek in de zorg ontstaat. Al die regelgeving maakt dat soms 30 tot 40 procent van de tijd opgaat aan het invullen van alle papierwerk. Je mag toch ook gewoon denken: een arts of verpleegkundige weet wel wat hij of zij doet? Er zal hier en daar wel eens iets mis gaan, maar dat is dan maar zo.”
,,Er is te veel ‘red tape’ in de zorg.'' Foto: Corn� Sparidaens
Bovendien: ,,Ik denk dat mensen uit het onbenutte arbeidspotentieel hier heel goed ingezet kunnen worden, bijvoorbeeld om een middag te gaan winkelen of wandelen met cliënten. Een tehuis in Amsterdam nam acteurs en kunstenaars in dienst om cliënten te vermaken en de zorgvraag nam daarmee af.”
Luier verwisselen
Van Dijk vertelt over de Tirrel in Winsum, waar kinderopvang en ouderenzorg bij elkaar komen. ,,Kinderen en oudere mensen helpen elkaar daar en worden hier allemaal gelukkiger van. Demente bejaarden kunnen heus wel een luier verwisselen, dat verleren ze nooit. En als de luier eens verkeerd om zit, wat dan nog? Dat gebeurt mij als opa ook weleens.”
Nog even terugkerend naar de regelgeving in de zorg - iets wat Van Dijk hekelt - noemt de hoogleraar een treffend voorbeeld. ,,Ik las laatst een artikel over een aantal ziekenhuizen waar ruim honderd indicatoren waren voor de zorgverlening. Dat hebben ze teruggebracht tot 16 kernindicatoren en wat bleek? Alles verliep gewoon prima en de tijd die men kwijt was aan registratie was gehalveerd naar een half uur per dienst.”
Bullshitbanen
Hij is dan ook vurig pleitbezorger van niet alleen minder regels, maar ook van het wegwerken van - in zijn woorden - bullshitbanen. ,, Denk aan een overschot aan administratie, dat anderen dan weer moeten controleren. Er is te veel ‘red tape’ in de zorg. De robotisering is geen bedreiging; met een ChatGPT (een chatbot met kunstmatige intelligentie, gespecialiseerd in het voeren van dialogen met een menselijke gebruiker - red.) is een efficiëncyslag te behalen. Een verslag maken van een gesprek van een arts met een patiënt kan zo veel sneller.”
Er is niet één zaligmakende oplossing voor de problemen in de zorg, Van Dijk is de eerste die dat zal beamen. ,,De arbeidsmarkt vraagt om een samenhangend pakket aan veranderingen, er is niet één gouden oplossing.’’
Maar dan nog: ,,De markt past zich wel aan. Als er minder aanbod is van personeel, keert de wal uiteindelijk het schip.” Dat neemt voor de hoogleraar niet weg dat de prioriteit moet liggen bij een goede basis. ,,Het investeren in opleidingen voor jongeren is de garantie voor bestaanszekerheid op de langere termijn. Het is dan ook buitengewoon jammer dat het nieuwe kabinet wil bezuinigen op onderwijs.”