Eelko Huizingh lanceert een viertraps raket om de problemen in de zorg op te lossen. En ook al ziet het eruit als voortmodderen en kleine stapjes, zo werken veranderingsprocessen nu eenmaal. Want dat straks een op de vier in de zorg moet werken, dat moeten we niet willen.
Volgens het Ministerie van Volksgezondheid verdubbelen onze zorguitgaven in 2040 tot 174 miljard euro. Nu werkt een op de zes Nederlanders in de zorg, in 2040 zou dat een op de vier zijn. Geen voorspellingen die de burger moed geven. Toch is het niet onvermijdelijk dat deze zwarte scenario’s werkelijkheid worden. De uitdaging is om de problemen op korte termijn zodanig op te lossen dat ze die op lange termijn voorkomen. Het gaat dan om het gebruiken van onbenut arbeidspotentieel, verlaging van de zorgvraag, verhoging van de zelfzorg en het inzetten van technologie.
Ziekteverzuim 60 procent hoger
De eerste oplossing richt zich op onbenut arbeidspotentieel van de huidige zorgmedewerkers. Dan doel ik niet op het vele parttime werken in de zorg, want dat mensen ook andere prioriteiten hebben (zoals gezin, hobby’s of mantelzorg) is begrijpelijk. Onbenut arbeidspotentieel is het gevolg van een hoog ziekteverzuim en het besteden van tijd aan niet-zorgtaken. In de zorg is het ziekteverzuim ruim 40 procent hoger dan gemiddeld in Nederland, met uitschieters, zoals de verpleging, waar het ziekteverzuim meer dan 60 procent hoger is. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat zorgprofessionals gemiddeld bijna 40 procent van hun tijd besteden aan administratieve taken. Minder ziekteverzuim en meer tijd voor zorgtaken leiden tot ‘meer handjes aan het bed’ zonder dat meer zorgmedewerkers nodig zijn.
De tweede mogelijke oplossing is het verlagen van de vraag naar zorg. Voorkomen is beter dan genezen en dus moet preventie leiden tot minder toekomstige zorgvraag. Zo heeft inmiddels 16 procent van de Nederlanders obesitas, ruim drie keer zoveel als in 1981. Meer bewegen, gezonder eten en een beter slaappatroon vermindert de toekomstige zorgvraag.
Minder lang in het ziekenhuis
De derde oplossing is meer zelfzorg. Mijn huisarts verwijst mij naar thuisarts.nl in plaats van dat hij zijn kostbare tijd besteedt aan het uitleggen van wat ik ook zelf kan lezen. Na operaties verblijven patiënten steeds minder lang in het ziekenhuis, wat vraagt om zelfredzaamheid en eventueel steun van mantelzorgers. Soms is ook actieve hulp nodig: zo is onlangs, gebaseerd op succes in Denemarken, een experiment gestart om hulpbehoevende ouderen na een ziekenhuisopname met een multidisciplinair zorgteam thuis te trainen weer zelfredzaam te worden.
De vierde oplossing is het inzetten van technologie. Denk aan het gebruik van informatietechnologie om administratieve taken te automatiseren of aan chatten, videobellen en het doen van thuismetingen.
Wie denkt na over zijn mantelzorgers over tien jaar?
Slim gecombineerd kunnen de vier genoemde oplossingen de zorg een uitweg bieden. Maar ze zijn niet eenvoudig toe te passen. En dat schuurt, want grote veranderingen vragen om tijd, middelen, een helder doel en een duidelijke weg daar naartoe. De werkelijkheid is dat we tijd, geld, kennis, ervaring en mensen tekort komen. Veel technologie moet nog ontwikkeld of verbeterd worden en we moeten nog leren wat voor wie in te zetten. Zorgmedewerkers zitten vast in de vicieuze cirkel van personeelstekort, werkdruk en ziekteverzuim. Degenen die zorg ontvangen ervaren veranderingen als te snel, als achteruitgang of voelen zich niet zelfredzaam. En zij die in de toekomst zorg moeten ontvangen bereiden zich nog niet voor, want wie denkt nu al na over zijn mantelzorgers voor over tien jaar?
De grootste uitdaging is om de huidige problemen zodanig op te lossen dat we hiermee bijdragen aan fundamentele oplossingen op lange termijn. Of daar in elk geval geen afbreuk aan doen. Goede voorbeelden zijn het gebruik van artificiële intelligentie om röntgenfoto’s te analyseren, ouderen die aantonen met een iPad om te kunnen gaan en huizen die worden aangepast om langer thuiswonen mogelijk te maken. Aan de andere kant, mogelijke bezuinigingen op preventie werken averechts.
Stug voortploeteren
Steeds kleine stapjes blijven zetten voelt misschien als voortmodderen maar zo werken complexe leer- en veranderprocessen nu eenmaal. We moeten gelijktijdig huidige problemen oplossen en toekomstige voorkomen. Stug voortploeteren, vanuit het besef dat de druk groot is en een alternatief ontbreekt. Dus: blijven experimenteren, kleine verbeteringen in gang zetten, goed luisteren naar zowel zorgmedewerkers als mensen die zorg ontvangen, en steeds het einddoel in de gaten houden: hoogwaardige en betaalbare zorg voor iedereen, ook in de toekomst.
Dr. Eelko Huizingh werkt bij de vakgroep Innovatiemanagement & Strategie van de Rijksuniversiteit Groningen en is auteur van het boek Innovatiemanagement.