De Onlanden onder de rook van Groningen zijn zowel een waterberging van Noorderzijlvest als een uniek natuur- en recreatiegebied. Foto: archief Jan Willem van Vliet
De Onlanden onder de rook van Groningen zijn vooral bedoeld voor een enorme plens water. Het gebied is ook een prachtig toevluchtsoord voor dieren en planten. Harenaar Egbert Boekema schreef er een boek over.
Het natuur- en waterbergingsgebied van 3036 hectare, gelegen tussen Groningen, Leek, Roden, Peize en Eelde, bestaat uit een lappendeken van twintig grotere en kleinere deelgebieden aan de benedenloop van het Peizer- en Eelderdiep. Het is een mooi voorbeeld van hoe je in ons druk bevolkte landje meer dan één ding kan doen met grond. De Onlanden hebben namelijk drie gezichten.
Voor planologen en de overheid is het vooral een mega waterberging. Die is hard nodig door de toenemende stortbuien. Dat bleek na de wateroverlast in 1998, toen het water tot aan de vensters van het Groninger Museum stond. De aanleg van de berging van 2000 hectare kostte uiteindelijk 43 miljoen euro. Inmiddels zijn er plannen de capaciteit van de berging verder uit te breiden, tot maximaal 12,7 miljoen kubieke meter.
Voor Groningers en Drenten is het een geliefd recreatiegebied, waar je op pad kunt met je (race)fiets of je hardloopschoenen. Natuurliefhebbers hebben vooral oog voor de oogstrelende natuur in de streek.
Natuurgebied verdient een boek
Vooral over dat laatste onderwerp schreef Egbert Boekema (73) De Onlanden. Natuur, landschap en geschiedenis. De Harenaar, emeritus hoogleraar biochemie aan de Rijksuniversiteit Groningen, publiceerde eerder al over het Zuidlaardermeer, Frieseveen en het Lauwersmeer. En, niet te vergeten, het kloeke naslagwerk Vogels in Groningen.
,,Mensen vroegen me: waarom schrijf je geen boek over De Onlanden? Ik vind ook dat een mooi gebied een boek verdient,” zegt Boekema. ,,Het volgende over het Paterswoldsemeer ligt trouwens al ligt bij de drukker.”
Uit zijn nieuwste werk blijkt dat na de inrichting van de waterberging grote aantallen vogels op het nieuwe moeras af kwamen. Over de vogels in De Onlanden weten we verbazingwekkend veel. Ze worden sinds 2011 systematisch geteld door vrijwilligers.
Klimaatverandering
Afgelopen jaar zaten er 121 soorten broedvogels. Daaronder zeldzame, zoals de buidelmees, velduil, raaf, fluiter, graszanger en Cetti’s zanger. Dat laatste vogeltje doet het door de klimaatverandering steeds beter in ons land.
Ook vogels die elders nauwelijks voorkomen doen het goed onder de rook van Groningen. Bijvoorbeeld het paapje, een zangertje van het verdwenen boerenland. De veldleeuwerik zingt er de sterren van de hemel. Wulpen jodelen er melancholiek. En straks komen de zeldzame witwangsterns weer naar hun kolonie in Peizerweering. Boekema ontdekte zelf 18 mei vorig jaar een graszanger langs de Roderwolderdijk, ook een primeur voor de plaatselijke vogelbevolking.
Een zeldzame witwangstern duikt naar visjes in De Onlanden Foto: Gerdt van Hofslot
Opmerkelijk aan De Onlanden is dat er een paar plekken zijn waar vogels hun schuwheid hebben afgeworpen en zich weinig meer aantrekken van de stroom wandelaars, fietsers en natuurvorsers. Bijvoorbeeld nabij het bruggetje aan de Zanddijk, vlakbij het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. Daar staan vaak vogelaars en fotografen.
Ongewoon
,,Je ziet echt dat vogels wennen aan mensen. Bij het bruggetje zitten wintertalingen op tien meter afstand. Dat is ongewoon,” weet Boekema.
Hij noteert dat zoogdieren zoals de hermelijn het ook prima doen in De Onlanden. Soms betrappen bezoekers in de winter een sneeuwwitte hermelijn die de weg oversteekt. Er zitten ook zo’n 12 tot 15 otters en wie goed kijkt ziet de knaagsporen van de bever.
Libellen, zweefvliegen en vlinders voelen zich al net zo thuis in het gebied. Evenals een keur aan planten, zoals de gevlekte rietorchis, echte kievitsbloem en kleine zonnedauw. Volgens Boekema is De Onlanden qua vegetatie beter dan 90 procent van Groningen en Drenthe.
De Onlanden liggen voor het grootste deel in de provincie Drenthe, alleen een klein deel van de noordkant van het Leekstermeer hoort bij Groningen. Dat de natuur er zo uitbundig is komt vooral door de gevarieerdheid. Er zijn behalve grote wateroppervlakten ook rietvelden, ruige hooilanden, moerassen en het oude loofbos De Kleibosch bij Foxwolde.
Zeearend jaagt eenden niet weg
Boekema: ,,Heel veel gebieden zijn klein. Als je een gebiedje van tweehonderd vierkante meter hebt met een paar eenden en er komt een zeearend aan, dan gaan al die eenden er vandoor. Je ziet ze niet meer. Hier is dat niet zo, dit is een groter gebied. Dat geeft veel soorten meer mogelijkheden.”
,,Je hebt hier specifieke omstandigheden. Daar profiteert de witwangstern van. Die wil water van ongeveer tien centimeter diep met planten waarop hij zijn nest bouwt. Op veel plekken is het net te droog of te diep, maar hier is veel ruimte en dus meer kans op dit soort biotopen.”
Twee zeearenden in een dode boom worden gepasseerd door een ree. Prachtige natuur onder de rook van Groningen Foto: Gerdt van Hofslot
De Onlanden is een jong natuurgebied, met veel dynamiek. Over één ding is Boekema bezorgd. Delen van het terrein verruigen en veranderen geleidelijk in bos. Daarmee gaan de bijzondere water- en moerasvogels verloren.
Sfeervolle dorpen
Hij heeft niet alleen oog voor het landschap, maar staat ook stil bij een aantal sfeervolle dorpen in het gebied, zoals Roderwolde. Die hebben volgens hem veel van hun charme behouden. Ze liggen op de rand van het Drents Plateau, op de overgang van droge, zandige grond naar veen. Door de lage ligging en de nattigheid was het gebied lang slecht bereikbaar.
In het verleden werden veel zandduinen in het gebied afgegraven, om zand te winnen. Ook werden er biezen gesneden aan de oevers van het Leekstermeer, waar zittingen voor stoelen van werden gemaakt. Boeren verbouwden haver, rogge, vlas en veel hop, vooral in de omgeving van Peize. Voor grootschalige landbouw bleek de zompige grond minder geschikt.
Een paar van die voormalige akkers ten noorden van Peize worden door Natuurmonumenten gekoesterd. Ze worden beheerd zoals vroeger en zijn dus een magneet voor vogels, planten en insecten. Het is een kleine tijdmachine aan de rand van een imposant gebied.