VNO-NCW voorzitter Ingrid Thijssen: 'Mijn hemel, dacht ik, het staat nu echt in brand.' Foto: ANP
Het was een heftig jaar voor het Nederlandse bedrijfsleven, stelt Ingrid Thijssen, voorzitter van ondernemersorganisatie VNO-NCW. In rap tempo verslechtert ons investeringsklimaat, ondernemers vragen zich steeds vaker af of hun toekomst nog wel hier ligt: „We zagen voor het eerst massaontslagen bij de industrie, er was echt paniek.”
Zij moet voortdurend dat bezorgde geluid vertolken in de politiek. Maar kwam Ingrid Thijssen, voorzitter van ondernemersorganisatie VNO-NCW, er wel doorheen in Den Haag? Ondertussen begon Donald Trump een handelsoorlog, greep minister Vincent Karremans van Economische Zaken in bij chipproducent Nexperia en viel het kabinet. Precies in dat jaar kondigde Thijssen haar vervroegde vertrek aan bij de werkgeversclub.
Was dit eindelijk het eerste jaar dat het geluid van ondernemers in Den Haag werd gehoord?
„Gelukkig is dat al iets langer het geval. Wij zagen al vroeg dat het niet goed ging, omdat wij met onze poten in de blubber staan. Begin vorig jaar stuurden we een brandbrief naar de Tweede Kamer. Toen begon je in de cijfers te zien dat bedrijven hun investeringen naar het buitenland verplaatsen. Voor het eerst was er aandacht voor dit thema buiten de Telegraaf. Ook het NOS Journaal pakte het toen bijvoorbeeld op. Dit jaar kwam de geopolitieke reality check eroverheen met het aantreden van president Trump. Daarmee werd bevestigd dat ons concurrentievermogen onder druk staat.”
’Je ziet dat dingen niet goed gaan, je laat je stem horen en men staat er niet voor open. Dat is frustrerend’
Het was een bewogen economisch jaar.
„Ja, dat is absoluut waar. Daar had ik het onlangs met een van de leden van het kabinet nog over: in de politiek werkt het helaas zo dat eerst de wal het schip moet keren. Eerst moet uit de cijfers blijken dat we zakken op de internationale lijstjes, vervolgens komen daar dit jaar massaontslagen in de industrie bij, en inmiddels ook bij banken en verzekeraars vanwege AI. Blijkbaar moet het eerst zichtbaar worden, voordat er iets gebeurt. Ondertussen was er al sprake van een stille exodus. Bedrijven besluiten om hun nieuwe investeringen niet meer in Nederland te doen. Ik was dit jaar een paar maanden ziek geweest - gelukkig is dat helemaal achter de rug. Toen ik weer terugkwam, sprak ik weer veel met ondernemers. Die zeiden allemaal dat ze bezig waren met kijken naar het buitenland. Ik vond dat echt confronterend. Mijn hemel, dacht ik, het staat nu echt in brand.”
Was het frustrerend dat het zo moeilijk was die boodschap over te brengen?
„De afgelopen twee jaar niet meer, maar daarvoor was het inderdaad ingewikkeld. Je ziet dat dingen niet goed gaan, je laat je stem horen en men staat er niet voor open. Dat is frustrerend.”
Dacht u niet: misschien ligt het aan mij?
„Ik ben een reflectief persoon, maar deze beoordeling heb ik niet gemaakt. Veel Nederlanders dachten: het gaat toch goed? Daarom was het moeilijk dit verhaal over het voetlicht te krijgen: vrijwel iedereen heeft een baan, de werkloosheid is laag, na een inflatiepiek is de koopkracht weer goed. Je zou kunnen zeggen dat we in Nederland verwend zijn. En ondertussen was de politiek druk met zichzelf. Ik ben straks zes jaar voorzitter geweest en ik heb drie keer een val van een kabinet en demissionaire periodes meegemaakt.”
Staat onze economie met het rapport-Wennink weer definitief op de politieke agenda?
„In het tussenakkoord van Rob Jetten en Henri Bontenbal staan ook al goede dingen. Het wordt eindelijk gezien dat we weer investeringen los moeten krijgen. Daar komt Wennink nog overheen. Met de VVD aan de formatietafel staan alle seinen nu op groen om de juiste dingen te doen voor de economie.”
Wennink heeft ook adviezen over de arbeidsmarkt. Hij vindt de vaste baan te rigide en wil het ontslagrecht aanpassen. Hadden de vakbonden niet ook aan tafel moeten zitten?
„Ik denk dat het handiger was geweest als de vakbonden daarin gezeten hadden. Maar als we met het ontslagrecht bezig gaan, is het gewoon weer aan werkgevers en werknemers.”
Moet het ontslagrecht versoepeld worden?
„Dat er iets moet gebeuren aan loondoorbetaling bij ziekte is duidelijk. Dat werkgevers ziek personeel twee jaar moeten doorbetalen is voor startups echt een van de overwegingen om wel of niet in Nederland door te gaan. Er zijn veel dingen die moeten gebeuren. Zo moeten de elektriciteitsprijzen omlaag omdat die twee tot vier keer zo hoog zijn als in de landen om ons heen. Natuurlijk moeten we ook nadenken over de toekomst van ons arbeidsrecht, daar zal mijn opvolger zeker mee aan de bak moeten.”
’Natuurlijk moeten we ook nadenken over de toekomst van ons arbeidsrecht, daar zal mijn opvolger zeker mee aan de bak moeten’
Volgens Wennink zijn reorganisaties in Nederland vijf keer zo duur als in andere landen.
„Ja, daarom moet de toekomst van ons arbeidsrecht absoluut op de agenda. Daar moeten de sociale partners samen aan werken, dat is niet morgen geregeld. Mijn pleidooi is dat een aantal zaken heel snel moeten worden geregeld, zoals elektriciteitsprijzen, stikstof, regeldruk en netcongestie. Dat kan snel, in dit regeerakkoord. Ook moet alles rond ziekte en arbeidsongeschiktheid worden aangepakt. We zijn onderweg naar een miljoen arbeidsongeschikten. Dat kan niet morgen, maar moeten we wel doen.”
Met welke sociale partners moet dit geregeld worden? De FNV ligt totaal in puin.
„Bij de FNV is het crisis. Maar het interim-bestuur van de FNV zorgt dat de belangrijke dingen toch doorgaan. Maar als we willen gaan kijken naar ziekte en arbeidsongeschiktheid dan hebben we een FNV nodig die op volle sterkte is.”
Hoe zorgelijk is de situatie daar?
„Ik ben daar bezorgd over, al kan ik daar natuurlijk niet in de keuken kijken. Maar met hoe het er nu voorstaat bij de FNV kunnen we een onderwerp als arbeidsongeschiktheid niet oppakken.”
Bent u bang dat de FNV uit elkaar valt?
„Dat zou vervelend zijn. Versnippering helpt nooit.”
U kunt ook denken: onze lobbylijnen met de politiek staan weer helemaal open, ik heb die vakbonden helemaal niet nodig.
„Dat is erg vanuit de korte termijn gedacht. Wij zijn van de lange lijnen. Uiteindelijk is het zo dat als vakbonden ongelukkig zijn met bepaalde delen van het Wennink-rapport het dan toch ingewikkeld wordt. Ook al waait er een werkgeversvriendelijker wind in de politiek.”
Eind september greep minister Karremans in bij Nexperia, een in Nijmegen gevestigd chipbedrijf dat in Chinese handen is. Hij vreesde dat China het bedrijf zou leegtrekken. Het ontaardde in een diplomatieke rel tussen Nederland en China. Eerder deze maand zou hij met een handelsmissie meegaan en de Chinese minister spreken, maar die had geen tijd voor hem.
U was deze maand wél in China op handelsmissie. Heeft u iets gemerkt van de gespannen verhoudingen?
„Ik was er vooral voor zakelijke contacten. China is een ontzettend belangrijke markt voor Nederlandse ondernemers. Ik merkt dat Chinese bedrijven graag willen samenwerken met ons.”
U en uw Chinese gesprekspartners hebben net gedaan alsof er niks aan de hand is tussen Nederland en China?
„Hahaha, zo zou je dat kunnen zeggen.”
Wat vindt u ervan dat Karremans heeft ingegrepen bij Nexperia?
„Ik ken de ins en outs van de casus niet, dus ik ga daar geen uitspraken over doen. De gevolgen zijn groot, dus we moeten snel naar een structurele oplossing zoeken. Dat is ook in het belang van Nederlandse bedrijven.”
U heeft toch wel een opvatting over zijn optreden?
„Nee, dat heb ik niet. Ik vind het nogal makkelijk dat allemaal mensen van een afstand er wel opvattingen over hebben. Ik heb begrepen dat er echt aanleiding was om in te grijpen. Natuurlijk was dat het liefst via de diplomatieke route gebeurd. Of dat wel of niet kon, heeft de minister met de Kamer besproken.”
Zouden we een bedrijf als Nexperia nu nog aan Chinezen verkopen?
„Ik denk het niet. Inmiddels heeft Nederland een investeringsscreening ingevoerd. Toen was dat er nog niet.”
’De grootste zorg van bedrijven was dat we een uit de hand lopende handelsoorlog zouden krijgen’
Wat was uw gevoel op ’liberation day’ op 2 april, toen Trump zijn handelstarieven bekendmaakte?
„Dat sloeg in als een bom. In mijn achterban was daar meteen veel onrust over. De grootste zorg van bedrijven was dat we een uit de hand lopende handelsoorlog zouden krijgen. Gelukkig is dat nog niet gebeurd.”
Is er een risico van nieuwe escalatie?
„Je weet het nooit. Maar daar zijn nu geen signalen van. Door de geopolitieke spanningen is de onzekerheid de afgelopen jaren enorm toegenomen. Geopolitiek is een onderwerp geworden in de bestuurskamers van bedrijven. Dat is het in vele decennia niet geweest.”
Waarom wilde u eerder weg bij VNO en wordt u op 1 maart voorzitter bij de TU Delft?
„Soms komt er iets voorbij dat je heel graag wil doen. Dat geldt zeker voor die nieuwe functie bij de TU Delft. En mijn tweede termijn bij VNO liep tegen de zomer af.”
Na al die jaren zo dichtbij de politiek, is de TU Delft dan nog wel spannend?
„Onderwijs en onderzoek zijn het fundament van onze samenleving. Ik vind het ongelofelijk mooi en eervol dat ik daar voorzitter van mag worden. Het ligt in het verlengde van wat ik nu doe.”
Heeft u vooraf wel gecheckt of u niet op de shortlist voor een D66-ministerspost stond?
„Nee.”
Was ministerschap een optie geweest?
„Jazeker. Dat zal ik niet ontkennen. Ik had dat ook leuk gevonden. Maar ik denk dat de TU Delft leuker is.”