Droogte in het Bargerveen in 2024, het veenmos hangt over dode takken in een nagenoeg droge veenplas. Foto: Karin Broekhuijsen
Tussen 1990 en 2010 verbeterde de zoetwaternatuur, maar sindsdien hapert het herstel. Dat concluderen Wereld Natuur Fonds Nederland en SoortenNL in een nieuw Living Planet Report.
De terugkeer van de otter naar plekken als de Drentsche Aa of de kraanvogels naar het Fochteloërveen, vierden de onderzoekers jarenlang als overwinning. Maar de succesdieren vertellen niet het hele verhaal. In de afgelopen vijftien jaar is er sprake van stagnatie en bij soorten die afhankelijk zijn van een specifiek watertype is er zelfs achteruitgang. Dat wijten de deskundigen aan stikstof, klimaatverandering, exoten en pesticiden.
Neem de libellen. Door opwarming verdwijnen soorten als de venglazenmaker en donkere waterjuffer, maar er komen ook weer nieuwe soorten bij vanuit het zuiden zoals de vuurlibel. „Het meest zorgwekkende is dat de ‘gewone’ soorten aan het wegvallen zijn, zoals het lantaarntje”, stelde Sander Turnhout van SoortenNL bij de presentatie van het rapport maandag in Nationaal Park De Biesbosch „Er zijn vermoedens over een relatie met pesticiden die libellen minder vruchtbaar maken.”
De natuurorganisaties zien naast pesticiden ook vaker andere ongewenste stofjes in het water. Zo nam de hoeveelheid stikstof en fosfor tot 2010 nog af, maar sindsdien amper meer. Ook neemt vervuiling toe van zware metalen, medicijnresten, pfas en plastic deeltjes. Turnhout: „Het is nog onduidelijk wat de effecten zijn van pfas – de forever chemicals. Maar ik verwacht daar slecht nieuws over.”
Kans voor het Noorden
Als het gaat om verdwijnende soorten door klimaatverandering, ziet Turnhout een mooie kans voor Groningen, Drenthe en Friesland. Dit zou het laatste bastion kunnen zijn voor koudeminnende insecten die steeds verder noordwaarts trekken.
„Nederland krijgt het Franse klimaat, allerlei soorten zijn uit Brabant vertrokken. Maar als Drenthe en Groningen hun beheer goed uitvoeren, kun je ze daar langer vasthouden.” Het Bargerveen ziet Turnhout als een voorbeeld van goed natuurbeheer. „De zweefvliegen die het in grote delen van Nederland niet zo goed doen, doen het daar wel goed.”
Exoten
De zoetwaternatuur heeft nog een grote uitdaging: oprukkende exoten. De exotische zwartbekgrondel verjaagt de inheemse rivierdonderpad en de exotische zonnebaars vreet in vennen alle jonge vissen op.
De Amerikaanse rivierkreeft heeft zich sinds 2010 razendsnel vermenigvuldigd. De kreeften verknippen waterplanten, waardoor vissen en amfibieën hun eitjes niet kwijt kunnen, en ook niet kunnen schuilen. Uiteindelijk blijft troebel water over met een dikke laag bagger. De exotische Amerikanen vinden dat prima: ze kunnen leven van rottend organisch materiaal en vreten anders gewoon elkaar op. In Groningen-stad is de populatie afgelopen jaren behoorlijk uitgebreid.
Volgens Turnhout moet je exoten aanpakken met gezonde systemen, waar roofdieren ze een lesje leren „Wíj, mensen, maken een ideaal habitat voor die rivierkreeft. We zorgen voor kaalgebaggerde sloten zonder rietkragen. Daardoor verdwijnt ook leefgebied voor grote vissen die de kleine kreeftjes eten.”
Aanbevelingen
Volgens de natuurorganisaties moet Nederland een aantal maatregelen nemen. Zo moeten we zorgen dat er minder vervuiling in het water terecht kan komen. Ook is er meer ruimte nodig voor water en voor ‘natuurlijke dynamiek’. Oftewel: beken met bochtjes die af en toe mogen overstromen, in plaats van rechtgetrokken stukken rivier waar beschoeiingen en dijken het water beteugelen.
Nog een advies: waardevolle gebieden zoals veen- en moerasnatuur moeten hersteld worden. Dat geeft ruimte voor zeldzame dieren en planten, zorgt voor minder CO2-uitstoot en langer vasthouden van regenwater.
Volgens de natuurorganisaties moeten overheden natuur vanaf nu in een vroeg stadium gaan meenemen bij ruimtelijke plannen. Niet pas tijdens het proces als er al plannen op tafel liggen.
Het rapport werd gemaakt door de natuurorganisaties WWF-NL, SoortenNL, Sovon, Ravon, EIS, de Zoogdiervereniging, de Vlinderstichting en Floron. De data komt van duizenden vrijwilligers, ook uit Groningen en Drenthe.