Het gaat wel over als je trouwt, kreeg Gerda Tolk te horen toen ze als 16-jarige verliefd was op een vrouw. Maar het ging niet over. Uiteindelijk vond ze de moed om te zijn wie zij was.
Gerda Tolk wilde iets betekenen voor de maatschappij. En dat heeft ze gedaan: voor de roze gemeenschap, voor ouderen en voor de kerk, al was die laatste niet altijd even vriendelijk voor haar. Geboren in Alphen aan den Rijn, gestorven in Dronryp, na een lang en rijk leven met diepte- en hoogtepunten. Getrouwd met een man, later samen met een vrouw.
Al in haar vroege jeugd was er een groot verdriet in Gerda’s leven: kort na de oorlog verongelukte haar vader Jan Tolk, die een metselbedrijf had. Haar moeder Wijntje kon de verantwoordelijkheid van het gezin niet alleen dragen, dus kreeg Gerda als oudste een opvoedende taak voor haar drie zusjes en broer.
Op de padvinderij ontdekte ze dat ze gevoelens had voor een vrouw. Het was de tijd dat er nog een absoluut taboe lag op homoseksualiteit. Haar moeder wist er geen raad mee en stuurde haar dochter naar de dominee. Die adviseerde haar te trouwen, dan zouden de gevoelens wel verdwijnen. Gerda werd gekoppeld aan Jan Zagema, een beginnende dominee uit Hallum die stage liep in Alphen.
Kinderwens
„Het was een aardige man. Ik was heel actief in de kerk en ik vond het werk in de pastorie leuk. En ik wilde graag kinderen’’, vertelde ze in 2013 in een interview in de Leeuwarder Courant. Zo werd Gerda, die tot haar huwelijk in 1959 werkte als onderwijzeres, op haar 26ste domineesvrouw. In 1961 kreeg ze een zoon, IJde Jan.
Het gezin woonde eerst in Appelscha, later in Ballum (Ameland) en Roden. Over haar huwelijk zei ze later: „Ach, het was wel te doen. Ik was niet doodongelukkig.” Geen liefdesrelatie, maar ze kon zich goed redden in de rol van predikantsvrouw.
Gerda dacht dat het ‘gelukt’ was, dat ze niet meer op vrouwen viel. Totdat ze op haar vijftigste Hilda Bak ontmoette, een weduwe met drie kinderen in Stiens. Diaken in de kerk waar haar man nota bene dominee was. Het was liefde op het eerste gezicht, Gerda’s wereld stond op z’n kop, net als de kerkelijke gemeenschap.
Gerda Tolk tijdens een talentenjacht in de Herbergier, waar ze samen met zoon IJde Jan Zagema (rechts) het voor haar begrafenis bestemde nummer 'Ik zou wel eens willen weten' zong. Eigen foto
Aanvankelijk hielden de vrouwen hun relatie geheim, totdat dit niet langer ging. In 1983 ging Gerda weg bij haar man. Ze moest stoppen met al haar kerkelijke activiteiten en veel gemeenteleden lieten haar vallen. Hilda werd uit de kerkenraad gezet. De geliefden gingen in Hijum wonen. Hier waren ze wél welkom in de kerk: Gerda werd ouderling, Hilda diaken. En Gerda gaf er godsdienstles aan de Arjen Roelofsskoalle.
Hilda was niet echt gelukkig in het dorp, zij wilde graag terug naar haar geboortestad Leeuwarden. In 1990 lieten ze hier een bungalow bouwen aan de Hempenserweg. Hun droomhuisje, dat ze de naam ‘Nou en’ gaven. Het lukte Gerda niet meer om betaald werk te vinden, maar haar dagen waren goed gevuld met het vele vrijwilligerswerk dat ze deed.
Seniorengroep COC
Zo was ze bij COC Friesland een van de initiatiefnemers en deelnemers van een speciale seniorengroep: Rozee genaamd. Gerda deed hier van alles: activiteiten voorbereiden, huishoudelijke taken, werving van nieuwe deelnemers. Ze was actief in de werkgroep Geloof en Homoseksualiteit en de groep Ouders van homoseksuele kinderen. Voor haar tomeloze inzet kreeg ze in 2005 het Roze Pompeblêd van Homoplatform Fryslân.
Gerda Tolk met koning Willem-Alexander in 2016. Eigen foto
In 2016 ging ze met toenmalig COC-directeur Cees van Baalen mee naar het zeventigjarig jubileumfeest in Amsterdam. De organisatie kreeg koning Willem-Alexander op bezoek. Als vertegenwoordiger van de ouderen mocht Gerda de koning vijf minuten lang bijpraten over haar vrijwilligerswerk, waarin zij zorgmedewerkers in opleiding leerde omgaan met oudere lhbt’ers in verzorgingstehuizen. Nogal wat homoseksuelen hier durven niet uit te komen voor hun geaardheid, een onderwerp dat Gerda na aan het hart ging.
Nieuw Mellens
‘Het levensverhaal van Gerda maakte een enorme indruk op studenten, vooral ook omdat ze alles mochten vragen van haar’, schreef Van Baalen in zijn in memoriam voor COC Friesland.
Het plotselinge overlijden van Hilda in 2002 was een groot verdriet voor Gerda. Deden ze dit eerst jarenlang samen, nu moest ze opeens alleen naar Nieuw Mellens. In dit verpleeghuis was ze tot hoge leeftijd actief, in de bijbelgroep, de zondagse vieringen en het winkeltje. Toen ze niet meer zelfstandig kon wonen, werd het ook haar woonplek. De laatste vijf jaar bood de Herbergier in Dronryp haar een warm thuis. Hier sliep ze op 17 april rustig in.
In 2007 werd haar levensverhaal opgetekend in een boekje met vijf portretten van homoseksuele ouderen. Foto: Niels Westra
Gerda had veel liefde te geven, en kreeg die ook terug. Het kerkje van Huizum was bijna te klein op vrijdag 24 april. Iedereen was er: al die mensen voor wie ze (mede-)moeder, (mede-)oma, zus, tante of vriendin was. De dienst was geheel in de geest van Gerda, die zelf de schriftlezing en liederen had uitgekozen. Ondanks teleurstellingen in de kerk bleef ze haar geloof haar leven lang trouw.